Honderden gijzelaars in een ambassadegebouw tegen honderden ?politicos? in de gevangenissen van Lima : een eerlijke deal ?
...

Honderden gijzelaars in een ambassadegebouw tegen honderden ?politicos? in de gevangenissen van Lima : een eerlijke deal ?Omdat uit Peru wel vaker slecht nieuws komt, ziet het er niet rooskleurig uit voor de gijzelingscrisis die de hoofdstad Lima al een week in hoogspanning houdt. Als dat niet zo was, had men waardering kunnen opbrengen voor het inzicht, de precisie en de koelbloedigheid waarmee de rebellen van de Tupac Amaru-beweging hun doelwit gekozen en hun actie voorbereid en uitgevoerd hebben. De residentie van de Japanse ambassade in Lima innemen, op een avond maandag 16 december dat de ambassadeur volk ontvangt vier, vijfhonderd gasten uit de hoogste kringen, het corps diplomatique vertegenwoordigd door een reeks ambassadeurs, het bedrijfleven door, onder meer, de topbazen in Peru van Japanse firma's als Mitsubishi, Marubeni en Mitsui, Matsushita, NEC, Toyota en Nissan, en Japan Airlines. Plus de moeder, de zuster en de zoon van de Peruaanse president Alberto Fujimori. En joost mag weten wie nog meer. De gijzeling is in elk geval belangrijk genoeg gebleken om het geweld van het Peruaanse leger tegen te houden, dat bij eerdere acties zo drastisch en onmeedogend gebleken is. En dat is al veel. Al moet men zich wel afvragen, telkens als de gijzelnemers een deel van hun gevangenen laten gaan, waar voor de militairen de grens zal liggen : tot welk aantal moet de groep gijzelaars slinken om een bestorming van de ambassade ?aanvaardbaar? te maken ? En wat zal er dan gebeuren ? Want ook al heeft president Fujimori het min of meer kalm gekregen, Peru is een ongelukkig en in dit soort aangelegenheden verschrikkelijk land. En de actie van de MRTA ?Revolutionaire Beweging Tupac Amaru? grijpt in op een aantal centrale zenuwknopen van het land zelf. JAPAN, LEGER EN GEVANGENISOm te beginnen de Japanse factor, die ongetwijfeld de helft van het succes van de actie aanbrengt maar ze meteen ook veel gevaarlijker maakt. Zoals geweten is president Alberto Fujimori van Japanse afkomst. Sinds hij aan de macht is, heeft Japan zich ontpopt als de belangrijkste geldschieter en grootste bron van investeringen voor Peru, dat zelf, na een aantal halfrevolutionaire en een ander aantal halffascistische staatsgrepen, een uitgeput en straatarm land was en nog steeds is. Fujimori heeft dan wel rust en orde gebracht en de inflatie aan banden gelegd (en is zo een ?model? geworden voor andere Latijns-Amerikaanse landen), maar de werkloosheid is niet verminderd, en de levensstandaard van het volk niet gestegen. Vandaar het cruciale belang, voor Peru in het algemeen en voor Fujimori in het bijzonder, van de samenwerking met Japan, en de noodzaak om deze gijzeling tot een goed einde te brengen. Maar er is dus ook de militaire factor. Het leger is in Peru in de voorbije dertig jaar uitgegroeid tot zoiets als een aparte politieke kracht. Geen partij, want partijen zijn niet tot de tanden gewapend, maar meer een soort bonapartistisch korps dat, als het er op aankomt, eigenzinnig en zonodig tegen de zin van de regering in handelt. Dat heeft het ten minste consequent gedaan in de decennia aanslepende strijd-tot-de-laatste-man met die andere guerrillaorganisatie, Sendero Luminoso, de maoïsten van het Lichtend Pad. Die waren in de bergen bij de Indianen een guerrilla begonnen, en het is waar dat die uitermate bloedig en zinloos was. Hele dorpen werden uitgemoord. Maar het is ook waar dat het Peruaanse leger tegen Sendero een soort privé-oorlog begonnen is die in wreedheid niet voor die van de maoïsten onderdeed, en dat de discussie over wie van de twee het ergste is, nooit tot het einde gevoerd werd. Wèl