Nick Hanauer was twintig jaar geleden de eerste investeerder in Amazon die niet tot de familie van Jeff Bezos, de stichter van de firma, behoorde. Destijds investeerde Hanauer 45.000 dollar (33.850 euro) in het onlinewarenhuis. Later verkocht hij zijn aandelen voor meer dan honderd miljoen dollar. 'Niet kwaad, hè?' zegt hij op de achtentwintigste verdieping van zijn investmentfirma Second Avenue Partners, terwijl hij zijn blik laat glijden over de haven van Seattle, een metropool die enorm boomt. Boeing, Starbucks en Amazon zijn er gevestigd.
...

Nick Hanauer was twintig jaar geleden de eerste investeerder in Amazon die niet tot de familie van Jeff Bezos, de stichter van de firma, behoorde. Destijds investeerde Hanauer 45.000 dollar (33.850 euro) in het onlinewarenhuis. Later verkocht hij zijn aandelen voor meer dan honderd miljoen dollar. 'Niet kwaad, hè?' zegt hij op de achtentwintigste verdieping van zijn investmentfirma Second Avenue Partners, terwijl hij zijn blik laat glijden over de haven van Seattle, een metropool die enorm boomt. Boeing, Starbucks en Amazon zijn er gevestigd. Hanauers vader had ooit een kussenfabriek in de buurt van Stuttgart. Hij vluchtte uit nazi-Duitsland naar de VS, waar hij goed boerde met de overname van de Pacific Coast Feather Company in Seattle. Zoon Nick verkocht in 2007 zijn bedrijf Aquantive voor 6,4 miljard dollar (4,8 miljard euro) aan Microsoft. Sindsdien zwemt de 55-jarige Hanauer in het geld en beschikt hij over al het speelgoed waarmee de rijkaards in de VS graag uitpakken: een jacht, een jet, verschillende villa's. Hanauer is een trotse kapitalist die zich niet schaamt voor zijn welstand. Maar tegelijk denkt Hanauer toch helemaal anders dan de meeste vertegenwoordigers van zijn klasse. In de nieuwste uitgave van het tijdschrift Politico richtte hij zich in een open brief tot zijn miljonairsvrienden. Over die brief discussieert nu heel Amerika. 'De hooivorken komen, en ze komen op ons, de plutocraten, af', waarschuwt Hanauer. Hanauer meent dat de Verenigde Staten in een prerevolutionaire toestand verkeren. De sociale ongelijkheid heeft inmiddels zulke dimensies bereikt dat het land tot een feodale staat dreigt te verkommeren, zegt hij. De miljardairs hebben door hun giften een enorme politieke invloed en kunnen hun belangen doorzetten. Wie zoals hij tot de bovenlaag van 0,1 procent van de maatschappij behoort, wordt elke dag nog rijker. Maar de middenklasse glijdt in armoede af, en dat alles doet hem denken aan het tijdperk van vlak voor de Franse Revolutie, toen de rijken zich ook fantastisch amuseerden en de hooivorken, die het op hen gemunt hadden, niet zagen komen. Vooral de economische politiek van de trickle down-theorie vindt Hanauer 'idioot' en 'zelfvernietigend'. Sedert Reagan gaan de neoklassieke economen ervan uit dat de welstand op een gegeven moment naar beneden doorsijpelt als de kapitaalkrachtigen de kans krijgen om almaar rijker te worden. Hanauer zegt: 'Ik kan jaarlijks ook maar tien broeken en één auto kopen.' Dat zwengelt de economie niet aan. Amerika kan alleen maar opnieuw overeind krabbelen als de brede massa kan consumeren. 'Wij zakenmensen willen dat onze klanten geld hebben, maar tegelijk willen we dat onze werknemers zo weinig mogelijk verdienen. Dat is een contradictie.' Hoe ongelijk de ontwikkeling van de inkomens sedert het Reagantijdperk werkelijk is, toonde onlangs de documentaire film Inequality for all aan, een film waarin ook Hanauer optreedt. In 1978 genoot de rijkste 1 procent van de Amerikaanse samenleving een jaarinkomen van gemiddeld 394.000 dollar (296.000 euro), in 2010 beliep dat inkomen al 1,1 miljoen (827.000 euro). Zelfs rekening gehouden met de koopkrachtcompensatie daalde het inkomen van de gemiddelde mannelijke arbeider in dezelfde periode van 48.000 (36.000 euro) naar 34.000 dollar (25.500 euro). Nu kun je zoals het economische magazine Forbes beweren dat Hanauer niet goed snik is, maar dat raakt hem niet. Hij voelt immers hoe groot de belangstelling voor zijn mening is. Hij is de man die de toon aangeeft in de discussie over het minimumloon. De map op zijn bureau puilt uit van brieven van senatoren en Congresafgevaardigden die hem schrijven dat ze het met hem eens zijn, zegt Hanauer. Hij wordt gesteund door Robert Reich, die onder Bill Clinton een icoon van de Amerikaanse linkerzijde was. Reich heeft een petitie gestart waarin gepleit wordt voor het optrekken van het minimumloon van 7,25 (5,45 euro) naar 15 dollar (11,2 euro) per uur. Want productiviteit en inflatie zouden in de afgelopen jaren zo zeer gestegen zijn dat een uurloon van 15 dollar nu billijk zou zijn, meent Reich. 