De Vlaamse regering had nog maar net twee belangrijke milieudossiers voor zich uitgeschoven, of Paul Staes en Leo Cox kondigden het bestaan aan van een commissie Duurzame Ontwikkeling binnen de studiedienst Cepess van de Christelijke Volkspartij (CVP). De timing zat goed, want de CVP had zich in de bewuste dossiers andermaal niet van haar groene zijde laten zien.
...

De Vlaamse regering had nog maar net twee belangrijke milieudossiers voor zich uitgeschoven, of Paul Staes en Leo Cox kondigden het bestaan aan van een commissie Duurzame Ontwikkeling binnen de studiedienst Cepess van de Christelijke Volkspartij (CVP). De timing zat goed, want de CVP had zich in de bewuste dossiers andermaal niet van haar groene zijde laten zien. Onder druk van de boerenorganisaties ging het voorakkoord over het mestactieplan (Map) in rook op. Het dossier over de verlenging van de startbaan van de luchthaven van Deurne werd ook al uitgesteld. Dat kostte vooral minister-president Luc Van den Brande (CVP) een weinig gezichtsverlies. Hij had immers aangekondigd dat een beslissing - de verlenging - er voor het zomerreces zou komen. Bij gebrek aan dossier werd de Mechelaar terug naar af gezonden. De milieubeweging was niet eens blij met uitstel: voor haar zijn er voldoende argumenten om de luchthaven in de stad te sluiten. Net op dat ogenblik dus kondigde de CVP aan dat sinds eind mei een permanente commissie waakt over het groene gedrag van de partij. "In het beleid veranderde er weinig bij de CVP", zeggen Staes en Cox die vier jaar geleden onverwacht van Agalev naar de CVP overstapten. Toch is er hoop, aldus de gewezen partijsecretaris en het gewezen europarlementslid van Agalev. Twee jaar gelden stelde de CVP haar milieuprogramma bij, onder impuls van Staes en Cox en net nadat Johan Van Hecke de partij langs de brandladder had verlaten. Nu komt er een aanspreekpunt. "Het tij keert en we hebben nu een structuur waarop we kunnen terugvallen." Dat zeggen Leo Cox, voorzitter van de Cepess-commissie, en senator Paul Staes, die straks de coördinatie tussen de commissie en het maatschappelijk middenveld op zich neemt. LEO COX: Dit is een volwaardige commissie die straks ook mee zal praten over het programma van de partij en de eisenbundel voor de regeringsonderhandelingen. We koppelden aanvankelijk leefmilieu, ruimtelijke ordening en mobiliteit. Naar het voorbeeld van het Europees parlement voegden we daar nog consumentenbescherming en gezondheidsbeleid aan toe. We bekijken al deze facetten vanuit verschillende invalshoeken. Eerst analyseren we de toestand wettelijk en bestuurskundig: nogal wat ambtenaren bij de ministeries Leefmilieu en Ruimtelijke Ordening zeggen dat het in Vlaanderen anders en beter kan. Ze mogen ons overtuigen. We onderzoeken voorts de economische en financiële kant van de zaak. Tenslotte hebben we oog voor de technologie. Tot mijn verbazing beschikt geen enkele administratie of geen enkel kabinet over een overzicht van wat Vlaamse bedrijven aan milieutechnologie produceren.In juni 1996 congresseerde de CVP over leefmilieu en ruimtelijke ordening. Dat leverde geen verhitte debatten op, wellicht omdat velen dachten dat er toch niets zou veranderen.STAES: Dat klopt en ligt in de lijn van onze eerste ervaringen. Toen wij naar de CVP stapten, dachten we dat we daar op een harde kern zouden stoten van tegenstanders van ons groen gedachtegoed. Het was zo mogelijk nog erger. De CVP had gewoon geen interesse voor het milieu. Jos Ansoms leverde schitterend werk inzake mobiliteit en ook Hugo Marsoul was met het milieu