Zondagavond zond Canvas de eerste aflevering van Het onvoltooide land uit, een reeks waarin VRT-journalist Jos Bouveroux terugblikt op de communautaire mutaties in het naoorlogse België. Bouveroux kreeg daarbij de wetenschappelijke begeleiding van emeritus hoogleraar Luc Huyse.
...

Zondagavond zond Canvas de eerste aflevering van Het onvoltooide land uit, een reeks waarin VRT-journalist Jos Bouveroux terugblikt op de communautaire mutaties in het naoorlogse België. Bouveroux kreeg daarbij de wetenschappelijke begeleiding van emeritus hoogleraar Luc Huyse. Bij de reeks hoort een gelijknamig boek, waarvan dit blad vorige week een excerpt uit de conclusies publiceerde. Daarin, maar ook in persgesprekken en columns, wijst professor Huyse op de nieuwe kloof tussen de politieke kaste, verstrikt in haar communautaire kwesties, en het kiezerskorps dat niet volgt. Huyse staaft die stelling met een postelectoraal onderzoek van 2007 - een peiling, zeg maar - verricht door het Instituut voor Sociaal en Politiek Onderzoek (ISPO) van de K.U.Leuven en de Pôle Interuniversitaire Opinion Publique et Politique (PIOP) van de UCL. Daaruit blijkt dat de noodzaak van een staatshervorming voor amper vijf procent van de Vlaamse kiezers beslissend was voor hun partijkeuze. In de ranglijst met de belangrijkste verkiezingsthema's kwam de staatshervorming op de negende plaats. In Wallonië stond het thema op acht en voelde slechts twee procent van het kiezerskorps zich erdoor aangesproken. Volgens de auteurs van Het onvoltooide land is dat toch wel een probleem. Dat Huyse en Bouveroux uitgerekend op een opiniepeiling steunen om tot die conclusie te komen, is wel vreemd. Want enkele bladzijden verder doen zij opiniepeilingen - terecht - af als 'het fastfood van de berichtgeving'. Bovendien mogen we met zo'n conclusie van geluk spreken dat Jean Monnet en anderen niet op peilingen hebben gewacht om hun Europese constructie aan te vatten. Bouveroux en Huyse, twee geroutineerde waarnemers, weten uiteraard waarom het communautaire dossier vandaag niet langer tot een grote Vlaamse mobilisatie leidt. Omdat de politieke evolutie al langer achterloopt op de culturele en so- ciaaleconomische emancipatie van Vlaanderen. Intussen is het federale beleidsniveau nagenoeg uitgehold. Zelfs achter de unitaire façades van de werknemersorganisaties schuilen verdeelde centrales, om van de achterban nog maar te zwijgen. Bij de werkgeversorganisaties nemen de Vlaamse en Waalse bedrijfsleiders het voortouw. Het federale platform waar de sociale partners elkaar ontmoeten dient alleen nog om het geld te verdelen. Hun verregaande autonomie beschouwen de Vlamingen intussen als een verworven recht. In die mate zelfs dat zij het uitblijven van een oplossing voor Brussel-Halle-Vilvoorde en de aanhoudende ondoorzichtige transfers van het noorden naar het zuiden stilaan zien als evenzovele voorbeelden van slecht bestuur door de Vlaamse politici. In hun conclusie - en dat is wel opmerkelijk - gaan de auteurs van Het onvoltooide land voorbij aan de kern van het probleem. Nochtans citeren zij in hun boek de bekende uitspraak van Wilfried Martens: 'Jean-Luc Dehaene beweerde altijd dat sommige problemen slechts met ingewikkelde teksten, die door weinigen worden begrepen, kunnen worden opgelost. Een inhoudelijk zo gevaarlijk dossier als de financiering van de deelgebieden verwijlt al lange tijd (...) in een wonderbaarlijke rust. Dat is mee te danken aan het feit dat praktisch niemand de onderliggende mechanismen kent.' Die financieringswet, die de federale overheid, hoeder van het sociale systeem, financieel drooglegt, krijgt nauwelijks aandacht in hun boek. Al hield Hugo Schiltz in 1989 een enthousiaste Volksunievergadering al voor dat de financieringswet het einde van België betekende. Mocht dat laatste de bedoeling zijn ge- weest van Jean-Luc Dehaene, opsteller van de eerste financieringswet, en later van Guy Verhofstadt, die ze tot een budgettaire en constitutionele brisantbom verbouwde, dan zijn beide premiers wonderwel geslaagd in hun opzet. Het huidige immobilisme van de federale regering is een rechtstreeks gevolg van de financieringswet die, als een verdere staatshervorming uitblijft, niet alleen de implosie van België zal veroorzaken, maar ook die van de sociale zekerheid. Wat jammer dat ISPO en PIOP geen cijfers kunnen voorleggen over wat de Vlaamse en Waalse kiezers denken over een staatshervorming - niet om het federale koninkrijk maar om hun so- ciale zekerheid te redden. PS. Vorige week werd hier een uitspraak van Johan Vande Lanotte in Het Nieuwsblad aangehaald, waarin de SP.A'er het had over 'verkopen/terughuren van openbare gebouwen in Oostende voor de gunstige fiscaliteit in Ierland.' Vande Lanotte laat weten dat de krant hem fout citeerde, want dat in Oostende nooit een sale-and-lease-backoperatie werd doorgevoerd. Waarvan akte. door Rik Van Cauwelaert