Woensdag 19 september 2001. Op de luchthaven van Los Angeles stijgt een Boeing 727 op met aan boord veiligheidsagent Jason Blum en een elegante zakenvrouw van midden de veertig. De vrouw, Najiah Bin Laden, is in alle staten. Ze vertelt Blum hoe ze jaren ongestoord in de chique wijk Westwood in LA gewoond heeft en met volle teugen genoot van paardrijden en winkelen. Ze is woest op haar broer Osama. Door hem wordt ze nu, acht dagen na 9/11, gedwongen om terug te keren naar Saudi-Arabië.
...

Woensdag 19 september 2001. Op de luchthaven van Los Angeles stijgt een Boeing 727 op met aan boord veiligheidsagent Jason Blum en een elegante zakenvrouw van midden de veertig. De vrouw, Najiah Bin Laden, is in alle staten. Ze vertelt Blum hoe ze jaren ongestoord in de chique wijk Westwood in LA gewoond heeft en met volle teugen genoot van paardrijden en winkelen. Ze is woest op haar broer Osama. Door hem wordt ze nu, acht dagen na 9/11, gedwongen om terug te keren naar Saudi-Arabië. 'Ik heb Osama in geen dertig jaar gesproken', zegt ze. 'Ik kan maar niet geloven dat een lid van mijn familie hier verantwoordelijk voor is.' 'Misschien heeft iemand anders het gedaan', oppert Blum. 'Na de terreuraanslag in Oklahoma gingen de eerste speculaties ook in de richting van moslimextremisten. Later bleken de daders gefrustreerde Amerikanen te zijn.' 'Nee,' antwoordt Najiah beslist, 'dit is het werk van Osama.' De Boeing vliegt van luchthaven naar luchthaven, om bij elke tussenstop een nieuwe lading familieleden van superterrorist Osama Bin Laden op te pikken. De sfeer aan boord is die van een koffietafel na een begrafenis. Enkele Bin Ladens hebben elkaar lange tijd niet gezien en praten bij, anderen huilen. 'De meeste vrouwen waren modieus gekleed', vertelde Jason Blum een paar jaar later aan de Amerikaanse journalist Steve Coll. 'Toen we Parijs naderden, trokken ze een abaja aan, een lang gewaad, omdat ze daar moesten overstappen op een vliegtuig van de Saudische regering. Sommigen wachtten zo lang mogelijk met zich om te kleden.' Triest en verslagen keerden die 19e september de in Amerika verblijvende broers, zussen, neven en nichten van Osama terug naar Saudi-Arabië, het land waar hun vader Mohammed in de jaren dertig van de vorige eeuw de wortels legde voor het succesverhaal van de familie Bin Laden. Tweevoudig Pulitzerprijswinnaar Steve Coll voerde de voorbije jaren aan diepgaand onderzoek naar de familie van Amerika's vijand nummer één. Het resultaat is de briljante biografie De Bin Ladens. Coll schrijft voor The New Yorker en is ceo van de denktank The New America Foundation. STEVECOLL: Dat land is ongetwijfeld het moeilijkste waar ik ooit gewerkt heb. Het is een uiterst gesloten samenleving, en het heeft me heel wat moeite gekost om als journalist de juiste 'ingangen' te vinden. Die ingangen waren onontbeerlijk, want de geschiedenis van de familie Bin Laden loopt parallel met die van Saudi-Arabië. De stichter van het familie-imperium, Mohammed Bin Laden, emigreerde als arme vijftienjarige wees begin jaren dertig van Jemen naar Saudi-Arabië. Hij leerde de stiel van metselaar. De jaren van de Depressie tot het einde van de Tweede Wereldoorlog waren keihard, Mohammed moest alles op alles zetten om te overleven. Hij begon zijn eigen bouwbedrijfje, en in de tweede helft van de jaren veertig draaide het steeds beter. Zijn succes had hij integraal