Ivo Belet kan best de ideale schoonzoon zijn. Maar de vraag is: van welke schoonouders? Neen, het spijt ons als wij in herhaling vervallen, maar als TerZake de reputatie heeft die het heeft, dan dankt het dat uitsluitend aan die staaf dynamiet uit Bilbao.
...

Ivo Belet kan best de ideale schoonzoon zijn. Maar de vraag is: van welke schoonouders? Neen, het spijt ons als wij in herhaling vervallen, maar als TerZake de reputatie heeft die het heeft, dan dankt het dat uitsluitend aan die staaf dynamiet uit Bilbao.Op de lange lijst met slachtoffers schrijven wij bij: Cleymans André, directeur van het crisiscentrum van Binnenlandse Zaken. Moest vorige week uitleg komen geven over het transport van nucleair afval, dat van La Hague terug naar Dessel komt. Maak u geen zorgen, ook al dondert een van die treinen van de brug pats in een benzineopslagplaats, dan nog zal de heer Cleymans voor minder problemen staan dan vorige week oog in oog met Phara. De rechter in Dendermonde had het crisiscentrum vrijdagavond een dagvaarding gestuurd voor een door Greenpeace aangespannen kort geding, dat op zondag zou worden behandeld. Maar het crisiscentrum was niet komen opdagen. Nu zijn de uitspraken van de rechtbank in Dendermonde, stad van Verwilghen en den Bats, alom berucht. Wie in Dendermonde pleit, doet dat beter niet aan de hand van officiële wetboeken. Deze rechter bijvoorbeeld, sprak in twee dagen tijd twee totaal tegengestelde motiveringen en vonnissen uit. Maar wat vooral zal bijblijven is zijn telefoongesprek, onder het oog van de camera's, met de conciërge van Binnenlandse Zaken: of daar niet ergens een dagvaarding lag?Volgens André Cleymans, de volgende dag in TerZake, is het crisiscentrum permanent bemand. Al leek hij daar toch niet helemaal zeker van. Een dodelijke aarzeling, zeker tegenover Phara: 'Of er zit iemand, en dan heeft die de dagvaarding gekregen. Of er zit niemand, en dan is dat een schandaal. Welk van de twee kiest ge?' Wij vatten het gestamel van een onthutste heer Cleymans samen. De dagvaarding was naar een verkeerd adres gestuurd. Namelijk naar Binnenlandse Zaken, waar het crisiscentrum wel van afhangt, maar waar het niet gevestigd is. Dit ronduit dwaze antwoord was niet van aard om Phara mild te stemmen: 'Wat geldt bij een nucleair transport: het nationaal noodplan, of het provinciaal noodplan?' De heer Cleymans sprak zich niet uit voor a of b, maar begon aan een nieuw rondje hakkelen, en liep hopeloos verloren tussen koninklijke besluiten, verordeningen, wetteksten, en dienstnota's. Hij werd met de seconde ongeloofwaardiger. Bij elk verkeerd woord, neen, bij elke verkeerde klemtoon, had Phara hem liggen. 'U hebt de gouverneurs van de provincies waar dat afval door komt niet eens verwittigd?' riep ze ongelovig uit. Dat bleek dan weer een overdreven conclusie, het was een beetje ja en een beetje nee. Waarna Phara besloot: 'Voor u moet het allemaal zo strikt niet geregeld zijn, bij een nucleair transport?'De directeur kreeg het stilaan op zijn heupen. 'Maar er zit een dokter op die trein!' beet hij verbolgen van zich af. 'En een specialist in nucleaire technologie.' Zijn opstandige toon beviel Phara niet: 'Een specialist nucleaire technologie, toe maar. Ik had veeleer een specialist Slavische talen verwacht.' André Cleymans, als ambtenaar niet vertrouwd met het begrip sarcasme, staarde over zijn halve brilletje onbegrijpend naar zijn ondervraagster, die genadeloos doorging: 'Ik heb de tekst van die twee noodplannen voor mij. Hier staat letterlijk dat bij een nucleair transport het provinciaal noodplan van kracht is. Of kunt gij niet lezen?' Cleymans zuchtte vermoeid en verward dat bij vaste installaties het nationaal plan voorrang had. 'Wel dan?' verloor Phara haar spreekwoordelijke geduld. 'Is volgens u een trein een vaste installatie misschien? Was het een Belgische trein, men zou u gelijk kunnen geven. Maar het is een Franse. Ik noem dat: transport. Provinciaal noodplan dus.' De heer Cleymans, door kenners geprezen als een van onze meest vakbekwame topambtenaren, kende een laatste opflakkering: 'Ik wil even vergelijken met wat er gebeurt bij een overstroming.' Maar het was te laat, Phara had er genoeg van. 'Het gaat niet over een overstroming, het gaat over een nucleair transport. Bedankt voor uw komst naar de studio, mijnheer... hoe was het ook weer... Blijmans.' Hierna begon ze tien jaar abortuswet in te leiden, en verdween het hoofd van André Cleymans tussen de opengespreide benen van een op een tafel uitgestrekte vrouw. Wij hadden durven zweren dat het Sabine Hagedoren was.De enige die bij Phara min of meer overeind bleef, was Etienne Vermeersch. Maar de professor heeft ons later toevertrouwd dat het ook voor hem op het randje was geweest. Het ging over euthanasie, en Phara had allerlei vreselijke gevallen van uitzichtloos lijden opgesomd. Telkens luidde de vraag: spuitje of niet? Vermeersch was altijd voor. Toen kwam ze met een wel zeer extreem voorbeeld: een vegetatieve bejaarde die sinds zijn dertiende in coma lag, bij wie een MR-scan had uitgewezen dat zijn frontale hersenen waren weggesleten, en die enkel met kunstmatige voeding en bevochtiging in leven werd gehouden. Indien deze mens op zijn twaalfde een wilsbeschikking zou hebben meegedeeld aan een dove en blinde oom die op dat moment aan Alzheimer leed, mag dan op die wilsuiting worden ingegaan? Zo, die zat. Zelfs Vermeersch moest hier enkele tellen over nadenken, vooraleer de knoop te kunnen doorhakken: spuitje! Uit het optrekken van Phara's wenkbrauw, begreep hij dat hij een grens had bereikt. 'En indien deze patiënt praktiserend katholiek is?' voegde ze er met een dreigende ondertoon aan toe. 'Dan geen spuitje,' dook Vermeersch opgelucht de geboden uitweg in, 'want dan is zijn lijden zinvol.' En daar had Phara vrede mee. De professor nam zich voor zijn standpunten in het vervolg wat te matigen.Wij zagen onlangs een aflevering van Koppen. Dirk Tieleman was zestig geworden, en zijn jonge vriendjes hadden een verrassing voorbereid. Een beetje zolenlikkerij, terwijl Tieleman in een kadertje op het scherm ontroerd het hoofd zat te schudden: oh die bengels toch. God, hoe erg was dat. Koen Meulenaere