De laatste maanden worden we om de oren geslagen met prijsstijgingen van basisproducten. Die tasten onze koopkracht aan en werken de ongelijkheid in de hand. De bezorgdheid van de politici en de vakbonden is dus terecht. De oplossingen die aangedragen worden gaan van het opvolgen, controleren tot zelfs het aan banden leggen van de prijzen.
...

De laatste maanden worden we om de oren geslagen met prijsstijgingen van basisproducten. Die tasten onze koopkracht aan en werken de ongelijkheid in de hand. De bezorgdheid van de politici en de vakbonden is dus terecht. De oplossingen die aangedragen worden gaan van het opvolgen, controleren tot zelfs het aan banden leggen van de prijzen. Niet een van die oplossingen is goed, omdat ze de prijzen op zich als doel hebben. Prijzen zijn evenwel slechts het topje van de ijsberg; ze zijn de resultante van de onderliggende vrije marktwerking. De oplossing om te komen tot zo láág mogelijke prijzen is simpelweg ervoor zorgen dat de vrije markt goed werkt. Hét kenmerk van een vrije markt is dat ze vrij is. Wanneer bedrijven uit een bepaalde sector een kartel vormen om de prijzen abnormaal hoog te zetten, dan zorgen zij ervoor dat de markt niet meer vrij is en dus niet meer de vooropgestelde baten kan leveren, namelijk zo laag mogelijke prijzen. De economische theorie zegt dat een vrije markt met abnormaal hoge prijzen nieuwe bedrijven aantrekt, omdat die bedrijven denken goedkoper te kunnen verkopen en toch nog winst te maken. Als die nieuwkomers er daadwerkelijk komen, dan is het prijskartel geen lang leven beschoren, omdat het kartel dan marktaandeel verliest. Op die manier lost de vrije markt dit probleem zelf op. Maar dat kan enkel gebeuren als de toetredingsbelemmeringen voor deze nieuwkomers laag genoeg zijn. Bijna elke markt wordt echter gekenmerkt door hoge toetredingsbelemmeringen, waarvan de hoge investeringskosten die een nieuwkomer moet dragen om in een markt binnen te treden een van de belangrijkste is. Door een kartel aan te gaan, geven de marktspelers aan dat ze bereid zijn hun collectieve marktmacht te misbruiken. Ze zouden dus ook bereid kunnen zijn om hun prijzen kunstmatig laag te houden, bijvoorbeeld nadat een nieuwkomer zwaar heeft geïnvesteerd. Als het kartel dit doet, kan de nieuwkomer zijn marktaandeel onmogelijk opbouwen, omdat hij niet onder de te lage prijzen kan bieden. Dat betekent onvermijdelijk zijn faillissement. Een markt waarin kartels vrij spel krijgen, wordt bijgevolg niet gecontesteerd door nieuwkomers en is de facto geen vrije markt. Dat leidt tot een vorm van communisme, waarbij een kartel van privébedrijven de rol van staatsmonopolist opneemt en de prijzen zó zet dat de winst gemaximaliseerd wordt, zonder dat er last is van concurrentiedruk. Het hoeft dus niet te verwonderen dat liberalen zich inzetten tegen kartels. De Europese Commissie, door sommigen neoliberaal genoemd, treedt er al jaren hard tegen op. Onder Neelie Kroes, liberale politica, heeft de EC al miljarden euro's boete gegeven aan bedrijven, waarvan de grootste (899 miljoen euro) voor Microsoft was. Ook minister van Ondernemen en Vereenvoudigen Vincent Van Quickenborne heeft aangekondigd dat hij de strijd aanbindt tegen oneerlijke marktwerking. De minister heeft daarvoor al een instrument, namelijk de Raad voor de Mededinging. Hij zou dat orgaan verder moeten uitbouwen en ervoor zorgen dat het onafhankelijk, met zijn rechterlijke bevoegdheden, kan optreden. door Andreas Tirez