te danken aan zijn gevlei bij de Saudische koninklijke familie. Die begon toen pas haar onmetelijke olierijkdom te verzamelen. Mohammed vulde de gaten die ontstonden nadat de internationale bouwbedrijven wegtrokken omdat ze werken in Saudie-Arabië veel te frustrerend vonden. Hij promoveerde snel tot hoofdaannemer voor de bouw van moskeeën in Mekka en Medina en voor de bouw van de protserige paleizen van de koning en de prinsen. Van die eerste jaren tot nu is de familie Bin Laden sterk verweven met het koningshuis van Al-Saud. Zonder die innige band hadden Mohammed en zijn nakomelingen nooit zo'n fortuin kunnen opbouwen. Mohammed begreep dat hij het geld van de Al-Sauds nodig had, en paste zich bij elke wissel van de macht razendsnel aan. Als de koning stierf en er een nieuwe kroonprins op de troon kwam, slaagde hij er telkens weer in om zichzelf bij de nieuwe koning aan te prijzen. COLL: Hij was een ambitieuze man die materiële rijkdom nastreefde, maar dat wil niet zeggen dat hij zich daar vervolgens in nestelde. Hij was een workaholic. Hij stamde uit een gemeenschap in Jemen waarvoor het niet ongewoon was dat mannen hun familie verlieten om in het buitenland fortuin te gaan maken. Ondanks het harde werken genoot hij van zijn welstand. Hij trouwde ontelbare keren, met als resultaat 54 kinderen. Zijn leven lang kwam er maar geen einde aan zijn honger naar nieuwe vrouwen. Hij kocht ook een hele vloot privéjets, maar die dienden allemaal bijna uitsluitend voor het werk. COLL: Als je plots immens rijk wordt, is het net alsof je de loterij gewonnen hebt. In het geval van de Saudische prinsen was die plotse rijkdom geen zegen. De verlokkingen van het decadente Westen vonden ze interessanter dan het welzijn van hun verpauperde onderdanen. Maar het mes snijdt aan twee kanten: het is juist dat de Bin Ladens en de Al-Sauds zeer inhalig geweest zijn en zich nog steeds in luxe wentelen, maar waar kwamen die ideeën vandaan om keukens van 200.000 dollar te kopen, of om zich in westerse luxehotels in bacchanalen te storten? Ze hebben die overvloed leren kennen door hun Amerikaanse zakenpartners. Die hebben hen in verleiding gebracht en hen voorgehouden dat ze met geld alles konden kopen. Ze zitten voortdurend geprangd tussen het islamitische ideaal van een godsvruchtig leven aan de ene, en modernisering aan de andere kant. Koning Faisal stelde dat modernisering mogelijk is zonder secularisatie. Die ideeën van Faisal inspireerden Osama Bin Laden. Osama omarmt de technologie, hij gelooft niet in 'de totale terugkeer naar de tijd van de Profeet', zoals de Afghaanse taliban prediken. Osama omarmt de moderne technologie om zijn aanvallen te kunnen uitvoeren en gebruikt de moderne communicatiemiddelen om zijn 'merk' Al-Qaeda in de markt te zetten. Voor de andere leden van de Bin Ladenfamilie en de Al-Sauds betekende modernisering vooral verwestering en het ontdekken van vrijheid en overvloed. COLL: Voor het Amerikaanse publiek is Salem Bin Laden ongetwijfeld het allereerste sympathieke Saudische karakter waarmee het kennis maakt. (lacht) Salem is erg herkenbaar voor ons: hij hield van zakendoen, was spontaan en egalitair. Hij was dol op rock-'n-roll en gedroeg zich niet als een pretentieuze snob. Doorheen de geschiedenis van de Bin Ladens loopt er een spoor van charismatische genialiteit dat start bij de ambitieuze Mohammed, geërfd wordt