Sinds 13 juni zijn er al riemen papier besteed aan de paarse regering en de koers die de CVP - voor het eerst sinds mensenheugenis in de oppositie - nu dient te volgen. Nochtans heeft de CVP voldoende knowhow in huis om weerstand te bieden aan dergelijk paars verbond. Stefaan De Clerck en de zijnen moeten maar het oor te luisteren leggen bij hun Limburgse mandatarissen.
...

Sinds 13 juni zijn er al riemen papier besteed aan de paarse regering en de koers die de CVP - voor het eerst sinds mensenheugenis in de oppositie - nu dient te volgen. Nochtans heeft de CVP voldoende knowhow in huis om weerstand te bieden aan dergelijk paars verbond. Stefaan De Clerck en de zijnen moeten maar het oor te luisteren leggen bij hun Limburgse mandatarissen.Nu al bijna tien jaar geleden - vanaf 'zwarte zondag' in 1991 - zorgde de Limburgse CVP voor een opmerkelijke primeur door in provincieraad en -bestuur in de oppositie te belanden. En daar zit ze nog steeds. Drie jaar later, bij de gemeenteraadsverkiezingen van '94, kleurde de Limburgse kaart nog paarser. Toch maken de Limburgse christen-democraten vandaag een positieve balans op: op lange termijn heeft hun oppositiekuur wellicht meer voor- dan nadelen opgeleverd. Dat vindt althans Theo Kelchtermans (57), senator, oud-minister en burgemeester van Peer. Wat niet wil zeggen dat het een aangenaam gevoel was, als eerste door een paars verbond buitengesloten te worden.Theo Kelchtermans: In 1991 zagen we de paarse machtswissel absoluut niet aankomen. Het was dan ook een fameuze schok toen de CVP uit het provinciebestuur verdween. Alles welbeschouwd was die nederlaag onze eigen schuld. De CVP zat te lang in de meerderheid, en gewenning aan macht werkt de sclerose altijd in de hand. Ik weet het, het is een typische post-factumanalyse, want er bestaat geen meerderheidspartij die vrijwillig voor de oppositie kiest. Ook niet dat de CVP in Limburg een slecht beleid had gevoerd. Alleen win je vandaag geen verkiezingen meer op de kwaliteit van je beleid, maar op de verwachtingen die je kan losmaken. Een degelijk beleid is weliswaar een van de beste troeven om je degelijkheid te bewijzen, maar het volstaat allang niet meer om een verkiezing te winnen - in die analyse zal de federale CVP zich sinds 13 juni ook wel herkennen. In Limburg straalde de CVP in '91 te weinig hoop uit. Bovendien koesterde de CVP de valse indruk onvervangbaar te zijn. We gingen ervan uit dat we de regels van het spel bepaalden en beheersten. Een provinciebestuur zonder de CVP, dat was ondenkbaar. Bovendien geloofden de andere partijen dat nog sterker dan wij. Dat heeft ons helemaal verblind. Vandaar de schok. De Oude Grieken zeiden het al: de dag dat er hubris (overmoed) komt, is het einde nabij. Als er één les is die Limburg aan Vlaanderen kan geven, dan is het die van de bescheidenheid. Nadien pasten we wel op onze tellen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van '94 zat de schrik er toch in dat het provinciale experiment een paars vervolg zou krijgen op gemeentelijk niveau. Maar we hadden de les van '91 goed begrepen. De CVP had stevig gemobiliseerd en kon bogen op stevige lijsten. Bovendien hadden we ons ingedekt met een aantal voorakkoorden.O ja?Kelchtermans: Ik ben daar eerlijk in. Iedereen weet wat er de weken voor de verkiezingen gebeurt. In alle gemeenten nemen de verschillende partijen onderling contact op en sluiten ze voorakkoorden af: soms voorwaardelijk, soms niet. Wie daarover andere theorieën verkoopt, is hypocriet. In een aantal belangrijke Limburgse gemeenten die vandaag 'paars' zijn, had de CVP in '94 dus vooraf getekende bestuursakkoorden, wisselend met de SP of de VLD. In Maasmechelen was er een getekend akkoord met de SP. In Hasselt was er een getekend akkoord met de SP. Dat was de dag ervoor nog bevestigd. De dag ervoor! In Sint-Truiden niet anders.