Bijna zes op de tien werknemers in de gezondheids- en welzijnssector zeggen geen last te hebben van werkstress en geen problemen te ervaren met de combinatie van werk en privéleven. Ze voelen zich ook goed op het werk en vinden dat ze genoeg kunnen bijleren om beter te worden in hun vak. Dat blijkt uit een analyse die Verso, de werkgeversorganisatie van de socialprofitondernemingen, heeft gemaakt van de resultaten van de Vlaamse 'werkbaarheidsmonitor' van de Stichting Innovatie en Arbeid.
...

Bijna zes op de tien werknemers in de gezondheids- en welzijnssector zeggen geen last te hebben van werkstress en geen problemen te ervaren met de combinatie van werk en privéleven. Ze voelen zich ook goed op het werk en vinden dat ze genoeg kunnen bijleren om beter te worden in hun vak. Dat blijkt uit een analyse die Verso, de werkgeversorganisatie van de socialprofitondernemingen, heeft gemaakt van de resultaten van de Vlaamse 'werkbaarheidsmonitor' van de Stichting Innovatie en Arbeid. De gezondheids- en welzijnssector doet het voor de vier genoemde werkbaarheidscriteria in 2013 aanmerkelijk beter dan het Vlaamse gemiddelde (54,6 procent van alle werknemers signaleert geen problemen ter zake). Alleen bouwvakkers en ambtenaren klagen nog net iets minder over hun werksituatie. Binnen de zorgsector komt alleen het werk in rusthuizen er veel minder goed uit. Jeugdbijstand, gehandicaptenzorg, welzijnswerk, kinderopvang, gezins- en bejaardenhulp en geestelijke gezondheidszorg halen werkbaarheidsscores van meer dan 60 tot zelfs bijna 70 procent. Het cijfer voor het ziekenhuispersoneel sluit aan bij het algemene werkbaarheidsresultaat van de gezondheids- en welzijnssector. Dat resultaat is er trouwens ook meer op vooruitgegaan dan in de meeste andere arbeidssectoren in Vlaanderen. Voor werkdruk en -stress valt dat extra op, want in de voorbije tien jaar namen die zowat overal op de Vlaamse arbeidsmarkt toe. De indruk na de Verso-analyse is dat het werk in de zorgsector in het algemeen best te doen is. Maar de organisatie spreekt ook meteen tegen dat het allemaal rozengeur en maneschijn zou zijn. Hoge werkdruk bijvoorbeeld is vooral een probleem in de rust- en ziekenhuizen. In de kinderopvang, de geestelijke gezondheidszorg en de gezins- en bejaardenhulp wordt daar minder over geklaagd. Kaderleden, voltijdse werknemers, personeel in de leeftijdsgroep 40-49 jaar, zorgmedewerkers en vrouwen hebben duidelijk meer te kampen met werkstress. Het merendeel van deze werknemersgroepen kaart bovendien aan dat het werk emotioneel veel sporen kan achterlaten. Dat probleem van emotionele belasting scheert vooral hoge toppen in de ziekenhuizen, de jeugdbijstand, de gehandicaptenzorg en het welzijnswerk. In vergelijking met de rest van de Vlaamse arbeidsmarkt hebben deze vier deelsectoren wel meer jobs met een goed evenwicht tussen de werkeisen en de mogelijkheden om de uitvoering van de taken zelf te plannen, te organiseren en te verbeteren. In de rusthuizen daarentegen moet het personeel niet alleen hard werken, het krijgt naar eigen zeggen ook weinig armslag om dat werk zelf te regelen. Patrick Martens