Rik van Cauwelaert
...

Rik van CauwelaertZe bestaan vandaag nog. Alleen heten ze nu spin doctors of specialisten in de politieke en institutionele communicatie. Ze zijn aan de slag in de Wetstraat, in het bedrijfsleven, bij pressiegroepen en lobby's. Allemaal beweren ze door middel van al dan niet zelfontworpen sonarsystemen met grote precisie te kunnen peilen naar de snel wisselende stemmingen onder de bevolking, onder de consumenten. Waarna hun betaalheren dan, vaak blindelings, gaan varen op de door hen uitgestippelde koers. En we kennen ze allemaal, de verhalen van de bollebozen die beweren het gat in de markt te hebben ontdekt, van de hidden persuaders - de verborgen verleiders - die kiezers, verbruikers, lezers de gewenste richting uit duwen. De afgelopen weken werd die werkwijze al een aantal keren aangewend. Een verslaggever van dit blad die wat kanttekeningen maakte bij de manier waarop natuurverenigingen, met de hulp van de Vlaamse overheid, gaandeweg de plaats innemen van de oude grootgrondbezitters en duizenden hectaren natuurgebied onder hun hoede krijgen, moest wel een lakei van de agro-industrie zijn. En dus wordt er in die zin gerepliceerd.Iets soortgelijks is aan de gang in de heilloze mediaoorlog die opnieuw fel is opgeflakkerd. Gedelegeerd bestuurder Bert De Graeve en voorzitter van de raad van bestuur van de VRT Guy Peeters hadden het in hun nieuwjaarsboodschappen over de 'kuiperijen' tegen de openbare omroep vanuit bepaalde persgroepen - voor alle duidelijkheid: dit blad behoort tot een van die groepen.Plotseling vielen er grote woorden en vlogen beschuldigingen over en weer. De doorgaans erg discrete voorzitter Thomas Leysen van de Vlaamse Uitgeversmaatschappij, uitgever van De Standaard en dus gedoodverfde medestander van de VRT, mengde zich in het debat. Terwijl aan de overkant, bij De Morgen, algemeen hoofdredacteur Rudy Collier zich achter het boordkanon posteerde. We hoorden zelfs een oud-hoofdredacteur, die tot voor kort zorgeloos het geld over de balk gooide bij een inmiddels verdwenen televisieweekblad, zijn bezorgdheid uitspreken over de toenemende mediaconcentratie en de gevaren daaraan verbonden voor de democratie. Een nieuwe mediaoorlog was begonnen. Kampen werden gekozen. Het eigen gelijk rondgebazuind. Maar waar ging het nu eigenlijk om? De kwaliteit van onafhankelijke berichtgeving - die kwetsbare kasplant, waarover Hubert van Humbeeck het hier vorige week nog had - kwam niet eens ter sprake.Er was om te beginnen de legitieme vraag of het wel kon dat de specialist in institutionele communicatie ingehuurd door de premier deelneemt aan een federale aanbesteding.Slangen zelf had in december 1999 uitgerekend in dit blad gezegd: 'Dit betekent dat mijn bureau Slangen & Partners geen enkele campagne meer kan doen voor de federale overheid.' Wat naderhand in een brief van Verhofstadts kabinetschef Luc Coene ook werd bevestigd.Na het verhaal in Knack gingen de beffatori van de Wetstraat 16 aan de slag. Er werd meteen gedreigd met zware schadeclaims. De oude schema's werden opgediept: er was hier sprake van een geniepig complot van het blad met de oppositie. Dat het hoofd van de kanselarij van de premier en dus hoogste ambtenaar van het land, Luc Coene - veeleer een slachtoffer in deze zaak, zoals u elders in dit blad kunt lezen -, in minder dan 48 uur zijn versie van de feiten twee keer diende bij te stellen, werd gemakshalve genegeerd.Uiteindelijk werd de hele zaak uitstekend samengevat door Vlaams minister van Media Dirk Van Mechelen. Deze heer van liberalen huize, die bezwaarlijk van heulen met de oppositie kan worden verdacht, verklaarde in De Standaard: 'Noël [Slangen] kent zijn vak, maar het kan niet dat hij met zijn bureau meedoet aan een aanbesteding van de federale overheid.' Dáár gaat het om. Punt uit.