(met hoge stem) Maar op de avond van de verkiezingsdag merkten we dat er al een hele tijd een dubbel circuit geopereerd moet hebben. Al die voorakkoorden met de CVP werden ineens bewust gebroken en ter plaatse vervangen door paarse akkoorden. Diezelfde avond al waren de nieuwe coalities gevormd. Bij de CVP konden we dat goed volgen via TV Limburg. Een na een passeerden ze in rechtstreekse uitzending de revue, de nieuwe burgemeesters van Hasselt, Lanaken, Maasmechelen... noem ze maar op, die vijftien paarse coalities. De verbijstering moet groot geweest zijn, die avond in het CVP-hoofdkwartier.Kelchtermans: Dat is nog zacht uitgedrukt. Het deed pijn. In de eerste plaats omdat we de verkiezingen eigenlijk gewonnen hadden. In Limburg ging de CVP procentueel vooruit: gemiddeld veertig procent, met uitschieters tot 65 procent. Ons resultaat was dus veel beter dan het landelijke gemiddelde van de partij. Maar de provinciale paarse coalitie zat toen nog in haar eerste adem, en vertrekkend vanuit dat enthousiasme hebben die partijen hun formule aan verschillende gemeenten opgelegd. Het deed ook pijn omdat er in de politiek niets zo erg is als een gegeven woord breken. Dat is onze erecode, en die is duidelijk. In het voetbal laat je je niet omkopen, in de politiek verloochent een mandataris zijn handtekening niet. Vandaar dat wij CVP-afdelingen die dezelfde fout maakten (Riemst) publiek de levieten hebben gelezen. Woordbreuk, dat doe je niet. Zoiets laat nog jaren littekens na, zeker bij de bedrogen partner. Inmiddels zijn al die zaken wel uitgepraat. Volgens de andere partijen waren de akkoorden met de CVP alleen door lokale politici afgesloten, zonder patronage van nationale of provinciale mandatarissen. We zullen in de toekomst dus beter uitkijken. Maar ik blijf erbij: wie afspraken maakt, moet die nakomen. Daarom blijf ik ook voorstander van voorakkoorden. Als we die techniek met respect voor de verkiezingsuitslag hanteren, is dat een volwassen vorm van politiek.Wij leiden uit uw woorden af: Limburgse politici hebben het vandaag druk met praten en bedisselen. De CVP laat zich geen twee keer ringeloren.Kelchtermans: Er wordt inderdaad gepraat, nu eens met de SP, dan met de VLD. Onze ambitie is tweeledig. Eén: een terugkeer in het provinciaal bestuur. Twee: in de gemeenten de schande van '94 uitwissen. Zeker op provinciaal niveau mikken we op een grote coalitie met een ruim maatschappelijk draagvlak. Het is niet goed dat een belangrijk deel van de gemeenschap zich te lang uitgesloten voelt. Limburg heeft een grote, sterke coalitie nodig. En liever met een partij te veel dan met een te weinig. U spreekt dus van een driepartijencoalitie. Vandaag besturen SP, VLD en VU samen Limburg. Een gokje: de VU eruit, de CVP erbij.Kelchtermans: Ik pin me niet vast op één formule, maar het kan. De toekomst voor de VU ziet er sowieso niet rooskleurig uit. Haar kritische massa is te klein - de jongeren die zich door haar specifieke thema's aangetrokken voelen en waaruit de partij ooit kan rekruteren. In die zin heeft Agalev veel meer toekomst. Neem Johan Sauwens weg en die partij bestaat in Limburg niet meer. Maar het is te vroeg om over concrete scenario's te spreken. Fundamenteel is: we willen opnieuw de plaats bezetten die ons toekomt. En we beseffen dat de CVP nooit meer dezelfde partij zal zijn als vroeger. We zijn gelouterd. Vandaag wil de CVP haar plaats innemen onder gelijken. Ik beklemtoon: gelijken. Niet dat we niet meer de