Ik wou niet de nieuwe Solzjenitsyn schrijven of de nieuwe Ratasjinskaja. Ik wou mijn eigen verhaal brengen. Ik heb natuurlijk jaren geleden "Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj" gelezen, maar mijn redenen om dit boek te schrijven waren totaal anders. Solzjenitsyn wou een politiek statement maken over de goelag en de dehumaniserende werking ervan. Ik wou een algemeen menselijk verhaal vertellen dat toevallig in de goelag speelt, een plaats waar menselijkheid op het eerstezicht weinig kans maakt."
...

Ik wou niet de nieuwe Solzjenitsyn schrijven of de nieuwe Ratasjinskaja. Ik wou mijn eigen verhaal brengen. Ik heb natuurlijk jaren geleden "Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj" gelezen, maar mijn redenen om dit boek te schrijven waren totaal anders. Solzjenitsyn wou een politiek statement maken over de goelag en de dehumaniserende werking ervan. Ik wou een algemeen menselijk verhaal vertellen dat toevallig in de goelag speelt, een plaats waar menselijkheid op het eerstezicht weinig kans maakt." Toen Ian McEwan vorig jaar deBooker Prize kreeg voor "Amsterdam" dreigden meteen vijf andere boeken in de vergeethoek van de literatuurgeschiedenis te belanden: de vijf die wel genomineerd waren, maar het net niet haalden. Een van deze vijf was "Tweestrijd", van Martin Booth. "Laten we onszelf niet voor de gek houden", zegt hij wanneer ik hem in Antwerpen ontmoet. "Ik maakte geen schijn van kans om de Booker te winnen. Ik heb immers geen enkele vriend in het Londense literaire wereldje. Wil je de prijs ooit krijgen, dan moet je de juiste feestjes frequenteren en de juiste mensen stroop om de mond smeren. Daar hou ik me niet mee bezig." Waar hij zich wel mee bezig houdt, is goede boeken schrijven: romans, thrillers, kinderboeken, biografieën, en dit in een tempo dat alleen iemand als Peter Ackroyd kan evenaren: twee stuks per jaar. In "Tweestrijd" voert hij de lezer mee naar het Russische dorpje Myshkino. Shurik viert er zijn tachtigste verjaardag en wandelt met een slakkengangetje door het dorp. Hij drinkt een glaasje met de bakker die zich net een knalrode VW Passat heeft aangeschaft, compleet met papieren waar als eigenaar Herr Graz,Innsbruck, op vermeld staat. Hij maakt een praatje met de uitbaters van de eerste private garage die ervan dromen hun eigen taxidienst te beginnen. Intussen mijmert hij over de veranderingen die Rusland de voorbije jaren heeft ondergaan, en maakt hij zich klaar voor het hoge bezoek dat hij diezelfde dag nog zal ontvangen. Want in een vorig leven heette Shurik nog Alexander Bayliss, en was hij schroothandelaar in Doncaster. In de jaren vijftig is hij per vergissing veroordeeld tot vijfentwintig jaar strafkamp. Zijn neef is erachter gekomen dat Alexander nog leeft en is nu samen met een attachee van de Britse ambassade op weg naar Myshkino, vastbesloten zijn oom mee terug naar huis te nemen. Waar Booth in de oneven hoofdstukken het verhaal van de tachtigjarige Shurik vertelt, volgen we in de even hoofdstukken de veel jongere Alexander, vanaf het moment dat hij de goelag ingestuurd wordt om kolen te delven. Samen met zes andere dissidenten komt hij er in een arbeidersploeg terecht die geleid wordt door Kirill, een ex-politieagent die het aangedurfd had zijn corrupte overste aan te klagen en dat nu met enkele jaartjes dwangarbeid moet bekopen. Het leven in de goelag, zo blijkt uit de op getuigenissen van ex-gevangenen gebaseerde roman van Booth, was keihard. Menigeen overleefde het dan ook niet.Martin Booth: Je had niet alleen voedsel en water nodig, je moest vooral over immense innerlijke reserves beschikken. Je moest je af en toe stoïcijns in jezelf kunnen opsluiten om zo je integriteit en je geestelijke gezondheid te bewaren. Mijn zeven hoofdfiguren slagen daarin. Zij zijn in staat van dag tot dag te leven. Wanneer ze bijvoorbeeld meegenomen worden om een mammoet op te graven, denken ze allemaal dat hun laatste uur geslagen heeft. Een kogel en daarna in de gracht, denken ze, en ze lijken zich erbij neer te leggen. De goelag betekende de totale vervreemding. De zorg over jezelf viel grotendeels weg doordat alle keuzes voor je gemaakt werden. Voedsel of kledij moest je niet kiezen. Dat