Rik Van Cauwelaert
...

Rik Van CauwelaertHet nummer dat de Congolese president Joseph Kabila vorige week in Le Soir opvoerde, dat van het staatshoofd van een voormalige kolonie die zich in geen geval de wet laat dicteren door de voormalige kolonisator, is een beproefde truc. In een verder verleden voerde zijn voorganger Mobutu Sese Seko dit stukje politiek toneel wel vaker op. Met succes overigens, want na elk van zijn zogenaamde uitvallen tegen de oud-kolonisator ging de Belgische geldbuidel weer wat verder open en werden de Zwitserse rekeningen van de président-fondateur nog wat aangedikt. Zelfs het nummer met de Chinezen die in Congo neerstrijken, hebben we al eens eerder gehad. Sommige lezers herinneren zich zeker het bezoek van Mobutu aan de grote Chinese roerganger Mao Zedong. Een onderhoud, en dat is minder bekend, dat door Mobutu op weinig diplomatieke wijze werd afgerond met de opmerking: 'Il est fou, ce type!' Heeft minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht, tijdens zijn jongste bezoek aan Congo in het gezelschap van minister van Defensie Pieter De Crem en staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel, al te harde taal gebruikt? Afrika- en Congokenners hadden geen goed woord over voor de aanmatigende toon die hij in Kinshasa zou hebben aangeslagen. Maar volgens premier Yves Leterme, daarover ondervraagd in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, verwoordde De Gucht precies wat de huidige regering denkt. Er valt niet te ontkomen, zo sprak de premier, aan de vaststelling dat er in Congo te weinig vooruitgang is geboekt inzake 'goed bestuur'. Men stelle zich even de hilariteit voor in de entourage van de Congolese president bij de lectuur van de diplomatieke depêches uit Brussel, waarin de woorden van de Belgische premier ongetwijfeld werden gerapporteerd. België spendeert, naar het zeggen van de premier, jaarlijks 100 miljoen euro aan ontwikkelingshulp in Congo. Dat is minder dan het bedrag dat de kleptocratie in Kinshasa jaarlijks aan commissies binnenhaalt. Congo is immers geen land. Congo is een gigantisch slagveld waar de grootmachten strijd leveren met de bodemschatten als inzet. De oorlogsbuit wordt er in miljarden dollars berekend. Zogenaamd democratische verkiezingen hebben de machtspositie van Kabila en zijn clan een wettelijk tintje gegeven. Maar op het terrein, vooral in Oost-Congo, gaan het geweld en de plunderingen van het land gewoon door. Zoals in de rest van Afrika hebben Amerikanen en Chinezen op het Congolese terrein in stilte een voorlopig compromis gesloten. En president Joseph Kabila is de om te kopen poortwachter die voor hen de toegang tot de grondstoffenreservoirs regelt. De regering van veteraan Gizenga was nog niet eens geïnstalleerd of Augustin Katumba, de echte sterke man in Congo zonder wie Joseph Kabila geen dag langer aan de macht blijft, vloog al naar China om daar akkoorden te sluiten over grote infrastructuurwerken in ruil voor toegang tot de Congolese bodemschatten. De Congolese machthebbers stellen met plezier vast dat de Chinezen zich niet mengen in de interne Congolese aangelegenheden. Hun optreden is puur zakelijk. Mensenrechten, geweld in de oostelijke gebieden, het zal ze een zorg zijn. Ook de Verenigde Staten laten zich weinig gelegen aan de situatie van de gemiddelde Congolees. Via Katumba, die banden heeft met de Global Resources Group van diamantkoning Benny Steinmetz, controleert Washington ook Joseph Kabila. Katumba heeft rechtstreeks toegang tot de top van het Amerikaanse State Departement via Jendayi Frazer, adjunct-staatssecretaris voor Afrikaanse Zaken en pupil van staatssecretaris Condoleezza Rice. Andere sleutelposities in Congo worden ingenomen door de Israëlische entrepreneur en vertrouweling van de Amerikaanse regering Dan Gertler, die zijn zaakjes al regelde met Laurent Désiré Kabila, de vermoorde vader van de huidige president. Gertler, die ooit voor Kabila een verblijf op de Texaanse ranch van president George W. Bush organiseerde, vergroot met de dag zijn greep op de diamant- en koperwinning. In het licht van de strijd om de toegang tot de Congolese grondstoffen, waarin de Europeanen geen rol van betekenis spelen, is het incident rond het bezoek van minister De Gucht een anekdote. In het beste geval zal de Belgische regering proberen de hulporganisaties in Congo te helpen bij het verbeteren van het lot van de Congolese bevolking. Die heeft sinds de onafhankelijkheid van het land nog nooit van de immense rijkdommen van het land geproefd.