bezig. Maar dat waren individuele acties die niet door de partij werden gedragen. Merkwaardig toch, dat een christelijke partij geen respect voor de schepping opbrengt en dus voor het leefmilieu en de toekomst van de komende generaties. We weten intussen dat we zonder apparaat binnen het apparaat achter de realiteit zouden blijven aanhollen. We snelden gewoon van het ene accident naar het andere ongeluk, zonder visie. U was dus toch de groene franje van de partij?STAES: Er waren altijd veel krachten in de CVP die het met de zorg voor het leefmilieu niet zagen zitten. Maar uw komst moest toch meer zijn dan een gebaar. Daar zou toch ook inhoudelijk wat tegenover staan?STAES: Dat hebben ze vertaald in het congres over het leefmilieu. Maar het klopt dat de CVP inzake milieubeleid niet echt is veranderd. De voorzitterswissel vergemakkelijkte de zaken niet. Daarmee zeg ik niet dat Marc Van Peel geen belangstelling opbrengt. Integendeel. De voorzitter beseft goed dat zijn partij zwak staat inzake leefmilieu en ruimtelijke ordening. Als de grote knelpunten zoals het mestactieplan of de verlenging van de startbaan van Deurne op de agenda stonden, dan bestonden Leo en ik niet. Dan werd ons nooit een vraag gesteld. Niks. Geen woord, geen taal, geen teken. We hebben de voorbije jaren wat kunnen doen, maar alleen wanneer we daarvoor zelf het initiatief namen. U heeft voldoende ervaring om te weten dat congresteksten niet onmiddellijk het beleid op het terrein veranderen. Wat is er sinds het milieucongres van 1996 veranderd?COX: Wij zijn aangetrokken onder het voorzitterschap van Johan Van Hecke. Zijn vertrek en de voorzitterswissel luidden een turbulente periode in. Het duurde wat voor we weer gehoord werden - eigenlijk ging er een jaar verloren. Een andere moeilijkheid is dat bij de CVP het beleid door de kabinetten wordt gemaakt. Heeft u een probleem? Wend u tot het kabinet. Dat is bon ton in de CVP. Die kabinetswerking is onvoldoende. Ook de partij moet mee het beleid bepalen. STAES: De CVP installeert nu een commissie. De partij weet dat ze meer doet dan Cox en Staes hun zin geven. Ze geeft een signaal dat het haar menens is met het leefmilieu. COX: Op de eerste vergadering waren er vijftig, zestig professionals: ambtenaren, kabinetards en mensen uit de academische wereld en het bedrijfsleven. Als we deze mensen een project kunnen aanbieden, zal de CVP daar als partij wel bij varen. U zegt zelf dat de CVP er inzake leefmilieu weinig van bakt. Ook na uw overstap. Een jaar voor de verkiezing komt u met uw commissie en kan u weer met een groen imago naar de stembus. Is dat niet wat doorzichtig?STAES: Als we deze commissie om electorale redenen wilden oprichten, zouden we er nog even mee gewacht hebben. Toch staat deze commissie niet helemaal los van de verkiezingen. Als de CVP een andere milieukoers wil varen, dan moet dat ook op de lijsten en in de fracties merkbaar zijn. Anders gaan we na de verkiezingen opnieuw over tot de orde van de dag. Er is nog een tweede verband. De CVP moet duidelijk maken wat de volgende regering inzake leefmilieu zou moeten realiseren. Ze moet voorwaarden stellen. Anders zal het zonder ons zijn. Moeten er dan mensen uit de milieubeweging worden aangetrokken?COX: De milieubeweging moet zich niet verzwakken door te streven naar verkiesbare plaatsen, ook niet bij Agalev. Ze is al klein genoeg. Neen, de partij heeft voldoende mensen die het leefmilieu kunnen verdedigen. Maar als dat jonge parlementairen zijn, moeten ze ook op structuren kunnen terugvallen. Iemand als Ansoms moet in zijn eentje