'Overal in Amerika groeit het aantal mensen dat arm is, hoewel ze werk hebben.' Vorig jaar heeft Hanauer een campagne voor het minimumloon van 15 dollar in het provinciestadje SeaTac gesubsidieerd. Hier zwoegen de werknemers van de luchthaven tegen dumpinglonen. Het kwam tot een referendum waarin de aanhangers van het 15 dollarloon met een voorsprong van 77 stemmen een zeer nipte overwinning behaalden. SeaTac was het begin van een beweging die van de grootstad Seattle over het hele land uitdijde. Toen eind vorig jaar in Seattle een nieuwe burgemeester gekozen werd, draaide de strijd zozeer rond het minimumloon van 15 dollar dat de twee kandidaten het in hun programma opnamen. De overwinning ging naar de Democraat Ed Murray, een homoseksuele katholiek die een commissie meteen de opdracht gaf om plannen met het oog op de realisering van het minimumloon uit te werken. Maar de grootste verrassing was dat in het stadsparlement van Seattle voor de eerste keer sedert 1916 een socialiste werd gekozen: de 41-jarige in India geboren Kshama Sawant, die ook opkomt voor het minimumloon. Ze relativeert de rol van Hanauer. Volgens Sawant heeft Seattle het hoogste minimumloon van de VS niet zozeer te danken aan de campagne van Hanauer, maar eerder aan de acties van de werknemers in de fastfoodrestaurants en aan de Occupy-beweging, die de sociale ongelijkheid van de mensen aan de orde heeft gesteld. Sawant refereert aan opiniepeilingen die het politieke establishment geconfronteerd hebben met het feit dat zeventig procent van de bevolking voor een hoger minimumloon gewonnen is. Naast Hanauer en Sawant zijn vakbondsfunctionarissen, lokale zakenlui, vertegenwoordigers van de handelskamer en de burgemeester van Seattle het met elkaar eens geworden om het minimumloon geleidelijk op te trekken tot 18,13 dollar per uur in 2025, zonder uitzondering. Tegen dat voorstel is geen noemenswaardig verzet gerezen. Een van de arbeidsters die binnenkort meer zullen verdienen is Crystal Thompson, een 33-jarige moeder van twee zonen die in de fastfoodketen Domino's Pizza voor wekelijks 32 werkuren een maandloon van 1250 dollar (940 euro) krijgt, waarmee de alleenstaande moeder, die in een buitenwijk van Seattle woont, helemaal niet rondkomt. Alleen al voor haar huishuur, die ze met een medebewoonster deelt, betaalt ze 800 dollar. Haar achtjarige zoon slaapt op de sofa in de woonkamer. Voor haar andere zoon is er geen plaats. Hij woont bij zijn tante in de stad. Dat ze over tweeënhalf jaar 60 procent meer zou verdienen dan nu kan ze nauwelijks vatten: 'Ik zou ook al met 12 dollar tevreden zijn, maar 15 dollar is werkelijk fantastisch.' Kshama Sawant heeft de website 15now.org in het leven geroepen om de beweging van Seattle over het hele land uit te breiden en te coördineren. Nationaal zijn er inmiddels twintig actiegroepen die voor de 15 dollar strijden, onder andere in New Orleans, Chicago, Philadelphia en New York, waar de linkse burgemeester Bill de Blasio ook met de beweging sympathiseert. Vorige week nog kwamen duizenden werknemers van fastfoodketens in New York, Boston, Los Angeles en andere steden op straat voor de 'fight for 15'. Intussen probeert Hanauer de conservatieven te overtuigen met het argument dat een hoger minimumloon de staatsuitgaven doet dalen. Hij haalt het voorbeeld aan van het concern Walmart, dat met zijn 1,3 miljoen werknemers de grootste werkgever in de VS is. Maar het concern betaalt zijn medewerkers zo slecht dat velen aangewezen zijn op het overheidsziekenfonds Medicaid en op levensmiddelenbons. Tegelijk bedroeg de prefiscale winst van Walmart laatst 27 miljard dollar. Hanauer: 'Als Walmart een miljoen medewerkers die het minst verdienen elk jaar 10.000 dollar meer zou betalen, zou het bedrijf nog altijd 17 miljard winst maken. De werknemers zouden dan niet meer op de bijstand van de staat aangewezen zijn.' Als alle bedrijven hun werknemers fatsoenlijk zouden betalen, zouden de mensen meer koopkracht hebben, waardoor de ondernemingen geen winst zouden moeten derven. Dat minimumlonen werkplaatsen zouden vernietigen wordt tegengesproken door de economische wetenschappers David Card en Alan Krueger, die in de buurstaten New Jersey en Pennsylvania hebben onderzocht welke weerslag een verhoging van het minimumloon met 20 procent in 1992 op de werkgelegenheid heeft gehad. In New Jersey bleek de werkgelegenheid licht gestegen te zijn. Ook Seattle en San Francisco, waar de minimumlonen gemiddeld een stuk forser stegen dan in de rest van de VS, registreerden een grotere economische groei en minder werkloosheid. DOOR MARKUS GRILL; © Der Spiegel