beantwoord is de vraag wie van de twee de sterkste was : dat was het leger. De leiding van de Senderisten is dood of gevangen, en de meeste van hun sympathisanten zitten ook achter de tralies. Dat brengt ons bij een derde element dat gevoelig ligt, het gevangeniswezen. De toestand in de Peruaanse gevangenissen is zelfs naar Zuid-Amerikaanse normen zeer slecht. Als gevolg van de binnenlandse oorlog zitten ze overvol met politieke gevangenen die, vaak zonder vorm van proces en om de vaagste vermoedens, voor onbepaalde tijd vastgehouden worden. Die vermoedens zijn dan dat ze lid of sympathisant van Sendero Luminoso (of van Tupa Amaru, of van iets anders) zijn, maar aangezien ze met veel te velen zijn, en het rechterlijk apparaat in Lima onderbemand is, is het moeilijk om uit te zoeken of die vermoedens op iets gebaseerd zijn. De sporadische gevangenisopstanden worden door het leger neergeslagen met zware wapens. Het zou niet de eerste keer zijn dat een complete gevangenis wordt uitgemoord. ANGST VOOR NAVOLGINGDus als de Tupac Amaru-groep, die de afgelopen jaren de reputatie genoot een stuk rationeler te werk te gaan dan de Senderisten, bij deze gijzeling de vrijlating eist van ongeveer driehonderd medestrijders, onder wie hun leider Victor Polay, moet dat niet als een zuivere propagandastunt worden beschouwd, maar als een rationeel, zij het potentieel tragisch, doel. President Fujimori moet rekening houden met al deze elementen, en bovendien ook nog eens met de internationale diplomatie want via de ambassadeurs die Tupac Amaru in de Japanse residentie (juridisch Japans grondgebied) vasthoudt, zijn ook andere landen bij de zaak betrokken. Zelf heeft de als ?autocratisch? bekend staande Fujimori al gezegd dat hij weigerde met de gijzelnemers te onderhandelen, en dat ze eerst hun wapens moeten neerleggen wat natuurlijk een non-starter is. Maar Japan heeft zijn minister van Buitenlandse Zaken naar Lima gestuurd, en dringt erop aan dat er geen geweld zou gebruikt worden bij het oplossen van de crisis. Het leger zou natuurlijk wèl geweld willen gebruiken, maar dat is misschien sneller gezegd dan gedaan, aangezien de guerrillero's klaar zouden staan om zichzelf en hun gijzelaars de lucht in te blazen. De Verenigde Staten dringen erop aan niet toe te geven aan de guerrilla die zien al een nieuwe kettingreactie van gijzelingsacties in de rest van Latijns-Amerika. Intussen pakken sommige landen het ?handiger? aan dan andere : Uruguay bijvoorbeeld heeft een paar gevangenen losgelaten die wel eens lid van de Tupac Amaru zouden kunnen zijn, en de guerrillero's hebben de Uruguayaanse ambassadeur laten gaan tussen de twee ontwikkelingen zou geen enkel verband bestaan. En als vanuit de lucht is de suggestie gekomen, dat de Tupac Amaru-guerrillero's misschien amnestie zouden kunnen krijgen in Cuba. Tegelijk heeft de Japanse regering stappen ondernomen om de hele gijzelingsaffaire voor te leggen aan een speciale raad van de G7 de groep van zeven rijkste landen. Maar meestal onderhandelen die over de koers van de dollar en de yen, en niet over suspensefilms in gesloten, omsingelde ruimten. De inzet is natuurlijk te groot om hier optimistisch over te zijn. Als de Tupac Amaru-guerrilla (losgelaten gijzelaars hebben het over vriendelijke, intelligente en belezen jonge mensen die hen goed behandeld hebben) zijn zin krijgt en een aantal medestanders uit de Peruaanse gevangenis halen, wordt deze actie de meest spectaculaire sinds de Tupamaros in Uruguay met zo'n tweehonderd mensen uit de gevangenis ontsnapten. Men ziet niet zo goed in waar zo'n actie navolging zou kunnen vinden, maar dat is wel waar de Verenigde Staten en de omliggende regeringen bang voor zijn. Sus van Elzen In Lima werd betoogd voor vrijlating van de gevangenen.