een kolossaal dossier als mobiliteit aanpakken. Dat wordt vechten tegen de bierkaai. STAES: Leefmilieu is niet alleen een zaak van obstructie of we zullen ze eens goed hebben. Een beleidspartij als de CVP moet ook nagaan welke kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) in de toekomst van de ontwikkelingen in de leefmilieusector afhankelijk zullen zijn. Milieu levert banen op en de economie kan profiteren van de slechte situatie van het Vlaamse leefmilieu. Economische kringen beseffen overigens maar al te goed dat de vuile industrie ten dode is opgeschreven. Maar ze willen wel een duidelijk beleid. Daarom is het ook zinvol om Vlarem-2 (het decreet op de milieuvergunning) bij te sturen. In het belang van milieu en economie. In belangrijke dossiers als het duinendecreet, het decreet op het natuurbehoud of ruimtelijke ordening staat de CVP altijd als eerste op de rem.STAES: Zonder enige twijfel. Geen begrip is zo uitgehold als duurzame ontwikkeling. Hoe wil u dat op korte termijn in het beleid omzetten?STAES: Een aantal bevoegdheden moet worden gebundeld: leefmilieu, ruimtelijke ordening en infrastructuur. Dat zal een groot departement zijn, maar het is noodzakelijk. Openbare Werken is eigenlijk niet meer dan een uitvoeringsdepartement van het ministerie van Verkeer. Inzake mestproductie volstaat het niet langer om duidelijke normen vast te leggen. We zullen ook het aantal varkens moeten beperken. Nu verschuilt de de Europese Unie zich achter Vlaanderen, en Vlaanderen achter de Europese Unie. Overigens is de band tussen het Vlaamse en het Europese milieubeleid veel te slap. Duurzame ontwikkeling betekent ook dat we internationaal onze verantwoordelijkheid nemen. We kunnen geen tropisch hout blijven invoeren en tegelijk klagen dat het regenwoud verdwijnt. We kunnen ook niet, zoals Tractebel, in Latijns-Amerika actief meewerken aan de vernieling van dat woud. COX: Op korte termijn moeten we drie zaken doen. Eén: een ernstig handhavingsbeleid voeren. Om te vermijden dat we straks met nog meer bulldozers moeten uitrukken, moeten we het milieurecht consequent handhaven. De bedrijfswereld is daar omwille van de continuïteit overigens vragende partij. Twee: milieubeleid wordt almaar meer een financieringsprobleem. We moeten duidelijk maken aan burgers en bedrijven wat het ons gaat kosten en wie het gaat betalen. Drie: alleen een betere wetgeving of een betere fiscalisering volstaan niet. We moeten ook investeren in milieutechnologie en de bedrijfswereld aanspreken. STAES: Europa zou zelf controleurs moeten uitsturen om de eigen regelgeving te toetsen aan de realiteit. Dat staat in elk Europees actieprogramma, maar de controles blijven uit. In concrete dossiers schittert de CVP zelden. Minister-president Luc Van den Brande kondigde aan dat zijn Vlaamse regering voor de zomervakantie een beslissing zou nemen over de verlenging van de startbaan van de luchthaven van Deurne. Hij is voor, hoewel dat tegen zijn eigen Ruimtelijk Structuurplan ingaat.STAES: Hetzelfde gebeurde in Doel, waar de oude machten in de CVP dachten dat ze op hun eentje konden beslissen over het verdwijnen van een dorp. Ook in Deurne dicteren enkele kopstukken wat de beste oplossing is. Vervolgens laten ze hun idee door enkele studies bevestigen. Dat kan niet in een partij die vernieuwend wil werken. Ook in verband met de goederenlijn naar Antwerpen had Van den Brande op zijn minst de CVP-werkgroep die daarmee bezig was, kunnen consulteren. Een regering moet beleidsdaden stellen, maar mag geen besluiten trekken uit onrijpe dossiers. Het