door de uitbundige Salem, en ook overgenomen is door Osama, maar dan in een verstoorde vorm. COLL: In de context van Saudi-Arabië zijn veel van Osama's xenofobe, nazistische, antisemitische ideeën perfect normaal. Koning Faisal himself was een notoir antisemiet. Wij zien Osama als een extremist, maar jarenlang werd hij in Saudi-Arabië beschouwd als een autoriteit. Toen hij de Afghaanse moslimfundamentalisten actief ging helpen in hun strijd tegen de Sovjets, werd dat als een legitieme verzetsdaad gezien. COLL: Daar is geen direct bewijs voor. De CIA financierde wel een andere moslimfundamentalist, commandant Haqqani, die nauw samenwerkte met Osama. Dat CIA-geld kan gebruikt zijn om in augustus van 1988 Al-Qaeda, 'De Basis', op te richten. De oorspronkelijke bedoeling van Al-Qaeda was om alle moslims die tegen de sovjets vochten een uitvalsbasis te bezorgen om andere goddeloze vijanden van de islam te bekampen. Het was in het begin een kleine organisatie, en het leek toen onwaarschijnlijk dat de groepering ooit tot een grote oorlog in staat zou zijn. Die oorlog is er wel degelijk gekomen - vooral tegen het goddeloze Amerika, dat ervan beschuldigd wordt de onzichtbare hand te zijn in alles wat misgaat in het Midden-Oosten. Het is heel interessant om de geschriften van Osama te lezen. Hij laveert voortdurend tussen politieke beschouwingen - over de problemen in Israël, over de oorlog in Irak - en religieuze beschouwingen, waarin hij zichzelf beschouwt als het instrument van God in een oorlog die tot het laatste oordeel zal duren. Zijn strijd stopt niet als er vrede is tussen Israëli's en Palestijnen, of als Amerika zich terugtrekt uit Irak. Zijn oorlog stopt pas als iedereen bekeerd is tot de islam. Dat heeft belangrijke consequenties. Als je een conflict kunt oplossen door politieke problemen de wereld uit te helpen, is er altijd een marge voor onderhandelingen. Maar als het ultieme doel van een van de strijdende partijen de Apocalyps is, ziet de toekomst er wel heel somber uit. Het antwoord van George W. Bush op de aanslagen van 11 september 2001, namelijk de invasie in Irak, was geen goed idee. Integendeel, met de start van die oorlog bood Bush Osama op een zilveren schaaltje aan wat die laatste eigenlijk wou: Irak plaatste Osama op gelijke voet met de president van de Verenigde Staten. Ze vechten nu echt een oorlog uit tussen de beschavingen, waarbij Osama het Oosten, en Bush het Westen vertegenwoordigt. Als we dat conflict ooit willen oplossen, zullen we moeten erkennen dat het geen clash tussen de islam en het christendom is, maar dat het in de eerste plaats een conflict is binnen de islamwereld tussen gewelddadige radicalen en moslims die de wereld niet door geweld willen veranderen. Een deel van onze strategie moet erop gericht zijn om niet aan Osama's verwachtingen te voldoen, en hem steeds onbeduidender te maken. Na 9/11 zat Osama in een depressie. De aanvallen hadden niet het resultaat opgeleverd waarop hij gehoopt had. Hij ging ervan uit dat na het instorten van de torens van het World Trade Center de rest van de Amerikaanse economie zou volgen. Hij maakte zelfs lijstjes van de economische verliezen en van de neergang van de aandelen van Amerikaanse bedrijven. Maar de totale crash bleef uit. Door de idiote inval in Irak is Bush erin geslaagd om het bezwaarde gemoed van Osama snel weer op te peppen. COLL: Vader