De federale regering snoeit in het ouderen- beleid. Welzijnsminister Luc Martens wil een Vlaams bestuur voor de rusthuizen.
...

De federale regering snoeit in het ouderen- beleid. Welzijnsminister Luc Martens wil een Vlaams bestuur voor de rusthuizen.Terwijl federaal minister van Sociale Zaken Magda De Galan (PS) lineair drastische besparingsmaatregelen doorvoert, weten de rusthuizen nog altijd niet waar ze budgettair aan toe zijn en welk beleid ze kunnen voeren. Dat leidde vorige week al tot een betoging van de sector. De roep om een federalisering van de materie weerklinkt almaar luider. Maar : hoe machteloos staat de Vlaamse minister van Welzijn Luc Martens (CVP) ? LUC MARTENS : Ik kan protesteren en de sector sympathie betonen, maar ik heb juridisch geen instrumenten om een ander beleid af te dwingen. We hebben de federale overheid al in het najaar gewezen op de problemen die zich nu aankondigen. Ik heb er de ministers De Galan, Jean-Luc Dehaene (CVP) en Herman Van Rompuy (CVP) van Begroting in september en januari over aangesproken. Het stoort mij dat minister De Galan de alternatieve besparingsvoorstellen van de sector hooghartig naast zich heeft neergelegd. Ze waren nochtans selectiever, minder lineair, minder bedreigend voor de leefbaarheid van de rusthuizen en hadden hetzelfde budgettaire effect. De federale overheid wil nu een protocolakkoord afsluiten met de Vlaamse regering, waarin het aantal woongelegenheden in de rusthuizen wordt bevroren. Vlaanderen heeft echter in verhouding tot het aantal 60-plussers veel minder woongelegenheden dan Wallonië en Brussel. Kan het in deze context met zo'n protocolakkoord instemmen ? MARTENS : Alleen onder heel strikte condities. Het akkoord blijft beperkt in de tijd en in die periode moeten bepaalde afspraken tot stand komen, die te maken hebben met het objectiveren van de behoeften, met gelijke financiering, harmonisering en integratie. Het moratorium mag er slechts één jaar komen. Intussen moeten we werken aan een gemeenschappelijke programmatienorm. Nu heeft alleen Vlaanderen zo'n norm. Die regelt sinds 1985 de uitbouw van het aantal woongelegenheden in de rusthuizen. Deze programmatienorm moet verfijnd worden, moet bijvoorbeeld rekening houden met de gemiddelde leeftijd van de rusthuisbewoners, die sinds '85 fel gestegen is. Die aanpassing moet doordacht gebeuren, in de wetenschap dat het aantal 75-plussers in Vlaanderen de volgende tien jaar ontzettend gaat toenemen. Een ouderenbeleid voeren is anticiperen. Dat kan perfect, want het fenomeen van de veroudering is heel voorspelbaar. Volgens de rusthuissector slaat het federale beleid de bal grondig mis. Is dit voor u voldoende reden om te zeggen : we eisen defederalisering ? MARTENS : De Vlaamse rusthuizen willen kwaliteitsvol werken. Maar we hebben in Vlaanderen slechts een beperkt aantal bevoegdheden. Terwijl wij een nieuwe inspanning doen om de kwaliteit in de rusthuizen te verhogen, voert de federale regering unilateraal besparingsmaatregelen door : zeven procent besparingen, plus bijkomend twee procent, als de rusthuizen niet meespelen. Het geplande miljard frank besparingen worden dan 1,3 miljard. En er is de federale onwil om op tegenvoorstellen van de sector in te gaan. Alles wijst er dus op dat het hele ouderenzorgbeleid beter kan worden toevertrouwd aan de gemeenschappen, met inbegrip van de middelen die erbij horen. Dat moet, want nu zitten bijvoorbeeld de kwalitatieve sturing en de erkenningen van de sector bij de gemeenschappen, terwijl de middelen federaal zitten. De versnippering van bevoegdheden is te groot ( zie tabel). Hopelijk doet de federale overheid geen pogingen om de rusthuizen op een sluikse manier toch te herfederaliseren. Dat zou jammer zijn. Het ouderenbeleid is te zeer cultuurgebonden. Moet het ouderenbeleid dan volledig de bevoegdheid worden van de minister van Welzijn, of is het veeleer een materie die tot Volksezondheid moet gerekend worden ? MARTENS : Oud worden of zwaar zorgbehoevend zijn, is niet hetzelfde als ziek zijn. De woonfunctie van het rusthuis is gebleven. Mensen wonen daar, leven daar, sterven daar ook. Het rusthuis heeft daarnaast een zorgfunctie. Die heeft te maken met zorgbehoeftigheid, niet met ziek zijn. Een rusthuis is dan een ondersteunend woonmilieu voor zorgbehoeftige ouderen. Wij moeten er ons integendeel voor hoeden het rusthuis te medicaliseren. Wordt de