dossier-Deurne is niet bestudeerd. Het kan niet dat een of andere commandant van de luchthaven bepaalt dat de startbaan moet worden verlengd. Er is het debat over de afvalovens, toegespitst op de heropening van de Isvag-oven in Wilrijk.STAES: In dat debat lijkt het mij pertinenter om na te gaan wat de vervuiling is van de industriële installaties. Die vervuiling had al lang in kaart moeten worden gebracht. Met die gegevens in de hand konden we een serieus debat over afvalverbranding voeren. Dat gaat oneindig veel verder dan een derde of vierde oven bouwen in de installatie van Indaver (Beveren). Er staan hier nog installaties die zeer belastend zijn voor mens en milieu. We zouden daar nog raar van opkijken. Wat de Isvag-oven betreft, hebben de voorstanders van de heropening natuurlijk een argument als zou blijken dat de installatie aan de geldende norm zou voldoen. In het West-Vlaamse Wingene organiseert een CVP-burgemeester, Hendrik Verkest, het verzet tegen de nieuwe aanpak in de ruimtelijke ordening.COX: Veel gemeenten voelen zich bedolven onder de richtlijnen en rondzendbrieven van de Vlaamse overheid. In hun kritiek verengen burgemeesters die stortvloed tot milieu en ruimtelijke ordening. Ze misbruiken dus een algemene toestand van overbevraging om hun afkeer voor de nieuwe aanpak te ventileren. Van de andere kant moet de CVP zich ook realiseren dat ze geen stads-, maar ook geen plattelandspartij is. De CVP mag niet in de val trappen dat SP en Agalev stedelijke partijen zijn die stadslijsten maken terwijl de CVP zich nestelt op het platteland waar het nog goed leven is. De CVP hoort een volkspartij te zijn die beseft dat stad en platteland elkaar nodig hebben. Ik hoor geruchten dat sommigen eraan denken om een mars van het platteland naar Brussel te organiseren, naar analogie met Groot-Brittannië. Dat is het laatste dat de CVP moet doen. Wel is het de hoogste tijd om de bestuurlijke relatie tussen de gemeenten en de Vlaamse overheid eens rustig te bekijken. Dat staat los van het decreet op de ruimtelijke ordening, dat overigens zeer helder is. STAES: We leven in een periode waarin knopen worden doorgehakt in dossiers die al jaren aanslepen: zonevreemde bedrijven, weekendverblijven, ruimtelijke ordening in het algemeen. Dat leidt tot een ultieme bundeling van reacties. Maar als ik goed luister, hoor ik de meeste mensen zeggen dat ze de trendbreuk niet ongedaan willen maken. Ze willen alleen manifeste problemen oplossen. Waarom ook niet? We leven niet van principes maar in de realiteit. En wat is er tegen een goede toetsing op het terrein? Als het mestactieplan was gecontroleerd, dan stonden we al veel verder met de bodemkwaliteit in de gebieden met mestoverschotten. Ga maar eens vragen hoe dikwijls de boeren worden gecontroleerd. Controleurs zeggen mij dat ze er in sommige gevallen niet aan denken om nog controles uit te voeren, zonder begeleiding van een gewapende rijkswachter. Waar zijn we dan mee bezig? Nog eens: we zijn geen groene tovenaars en het zal morgen niet allemaal anders zijn. Maar onze commissie moet ons toelaten om meer dan vroeger een aantal knelpunten dichter bij de werkelijkheid aan te pakken. We moeten ook mensen van, bijvoorbeeld, Boerenbond of Vlaams Economisch Verbond samenzetten. Die ontmoeten de milieusector toch in de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, de Mina-raad?STAES: Ja, maar waartoe leidt dat structureel overleg? Zit het probleem niet veeleer binnen de CVP zelf? In het Vlaams parlement heeft de CVP-SP-meerderheid maar één zetel op overschot. De twee