George H.W. Bush en de Bin Ladens hebben begin jaren negentig geparticipeerd in het investeringsfonds Carlyle. Bush maakte toen promotie voor Carlyle bij rijke Arabieren. Hij overtuigde de Bin Ladens ervan om minstens 2 miljoen dollar te investeren. Toen zoon George W. Bush nog in de oliebusiness actief was, zou hij via zijn toenmalige zakenpartner Jim Bath geld van de Bin Ladens gekregen hebben. Bath ontkent nu in alle toonaarden dat het ooit gebeurd is, maar het laatste woord is daar zeker nog niet over gezegd. En dan was er die legen-darische vlucht op 19 september 2001 waarbij de familie uit Amerika geëvacueerd werd. Sommigen beschuldigen president Bush ervan dat hij de Bin Ladens de hand boven het hoofd gehouden heeft en hielp 'ontsnappen'. COLL: Nee. Ze hebben een paar partner-ships met westerse bedrijven verloren, en ze hebben heel wat ongewenste aandacht gekregen. Ze hebben zich gedistantieerd van de acties van Osama, maar zijn na 9/11 over het algemeen toch erg stil gebleven. Die oorverdovende stilte heeft hen in Amerika niet populairder gemaakt. COLL: Ze zitten zelf graag achter de stuurknuppel van een vliegtuig, en houden van risico's. Het is inderdaad opvallend, die opeenvolgende vliegtuigcrashes en ook 'bijna-crashes' veroorzaakt door de Bin Ladens in Amerika. Ongetwijfeld speelden de fatale ongelukken van Osama's broer en vader een psychologische rol bij zijn plannen voor 9/11. Het is niet denkbeeldig dat hij op een of andere manier de Amerikanen verantwoordelijk hield voor hun dood. Osama is in zijn publiek optreden altijd erg loyaal geweest tegenover zijn familie, ook al namen zij in 1993 resoluut afstand van hem en blokkeerden ze zijn toegang tot het familiekapitaal. Hij keerde zich toen tegen de Al-Sauds en beschuldigde hen ervan dat zij zijn broers hadden gedwongen om hem te dumpen. In de jaren tachtig heeft Salem hem van wapens voorzien voor zijn strijd in Afghanistan. Ook al gedroeg Salem zich als een seculiere bon vivant, toch heeft Osama hem nooit bekritiseerd. Zolang Salem een moslim bleef, was het oké. 'Het is niet aan mij om over Salem te oordelen,' zei hij, 'dat oordeel behoort Allah toe.' COLL: Heel wat broers en zussen beweren dat ze alle contact met hem verbroken hebben, maar er zijn er zeker nog die heimelijk met hem sympathiseren. Of ze hem ooit geld gegeven hebben, valt niet te achterhalen wegens de chaotische manier waarop het bedrijf van de Bin Ladens georganiseerd is. Osama's moeder en zijn stiefbroer waren begin 2001 wel aanwezig op het huwelijk van zijn zoon Mohammed in Afghanistan. En dan zijn er Osama's eigen kinderen. Hij heeft er een stuk of twintig bij vijf verschillende vrouwen. De vrouwen zijn vertrokken, maar zijn zonen Saad, Hamzah, Sayf, Mohammed, Khalid en Ladin leven nog bij hem in Afghanistan. Abdullah, Ali en Omar zijn weggegaan. COLL: U bedoelt de Britse oma Jane Felix-Browne, die er met de jonge Bin Laden vandoor gegaan is? Waarom? Om wat ik over haar schoonvader schrijf? COLL: Hm. Dat bedrag stond wel in de Amerikaanse maar niet in de Britse editie van het boek, omdat de uitgever bang was voor dit soort reacties. Blijkbaar is ze er dan toch achtergekomen. Hopelijk loop ik haar niet ergens tegen het lijf. STEVE COLL , DE BIN LADENS. EEN ARABISCHE FAMILIE IN HET HART VAN DE WERELD. UITGEVERIJ MOURIA, 559 BLZ, 25 EURO. VERTALING EN BEWERKING: JAN STEVENS. dooR STEVE COLL