De Nederlandse regisseur, bewerker en scenograaf heeft Shakespeares giftige tragedie over schijn, wezen en jaloezie - "het groenogig monster", zoals de intrigant Jago haar omschrijft - een oer-Hollandse huppeldepup-invalshoek gegeven. Die 'leuke' aanpak werkt dankzij de gemengd Marokkaans-Nederlandse cast heel aanstekelijk, maar botst op het einde van de voorstelling erg onzacht met de grimmige toon van Shakespeare. Ook hoofdrolspeler Bert Luppes, die vorig seizoen onder andere in de bejubelde De Bitterzoet van Theatergroep Hollandia te zien was, valt hier tussen wal en schip.
...

De Nederlandse regisseur, bewerker en scenograaf heeft Shakespeares giftige tragedie over schijn, wezen en jaloezie - "het groenogig monster", zoals de intrigant Jago haar omschrijft - een oer-Hollandse huppeldepup-invalshoek gegeven. Die 'leuke' aanpak werkt dankzij de gemengd Marokkaans-Nederlandse cast heel aanstekelijk, maar botst op het einde van de voorstelling erg onzacht met de grimmige toon van Shakespeare. Ook hoofdrolspeler Bert Luppes, die vorig seizoen onder andere in de bejubelde De Bitterzoet van Theatergroep Hollandia te zien was, valt hier tussen wal en schip. VERPLAATST NAAR SAUDI-ARABIËIn zijn bewerking laat Timmers het 14de-eeuwse Venetië en Cyprus uit het origineel vallen en verplaatst de dramatische actie naar Riyad en het Saudi-Arabische subcontinent ten tijde van een nieuwe, fictieve Golfoorlog. Alle Venetianen zijn bij Timmers Arabieren, het door de Turken bedreigde Cyprus wordt het door Irak aangevallen Koeweit, de doge van Venetië een Arabische sultan die de hulp van de Nederlandse generaal-huurling Othello inroept om Koeweit met een Desert Storm te ontzetten, enzovoort. Een Arabische Shakespeare dus, die in het Arabisch en het Frans wordt gespeeld, met Nederlandse boventiteling. Die actualisering - een ironische weliswaar - lijkt op het eerste gezicht wat makkelijk, maar ze is een haast logisch gevolg van Timmers' keuze om Othello met een bijna volledig Marokkaanse cast op te voeren. Op de Nederlandse acteur Bert Luppes na zijn namelijk alle acteurs ofwel Marokkaan ofwel Nederlander van Marokkaanse origine. Dat soort bi of interculturele theateruitwisselingen leek in het verleden niet echt besteed aan de artistieke leider van Onafhankelijk Toneel, die vaak voor een intellectuele, postmoderne maar ook wel speelse theatermaker versleten werd. Vijf jaar geleden kwam daar verandering in: toen maakte Timmers, samen met enkele Marokkaanse acteurs, De beschaving, mijn moeder, een theaterbewerking van de gelijknamige roman van de Frans-Marokkaanse schrijver Driss Chraïbi. Het resultaat was een guitig werkstuk over culturele identiteit, wars van enige West-Europese laatdunkendheid. Timmers had de smaak duidelijk te pakken en herhaalde in 1997 het experiment met de niet weinig politieke fabel A Love Story. Zowel De beschaving, mijn moeder als A Love Story werden in onze contreien in het Arabisch gespeeld, met Nederlandse boventiteling. Net als Othello dus. In deze productie beperkt de confrontatie tussen twee culturen zich niet langer tot de communicatie tussen acteurs en publiek binnen een voorstelling, maar wordt ze er een thema van. In tegenstelling tot De beschaving, mijn moeder benadert Othello dat thema van bij het begin op een negatieve manier: de Moor van Shakespeare en de Hollander van Timmers blijven buitenstaanders, vreemdelingen die geduld worden zolang ze nuttig zijn. LICHTVOETIG EN UITGELATENDrie jaar geleden legden De Roovers in hun Venetië, een versmelting van De koopman van Venetië en Othello, ook al de klemtoon op dat outcast-motief en het bijhorende racisme. Ondanks haar speelse aanpak maakte de Antwerpse groep zich niet bepaald vrolijk over die thema's. Bij Timmers en het Onafhankelijk Toneel is het net omgekeerd: de speelse werkwijze overvleugelt de duistere gedachten. De speelstijl is lichtvoetig en uitgelaten. Zelfs de geslepen Jago krijgt door de Woody Allen-achtige vertolking van Hassan El Fad de innemende gestalte van de charmante verleider. Het bühnebeeld houdt het eveneens licht en laveert tussen popart en abstractie. De al even dartele mise-en-scène levert bovendien behoorlijk wat (zelf)ironische commentaar op het begrip 'culturele identiteit': zowel de Hollandse als de Arabische cultuur en way of living krijgen een veeg uit de pan. De Arabische gezwindheid is zelfs de vertaler van de boventiteling een keer te vlug af: "Dit gaat echt te snel...", lezen we dan op het elektronische bord. Timmers hanteert de lach als voornaamste wapen tegen xenofobie en culturele segregatie. Een sterk theaterwapen, maar niet sterk genoeg om op het einde van de voorstelling de zelfgedolven kloof tussen humor en ernst te overbruggen.Voorstellingen op 26 en 27/1 in Antwerpen (Monty), 1/2 in Brussel (de bottelarij), 13 en 14/2 in Mechelen (MMT), 17/2 in Breda (Chassé Theater) en op 20/2 in Eindhoven (Stadsschouwburg).Paul Verduyckt