grootste partij kunnen of willen zijn. Maar de oude arrogantie is weg. Iedereen weet nu dat je je in een coalitie niet meer als een prima donna kunt gedragen. Dat is ook de reden waarom we destijds in de provinciale oppositie zijn beland. Wij zouden ook niet accepteren van anderen dat zij ons zouden bejegenen zoals de CVP dat destijds soms deed. Maar die tijd is voorgoed voorbij.Dat klinkt merkwaardig uit de mond van de belangrijkste CVP'er van Noord-Limburg, een regio waar uw partij nog altijd grossiert in absolute meerderheden. Wat is uw geheim om meer dan vijftig procent van de stemmen en/of zetels te behalen?Kelchtermans: Daarin slagen we door een goede inbedding van de mandatarissen in de maatschappelijke organisaties, gekoppeld aan een sterke verwevenheid tussen het lokale bestuur en de maatschappelijke initiatiefnemers. Neem bijvoorbeeld het bekende Rhythm and Blues-festival van Peer. Een privé-initiatief, maar vanuit de gemeente steunen we dat waar en wanneer we kunnen. En die attitude geldt voor alle organisaties. Elders sterven harmonieën en fanfares uit, bij ons floreren ze, ze bouwen zelfs hun eigen zalen. Natuurlijk, met de steun van de gemeente. De formule is eenvoudig. De lokale overheid houdt de lokale organisaties een wortel voor. Die hebben maar te bijten, maar ze moeten er wel zelf voor gaan. En dat leidt tot wederzijdse tevredenheid. Het ongenoegen over de CVP is dus zeker niet algemeen. Veel mensen ervaren onze oppositie als onrechtvaardig. Al weet ik vandaag wel dat die oppositie ons ver vooruit heeft gebracht. In de oppositie hebben we aan een réveille kunnen werken. Bijvoorbeeld door op onze lijsten ruimte te maken voor mensen die vroeger ook op ons verlanglijstje stonden, maar die we nooit een interessante plaats konden geven omdat we zoveel schepenen hadden die we niet voor het hoofd konden stoten. Zes jaar later zien veel oudere mandatarissen in dat het tijd is voor een nieuwe generatie. (spontaan) Net zoals de ministers van de vorige Vlaamse regering moeten beseffen dat er geen weg terug is. U hoort daar zelf bij.Kelchtermans: Inderdaad. Ik herhaal: voor de ministers die het podium verlaten hebben, is het een illusie terug te keren. Dit is geen tijdelijke onderbreking. Niet dat geen uitzonderingen mogelijk zijn op die regel - een slachtpartij is niet nodig - maar de oudere generatie zou zich niet mogen vastklampen aan het verleden. Luc Van den Brande, Wivina Demeester, ikzelf, wij waren al minister in de tijd van Wilfried Martens en Gaston Geens. Onze tijd voor nationale uitvoerende mandaten is voorbij. Er zijn wel meer parallellen te trekken tussen uw analyse van de Limburgse toestand en wat de CVP in Vlaanderen overkwam. Eén: er was gewenning aan de macht en een gevoel van onvervangbaarheid. Twee: de CVP zei dat het bestuur goed was, maar de kiezer miste een bezielend perspectief voor de toekomst. Drie: een oude generatie die de jongeren misschien te lang onder de duim houdt.Kelchtermans: Op het partijbureau na 13 juni heb ik als een van de laatsten het woord gevoerd. Toen heb ik gezegd dat ik ervan overtuigd ben dat de CVP over een aantal jaren 13 juni 1999 als een godsgeschenk zal zien: 'Er zal een moment komen dat jullie denken aan de dag van vandaag.' De CVP krijgt nu immers eindelijk de kans om zich met zichzelf bezig te houden. Tot nu toe waren we altijd met dossiers in de weer - ik weet zelf ook wel hoe ik werkte. We konden geen andere vragen beantwoorden dan over een dossier of over een praktisch probleem. Wellicht hadden we zo'n mokerslag nodig. Op 13 juni zakten we van 28 naar 22 procent. Dat was niet leuk, maar op de keper beschouwd ook niet dramatisch. Laten