Onze bijdrage van vorige week is in het verkeerde keelgat geschoten van Carl Decaluwé, het CD&V-speerpunt in Kortrijk. 'Zeventien centimeter,' schrijft hij boos, 'noemt gij dat miniem en onbeduidend?' Wij hadden namelijk geschreven dat Carl slechts een miniem en onbeduidend stukje van zichzelf ter beschikking van de VLD stelt. Een verwijzing naar een nooit opgehelderde uitval van mediaminister Dirk Van Mechelen, die in een boze bui naar Decaluwé had geroepen dat hij genoeg had van de Cleopatra's en Mata Hari's in de politiek. Wij hebben de minister uitgedaagd om publiekelijk uit te leggen wat hij daarmee bedoelde, maar hij gebaart van krommenaas.
...

Onze bijdrage van vorige week is in het verkeerde keelgat geschoten van Carl Decaluwé, het CD&V-speerpunt in Kortrijk. 'Zeventien centimeter,' schrijft hij boos, 'noemt gij dat miniem en onbeduidend?' Wij hadden namelijk geschreven dat Carl slechts een miniem en onbeduidend stukje van zichzelf ter beschikking van de VLD stelt. Een verwijzing naar een nooit opgehelderde uitval van mediaminister Dirk Van Mechelen, die in een boze bui naar Decaluwé had geroepen dat hij genoeg had van de Cleopatra's en Mata Hari's in de politiek. Wij hebben de minister uitgedaagd om publiekelijk uit te leggen wat hij daarmee bedoelde, maar hij gebaart van krommenaas. Dat Decaluwé zich met zijn zeventien centimeter lelijk heeft verraden en het gelijk van Van Mechelen heeft bevestigd, heeft hij mogelijk niet beseft. Scherpzinnigheid is niet des Kortrijkzaans, zoals ze in Roeselare zeggen. In datzelfde verband vermelden wij graag dat onze chef-boeken vorige week in Vacature stond, zij het alleen in de rubriek 'Profiel'. Reynebeau pochte daarin met zijn diploma bij het Koninklijk Instituut voor Dactylografie, noemde zijn onleesbare handschrift zijn enige gebrek, en verklapte dat zijn levensmotto luidt: 'Pourquoi petit?' Een motto hem ingefluisterd door de vele vriendinnen die ontgoocheld huiswaarts keerden. En nu we toch over vacatures bezig zijn: Noël Slangen heeft er gelegen. Als communicatie-adviseur van de regering en als campagneleider van de VLD. Daarover liet Karel De Gucht geen enkele twijfel bestaan in zijn rentree-interview in De Morgen. En het is Karel die over zulke zaken beslist. Of beter gezegd: Mireille. Die liet daarover nog minder twijfel bestaan in haar rentree-interview in Het Nieuwsblad. Waar ze weer in volle lederen pracht en glorie op haar levensmotto zat: een Ducati 750. Wij citeren de eerste zin van het artikel: 'Als ik zeg dat het genoeg geweest is voor een week, zegt Karel onmiddellijk al zijn afspraken af.' Daar valt niet veel aan toe te voegen, of wel? Onderschrift: 'Hij is een monsterke en ik ben er gek op. Ik heb hem gekozen omdat hij zo licht is.' Waarbij het niet duidelijk is of het onderschrift slaat op een foto van Mireille met haar motor, dan wel op een van Mireille met Karel. Haar blik maakt in elk geval duidelijk wie van de twee het meest op haar genegenheid kan rekenen en dat is veeleer die op Pirelli- dan die op Cocodrillo-schoeisel. Dat Karel over glad ijs zwiept telkens als Mireille opduikt weet u, en het wordt in dat Nieuwsblad-stuk woord na woord onderstreept. Hij ziet haar doodgraag, wij kunnen ons dat misschien niet voorstellen, maar het is zo. Nog even verliefd als toen ze met A whiter shade of pale van Procol Harum samen de dans van hun huwelijksfeest openden. Wij drukken op dat woordje 'samen', want dat was minder evident dan het lijkt. Mireille, waarom het verzwijgen, heeft eerst vele anderen proberen te strikken, maar toen dat keer op keer mislukte, heeft ze van armoe dan maar Karel gepakt. Omdat hij bij de liberalen op de lijst stond. Was hij katholiek of socialist geweest, zoals nu, het was njet geworden. Wij rakelen dit op omdat het de vaderlandse politiek, en de stoere verklaringen van de VLD-voorzitter daarin, enigszins nuanceert. Als hij de grote Jan wil uithangen, kan dat in Brussel maar niet in Berlare. Het huis is trouwens van haar, geërfd van haar overgrootouders. Rentree-interviews hadden vroeger enige allure. De leidende politici waren twee maanden naar de achtergrond verdwenen en kozen voor begin september een bevriend dag- of weekblad uit om enkele nieuwe krijtlijnen te trekken en enkele oude uit te wissen. Nu, helaas, blijven de politici de hele vakantie door over onze schermen rollen, waardoor die terugkeergesprekken veel van hun glans hebben verloren. In dat van De Gucht stond niettemin een primeur: Slangen ligt eruit. En terecht. Geen enkele regering sinds die van Jules Vandenpereboom heeft slechter gecommuniceerd dan deze. Tot twee keer toe is ze bijna gevallen over de strapatsen en het geraaskal van haar communicatieadviseur. Naar het schijnt, heeft zelfs Guy Verhofstadt dat eindelijk gesnapt. Correspondenten signaleren ons dat Slangen de jongste weken laveloos door de straten van Brussel zwerft, zijn gouden Mercedes is door de deurwaarder verkocht en Slangen & Partners is in stukken uiteengevallen. Voor die mens is het te hopen dat hij de 3,6 miljoen euro krijgt die hij eist van Knack. Dit omdat onze chef-wetenschappen had uitgebracht dat hij, tegen alle geldende regels en tegen alle fatsoen in, kandidaat was geweest voor een overheidsopdracht die hij zelf mocht uitbesteden en dirigeren. Dat is ondertussen officieel toegegeven door de premier, want die heeft de opdracht in kwestie opnieuw uitgeschreven en Slangen verboden zich nog kandidaat te stellen. Een duidelijker bekentenis is moeilijk denkbaar. Niet zodra was zijn eis ingediend of Slangen kwam op Knack al smeken voor een minnelijke schikking. 'Dat ziet ge nogal van hier, dommekloot', riep onze chef-Wetstraat die niet altijd zijn zin voor diplomatie bewaart. 'Op een proces meer of minder komt het in dit land niet aan. Naar het schijnt, moet gij binnenkort toch voor de rechter verschijnen wegens het indienen van valse offertes. Dat heet schriftvervalsing in juridische termen. En nu kan de premier het wel met één procureur op een akkoordje gooien om een onweerlegbaar geval van schriftvervalsing, waarvoor vier andere mensen wél terecht moeten staan, niet te vervolgen, maar niet elke procureur is zo makkelijk te manipuleren. Niet elke procureur heeft dan ook een regeringsonderzoek naar de goede werking van zijn parket aan zijn broek. Leggen wij dus ons lot, en zeker dat van u, in de handen van Vrouwe Justitia.' Wat Slangen niet weet, is dat de hoogte van de proceskosten, ten laste van de verliezer, mee wordt bepaald door de hoogte van de schade-eis. En dat de debatten zullen worden gevoerd voor de politierechtbank van Aalst. Koen Meulenaere