vertegenwoordigers van de Boerenbond kunnen er dus elk mestactieplan simpel tegenhouden.COX: Als partijen toestaan dat zulke krappe meerderheden worden gevormd, liquideren zij de fracties. Dan heeft het geen zin om te praten over de herwaardering van het parlement. Het wordt tijd om op zoek te gaan naar grotere meerderheden, ook in het federale parlement. Omdat elk parlementslid permanent elk dossier kan blokkeren, klapt het parlement in. Dat is zeer naar de zin van sommigen in de regering - zowel in Vlaanderen als in België. Wanneer er in het Vlaams parlement geen diepgaand debat meer mogelijk is over essentiële dossiers als het mestactieplan of de financiering van het milieubeleid, dan is dat funest. Dan blijft alles gecrispeerd in de Vlaamse regering, die de boel vervolgens op de gemeenten afwentelt. De tegenstellingen binnen de CVP blokkeren maandenlang de dossiers.STAES: Wie op de rem wilde gaan staan in het structuurplan, kan dat niet meer omdat we het debat intern hebben gevoerd. Het is goed dat het debat nu open wordt gevoerd. Wat niet belet dat er op cruciale momenten zware tegenstroom op gang komt. Wat heeft u de voorbije vier jaar bij de CVP gerealiseerd?STAES: In concrete dossiers heb ik in vier jaar meer gerealiseerd dan in de vijftien jaar daarvoor. Dat is niet zo bekend bij de buitenwereld maar wie de dossiers volgde, weet waarover ik het heb. Wat moet er nu gebeuren?COX: Los van het inhoudelijke debat, zie ik voor mij bij Cepess één grote uitdaging: de lokale mandatarissen en ambtenaren meekrijgen. Leefmilieu en ruimtelijke ordening geven op lokaal niveau dikwijls aanleiding tot grote en emotionele conflicten. Bij de opmaak van de decreten wordt amper rekening gehouden met de lokale besturen. Maar eens het decreet gestemd, verzendt de Vlaamse regering een ongecoördineerde stroom van rondzendbrieven en uitvoeringsbesluiten. Inzake ruimtelijke ordening, mobiliteit en leefmilieu zijn ook de structuren van de CVP onvoldoende uitgebouwd. Dat is vreemd voor een partij die er prat op gaat veel communalisten te tellen. Structureel komen die mensen niet aan bod.Die communalisten stonden altijd op de eerste rij om de wetten niet toe te passen.COX: Vergeet niet dat ze decennia lang in hun gemeente mochten doen wat ze wilden, wetgeving of niet. Dat omkeren, is niet simpel. Als daar bovenop nog eens een hoop administratief gerommel op hen neerdaalt, begrijp ik dat er gemeentelijk protest groeit. We moeten die problemen onderkennen. We moeten beletten dat de afkeer van de lokale bestuurders tegen bureaucratie, leidt tot een afkeer van een ander beleid inzake leefmilieu en ruimtelijke ordening. STAES: Ik heb me gedurende jaren dood geërgerd aan de wijze waarop onze gemeenten werden bestuurd. Maar het is hoopgevend om te zien hoe jonge politici de zaken anders aanpakken. Op de enkele tafelspringers na, is ook bij deze CVP'ers het besef gegroeid dat het leefmilieu belangrijk is. Een van de meest spectaculaire wijzigingen is ook de toegenomen kwaliteit van onze ambtenaren. Ze zijn zelfstandig en veel minder een speelbal in het dienstbetoon dat zeer sterk was in de groene sector. COX: Daarom moeten we goed in het oog houden dat in het handhavingsdecreet in wording de lokale milieuambtenaar voldoende wordt beschermd. De handhaving van het milieurecht begint namelijk bij de gemeenten. Die hebben nood aan onafhankelijk functionerende ambtenaren. Anders kunnen we wel ophoepelen. "Na Johan Van Hecke is er een jaar verloren." "Hebt u een probleem? Wend u tot het kabinet. Dat is bon ton bij de CVP."Peter Renard