rusthuisbewoner er zelf beter van als de Vlaamse regering het roer overneemt ? Gaat Vlaanderen haar verantwoordelijkheid opnemen en de zorgbehoeftigheid van de oudere bevolking dragen, zodat de kosten voor de ouderen zelf verminderen ? MARTENS : Dat zou toch het eindpunt moeten zijn. Ik vind dat men de humaniteit van een samenleving kan meten aan de zorg die ze betoont ten aanzien van ouderen. Maar ook het profiel van de rusthuisbewoner verandert. We hebben nu generaties mensen met één inkomen. Straks krijgen we koppels met twee inkomens, die bovendien een ander beeld hebben van de mogelijkheden op het vlak van zorg. Door gedifferentieerde zorg aan te bieden, ontdekken mensen dat er naast het rusthuis heel wat andere woonvormen bestaan, die voor hen heel betaalbaar zijn. Moeten de middelen van het Riziv worden overgeheveld naar de gemeenschappen ? MARTENS : Ja. En vanaf 1999 moeten we voor de sector ook een stuk budgettaire ruimte zoeken in Vlaanderen. We moeten ook nadenken over de afhankelijkheidsverzekering, over de dienstencheques en hoe wij die in Vlaanderen kunnen ontwikkelen. Heeft de Vlaamse overheid een langetermijnvisie op de ouderenzorg ? MARTENS : Sinds 1985 kan een oudere in Vlaanderen zelf kiezen uit een flexibel aanbod, als daar zijn : service flats, rusthuizen, RVT's, dag- en nachtverzorgingscentra en thuiszorgdiensten. Het is een horizontale beleidsvoering van ?zorg op maat?. Mensen kunnen op basis van hun zorgvragen, hun eigen zorgarrangement samenstellen. Op dit ogenblik bereid ik rond thuiszorg een concepttekst voor, waarin ik de inbreng van de informele zorgverlener wens te valoriseren en de voorzieningen wat meer te structureren. Wallonië en Brussel voeren een heel ander beleid. Daar vangt men ouderen vooral op in rusthuizen, een relatief dure woonvorm. Met hetzelfde geld kunnen veel meer mensen geholpen worden. Zopas keurde de commissie Welzijn van de Vlaamse Raad het kwaliteitsdecreet goed. Is het moment om dit in te voeren niet wat ongelukkig ? MARTENS : In crisissituaties is het moeilijker om verandering te implementeren. De sfeer is nu demotiverend. Ik kan alleen maar vaststellen dat de sector gezins- en bejaardenhulp na het doorlopen van een proefproject, zelf pleit voor de uitvoering van het decreet. Kwaliteitszorg motiveert heel sterk, ook in de rusthuissector. Rusthuisdirecteuren werken samen met personeel, bewoners en familie rond kwaliteit. Samen stellen ze een kwaliteitshandboek samen, een soort dynamisch draaiboek dat de verschillende stappen van het kwaliteitsproces schetst. Het kabinet van De Galan speelt met het idee bepaalde rusthuisforfaits op te trekken naar het niveau van de forfaits van Rust- en Verzorgingstehuizen. Is dat voldoende ? MARTENS : Zelfs de Rizivtoelagen van de Rust- en Verzorgingstehuizen (de RVT C en B forfaits) zijn te laag om echt goede zorgen te verlenen. Het onderzoek dat het Hoger Instituut van de Arbeid vorig jaar uitvoerde, is hierover heel duidelijk. Gaat u bepaalde pistes onderzoeken die de risico's van de afhankelijkheid proberen in te dekken ? Bijvoorbeeld, de afhankelijkheidsverzekering of de dienstencheques ? MARTENS : De afhankelijkheidsverzekering bestaat al in Duitsland, de dienstencheque in Frankrijk. Ik heb zopas Herman De Leeck, een specialist terzake, gevraagd werkgroepen op te richten die beide pistes moeten onderzoeken. Tegen het einde van deze eeuw moeten wij klaarstaan met een solidair systeem, zodat de meest kwetsbaren in deze samenleving zich geen zorgen hoeven te maken over hun oude dag. Dat pleit ook tegen een private verzekering : die is er alleen voor begoede mensen, die er tijdig mee beginnen. In ons land een afhankelijkheidsverzekering opzetten, kan trouwens niet zonder met de mutualiteiten te praten, die daar een rol in kunnen spelen. Het idee van dienstencheques lag op tafel bij de federale regering, op het moment dat zij de grote kaderwet heeft gestemd. Maar omwille van een bevoegdheidsdiscussie is het afgevoerd. Eigenlijk was het de bedoeling de uitkeringen die de overheid aan de werklozen uitbetaalt, te activeren en die middelen in de vorm van dienstencheques ter beschikking te stellen aan onder meer behoeftige ouderen. Mensen met een beperkt inkomen krijgen dan een aantal cheques en kunnen hiermee bijvoorbeeld diensten van gezins- en bejaardenhulp betalen. Marleen Teugels Het fenomeen van de veroudering in perfect voorspelbaar.