werd voor je gedaan. Je moet een sterke geest hebben om dat te overleven. En veel fantasie, om de alledaagse miserie te kunnen vergeten.Booth: Ja, iedereen heeft zijn eigen gefantaseerde ontsnappingswereld. Dmitri droomt ervan directeur van een Intourist-kantoor te zijn, met een sexy secretaresse en veel tijd om haar te verwennen. Avel vliegt weg in zijn Mig en Alexander heeft zijn tuin, waarin hij urenlange wandelingen maakt. Je moet niet in een goelag zitten om te dromen van een paradijsje waar het kalm en stil is. Maar de goelag wou nu juist die ontsnapping onmogelijk maken. Wie zijn fantasie kon behouden, bleef overeind. Als je uit het kamp ontslagen werd, kon je dan misschien wel verzwakt en doodziek zijn, maar je had tenminste je integriteit behouden. Ook vriendschap blijkt te helpen.Booth: De vriendschap tussen Shurik en Kirill is een essentieel deel van het verhaal. Kirill is de eerste die hem vriendelijk bejegent wanneer hij in de kolenmijn arriveert. Hij is de grote humanist van het gezelschap. Maar vriendschap kan soms ook wreed zijn, zoals Shurik ervaart wanneer hij zich verplicht ziet Kirill dood te slaan met de achterkant van een schop. En het is ook die vriendschap die hem naar dochter Frosya leidt om haar te vertellen wat er met haar vader is gebeurd. Vriendschap houdt Shurik overeind, zoals Dmitri die grappen blijft vertellen, hoe bar de omstandigheden ook worden. Het is zijn verzet tegen het systeem. Ik wou die humor zeker in het boek. De grappen geven het verhaal rustpunten, waar de lezer even opgelucht adem kan halen. Ik wou geen pessimistisch of misantropisch boek afleveren. Er is wel degelijk verlossing mogelijk. Het humanisme is meer dan een dun laagje cultuur dat er in een goelag vanafspoelt. Sommigen overleven de goelag, en ze doen dat groots. Niet iedereen wordt zo wreed als de kampbewakers. "Tweestrijd" toont ons ook het hedendaagse Rusland, waar de kerken opnieuw in ere worden hersteld en men bij gebrek aan eigen iconen maar op rooftocht gaat in de naburige parochies.Booth: Dat geldt voor heel Oost-Europa. Twee jaar geleden was ik in Tirana toen ik bijna van mijn sokken gereden werd door een knalrood bestelwagentje van de Engelse posterijen. Royal Mail was overschilderd, maar het kroontje stond er nog op, net als de Britse nummerplaten trouwens. Het werd gebruikt door een slager, om vlees te vervoeren. Het onderscheid tussen handel en misdaad is daar nog niet doorgedrongen. Het kapitalisme is voor hen een waar geworden droom. En de Russen houden nu eenmaal van dromen: op een dag zal ik rijk zijn, op een dag, ja op een dag... Maar tezelfdertijd zijn ze ook harder geworden voor elkaar. Of je wel of niet te eten hebt, is niet langer een staatszaak. Je moet er nu zelf voor zorgen. Een traditioneel gezegde onder de communisten was: wij doen alsof we werken en zij doen alsof ze ons betalen. Nu word je echt betaald, maar je moet er dan ook wel echt voor werken. Mensen worden met hun eigen verantwoordelijkheden geconfronteerd. En in die zin had Shurik een streepje voor op de andere inwoners van Myshkino: in de goelag had hij voor zichzelf leren zorgen. Een cynicus zou kunnen besluiten dat de goelag een ideale leerschool was voor het kapitalisme. Op het einde van de roman beslist Shurik - het is van bij de aanvang geen verrassing - in Rusland te blijven. Ook al spreekt hij nog Engels, zijn Russisch klinkt vlotter. De goelag heeft van hem een Rus gemaakt; en een levenswijze Rus bovendien. Wraak voor al het leed dat hem is aangedaan, is wel het laatste wat hij wil.Booth: Wanneer je een bepaalde leeftijd hebt bereikt, wil je je niet langer wreken. Life is too short, zoals we in Engeland zeggen. Waarom zou ik me dan druk maken over iemand die net voor mijn neus een parkeerplaats inpikt? Dat is inderdaad levenswijsheid die pas met de jaren komt. Shurik heeft alles al meegemaakt - ironisch genoeg in een land dat de geschiedenis wou laten beginnen bij Lenin omdat alles dáárvoor tsaristisch was. De geschiedenis wordt altijd geschreven door de overwinnaars, ervaart hij. En de verliezers?Booth: Die schrijven romans, zoals Solzjenitsyn of Ratasjinskaja. Martin Booth, "Tweestrijd", Bzztôh, Amsterdam, 207 blz., 690 fr.Marnix Verplancke