we eerlijk zijn, ook zonder de dioxinecrisis hadden we wellicht een half tot één procent verloren. Dan zou het ordewoord geweest zijn: behoorlijke uitslag, we moeten een lichte achteruitgang aanvaarden, dat is inherent aan een regeringspartij. Niemand zou zich bezonnen hebben over de toestand van de CVP. Nu zegt de man in de straat: vernieuwing is misschien niet slecht, maar eigenlijk verdiende de CVP dat niet, en zeker niet Dehaene. Kortom, oppositie biedt enorme kansen. We moeten ze wel grijpen, want een tweede mokerslag kan fataal zijn. Maar ik ben niet bang van een nieuwe klap. In Limburg is die ook uitgebleven. Bij de provincie- en gemeenteraadsverkiezingen van '94 gingen we stevig vooruit. En nu staat de CVP er opnieuw paraat, moderner en jonger dan voorheen. Dat antwoord ik op het nationale partijbestuur altijd aan partijgenoten die het doemdenken als systeem hanteren.Uw optimisme steekt inderdaad schril af bij de ontreddering van veel CVP'ers.Kelchtermans: Zelfs als deze paarse regering voortijdig in de problemen zou komen, zal ik ervoor pleiten om de oppositiekuur níét voortijdig te beëindigen. We hoeven er echt niet zo snel mogelijk weer 'bij te horen'. We zijn net gestart met een herbronning en een interne reorganisatie en dat werk moeten we afmaken. Vandaag zijn we er nog lang niet - de parlementaire oppositie zit bijvoorbeeld nog niet helemaal op kruissnelheid. De CVP heeft de volle vier jaar oppositie echt wel nodig om die operatie met succes te voltooien. Al moeten we ook snelle resultaten behalen. Iedereen erkent het enorme belang van de nakende gemeenteraadsverkiezingen. En de tegenstrevers zullen het de CVP niet gemakkelijk maken. Norbert De Batselier weet bijvoorbeeld maar al te goed waarom hij nu de decumuldiscussie voert.U ontwaart achter dat jargon van Nieuwe Politieke Cultuur een poging om de CVP een hak te zetten.Kelchtermans: Norbert is niet alleen een stevige ideoloog, maar ook een sterk strateeg. Ik ken hem goed. Veel van zijn invalshoeken zijn berekend. Op het eerste gezicht zie je dat niet, maar maak u geen illusies. Neem zijn decumulvoorstel. Hij weet natuurlijk precies hoeveel ieder scenario zal opleveren aan winst of verlies. Alle partijen rekenen dat trouwens na. Over dit soort onderwerpen komt op geen enkel partijbureau een tekst of die berekening staat erbij. Meestal in een afzonderlijke nota, die dan niet naar buiten gaat. Theo Kelchtermans, burgemeester van Peer, was jarenlang lid van opeenvolgende Vlaamse regeringen die verketterd werden door de Vlaamse burgemeesters om hun immense bedilzucht.Kelchtermans: Ik heb het resultaat van onze wetgeving pas achteraf aan den lijve ondervonden. Toen ik de eerste keer zelf een kapvergunning moest afleveren, merkte ik dat ik elf handtekeningen moest zetten. En dan moest die boer nog zelf een foto maken van zijn boom. Die man had bovendien geen fototoestel, dus je moest hem bezig horen: 'Wie heeft dat toch allemaal uitgevonden?' Auteur van die wetgeving was dus ikzelf, als minister van Leefmilieu. Alleen had ik geen weet van al die concrete voorwaarden. Dat komt zo. In de regeringen-Van den Brande was depolitisering een sleutelbegrip. We delegeerden veel naar de ambtenaren. En zij vertaalden, naar eer en geweten, relatief eenvoudige decreten in een waslijst van praktische richtlijnen. Een ander gevolg van die depolitisering is dat sommige ambtenaren vandaag te veel macht hebben. Ik heb uit de praktijk moeten leren dat het afdelingshoofd van Aminal in Hasselt - overigens een correct man - haast meer te zeggen heeft over ruimtelijke ordening dan de Limburgse politici. Burgemeesters en schepenen hebben bijna niets te zeggen