Bron: Copyright Panamarenko/ verklarende woordenlijst/ Paul Morrens & Hans Willemse. Een uitgave van Ludion, 2005.
...

Bron: Copyright Panamarenko/ verklarende woordenlijst/ Paul Morrens & Hans Willemse. Een uitgave van Ludion, 2005. Tijdens het zoeken naar een manier om een tuig te ontwerpen op basis van het klapwieken van insectenvleugels, raakt Panamarenko in de ban van fossielen van voorhistorische vogels. Hij maakt kennis met de archaeopterix, een dier met een gekartelde snavel en puntige tandjes, een lange staart en vleermuisachtige vleugels. De kunstenaar distilleert er zijn eigen 'vliegende kip' uit. Van de Archaeopterix (1) ontwikkelt hij ten slotte verschillende versies, de eerste in 1989. De laatste draagt de naam Boula Matari of Moedige Stapper. 'En dat is niet toevallig ook mijn eerste kiekske dat echt kan stappen.'De Barada Jet (2) uit 1991 met zijn vliegende bom, voortgestuwd door een straalmotor, is verbonden met Panamarenko's kleuter-ervaring van een inslaande, Duitse V1. Zijn naam ontleent de Barada wel aan een sciencefictionfilm The Day the Earth stood Still van Robert Wise (1952) over een goede alien die de planeet aarde komt verbeteren. 'Barada Niktoe' is het bevel voor dat wezen om te stoppen en de klep van zijn helm af te sluiten. Vrij vertaald: 'Afsluiten, klep toe!'. Eveneens in de sfeer van sciencefictionfilms en ufologie, horen de ruimtetuigen, waarvan de Bing of the Ferro Lusto (3) de bekendste is. Hij wordt in 1997 ontworpen in de ouderlijke woning in de Antwerpse Biekorfstraat. De Ferro Lusto is een ruimteschip van 800 meter lang, waarin 4000 mensen kunnen plaatsnemen. Het moederschip bergt nog verscheidene transportmiddelen, Bings genaamd. Een en ander past in een breed onderzoek naar mogelijkheden om de magnetische velden in de ruimte te nutte te maken als autostrades voor vliegende schotels. De Donnariet (4) is een soort tweezitduikboot met de snuit van een helikopter. De kunstenaar bekent dat het ding eigenlijk niet voldoende onder water kan. Het is dus veeleer een onderwaterpedalo, door mensenkracht aangedreven (pedalen). Panamarenko: 'Aan de zijkant was er een losse deur, die ge er vast in moest klemmen om de golven niet naar binnen te laten slaan.' De K2 (5) uit 1991 is een zwevende auto, bedoeld om in het oerwoud tussen de bomen te vliegen. 'Het moest iets zonder schroeven en zonder vleugels zijn, want daar botst ge overal mee tegen. Ik dacht aan een soort luchtkussen of zo...' En inderdaad, het koetswerk van styropor neemt de vorm aan van een rechthoekig luchtkussen met afgeronde hoeken. De piloot bestuurt het toestel door met zijn lichaam te bewegen. De compactste onder de duikboten, de Nova Zemblaya (6), is voorzien van een Lister-Petter dieselmotor van 17 kw, 'de Rolls-Royce' van de diesels. En het mag een stevig vaartuig zijn, want Panamarenko wil er in 1996 met enkele kompanen tot in het Hoge Noorden mee varen. Voor de vorm gaat hij uit van een vroeger werk, de Walvis uit 1967. Het ding moet groot genoeg zijn om erin te kunnen rechtstaan, 'want op zee duurt het te lang als ge de hele tijd moet zitten'. Op de geplande dag van vertrek komt niemand opdagen, en de Nova Zemblaya belandt in het museum. Panamarenko's eerste mensenkrachtvliegtuig met vleugels heet de U-Kontrol III (7). Het uiterst lichte aluminium tuig heeft vleugels van balsahout en polyesterfilm. De piloot ligt, vastgebonden met kussens, op de vleugel. Met handen en voeten brengt hij de propeller in beweging. Bij de testvlucht, eind 1972 in Engeland, stijgt het vliegtuig vanzelf op. De kunstenaar plukt het uit de lucht. Een vleugel breekt af als gevolg van de vrieskou, en Panamarenko veroorzaakt een aanrijding wanneer hij de U-Kontrol III op een vrachtwagen laadt en, niet bedacht op het links rijden, tegen een kleine Engelse auto botst. De Umbilly (8) uit 1976 ten slotte, moet het al geleverde denkwerk inzake het trilmechanisme van insectenvleugels maximaal laten renderen. De aandrijving berust alweer op mensenkracht. 'Als ge een zware Volkswagenmotor zou gebruiken, wordt het hele spul in frut uiteengetrokken. Maar als ge zoiets zelf in gang moet trappen, dan begrijpt ge veel beter wat er allemaal gebeurt of zou moeten gebeuren. Maar met een motor hebt ge daar geen zicht op, want die blijft gewoon doordraaien...'