over ruimtelijke ordening. Ja, wij mogen onze handtekening plaatsen bij het zogezegde 'advies' van de ambtenaar. Maar de regel luidt: een negatief advies is dwingend. Alleen een positief advies kan een burgemeester ombuigen.De ambtenaar kreeg net die bevoegdheid ter bescherming van de ruimtelijke ordening. Veel politici durfden niet goed 'nee' te zeggen bij een bouwaanvraag.Kelchtermans: Maar ik ben een groot voorstander van depolitisering. Op ieder bestuursniveau moeten de ambtenaren maximaal kunnen adviseren, en dat advies moet zakelijk zijn, en technisch. Maar de finale handtekening is een politieke beslissing en komt dus politici toe. Niet de ambtenaar. Omdat die geen publieke verantwoording moet afleggen. De CVP herinnert de paarse meerderheid vaak aan haar belofte om overtollige wetten te schrappen. Voelt u zich als voormalig milieuminister en dus auteur van vuistdikke decreten, hierbij niet geviseerd?Kelchtermans: De milieuwet willen vereenvoudigen, is de grootste illusie die er bestaat. Ik begrijp volkomen dat een eenvoudige burger klaagt dat het Mestdecreet een onleesbare brok is. Ik aanvaard evenwel niet dat Boerenbond aankomt met die opmerkingen. Want die weet beter. Hij stuurde z'n beste mensen naar de werkgroepen, en die deden hun best om voor ieder type van bedrijf - en daar zaten individuele gevallen tussen - een uitzondering te maken. Vraag mij om een eenvoudige mestwetgeving, dan schrijf ik die op vijf bladzijden. Dan zeg ik simpel dat je alle nitraatrichtlijnen moet respecteren en dat heel Vlaanderen een kwetsbaar gebied is. Iedereen kan die tekst begrijpen. Ik voeg eraan toe: die oplossing is wel onrechtvaardig. Want nu maken we een onderscheid tussen de ondergrond, tussen de teelten erop, ook tussen het veevoeder. En we eindigden dus met tweehonderd bladzijden. Dat is een rechtvaardige wetgeving, maar ze is wel onleesbaar. Veel politici zouden beter moeten weten dan te klagen over te veel wetten en decreten. Als minister kreeg ik op één dag twee parlementaire vragen. Eerst hoorde ik weer eens hoe ingewikkeld de Vlarem-wetgeving wel was en dat ik die dringend moest vereenvoudigen. De tweede spreker beklaagde zich over een CO-vergiftiging tijdens een gocartrace, gevolg van een defecte afzuiginstallatie: 'Hoe is het mogelijk dat de overheid dat niet heeft gereglementeerd?' Hij eiste dus meteen een regulering van de afzuigkappen bij gocartwedstrijden. Ze willen een simpeler wetgeving, maar tegelijk moet alles wel wettelijk geregeld zijn.Heel Vlaanderen spreekt vandaag over het Vlaams Blok. Gaf u destijds geen Vlaams-Blokimitatie ten beste met uw slogan 'Eerst Limburg, dan Vlaanderen'.Kelchtermans: Dat was een bewuste zet en ik schaam me er niet voor. Limburg had een achterstand, en geen kleine ook. Destijds heb ik Gaston Geens al gezegd dat het wegwerken van de Limburgse achterstanden tot het gemiddelde Vlaamse niveau een prioriteit moest zijn. Voor een deel hebben we de andere provincies bijgebeend. Alleen is Limburg nog altijd de meest onderschatte provincie, ook in eigen kring. De economische omschakeling staat veel verder dan de mentale. Economisch gaat het prima: niemand zou ons geloofd hebben als we in '87 hadden voorspeld dat we in 2000 zouden staan waar we nu staan. Maar mentaal zijn we er nog niet. Het lef waarmee Antwerpenaars of West-Vlamingen hun zaak verdedigen, dat ontbreekt Limburg nog. Wij Limburgers steken onze vinger op en zeggen: 'Aub, kom onze noord-zuidverbinding afwerken.' Maar we slaan nooit met de vuist op tafel. Antwerpen vraagt met de glimlach de voltooiing van zijn ring. Dertig miljard. En het schaamt zich daar niet eens voor. Walter Pauli Filip Rogiers