JA

Jef Van Baelen
...

Jef Van Baelen'Mijn tegenvoorstel komt kort samengevat hier op neer: winkels zouden elke dag hoogstens dertien uur open mogen zijn, en de winkelier mag zelf bepalen wanneer. Een winkelier kan zo in functie van zijn lokale klantenmarkt beslissen wanneer hij open is. Werkt hij bijvoorbeeld in een typische slaapstad, dan kan het lonend zijn om later te sluiten en is het tegelijk niet erg zinvol om overdag vroeg open te doen. Dit voorstel zou een drastische vereenvoudiging betekenen van de huidige wettelijke situatie. Omdat er nu eenmaal vraag naar is, zag het beleid zich immers genoodzaakt om allerlei uitzonderingen op de sluitingswet toe te staan: nachtwinkels, winkels bij videotheken of tankstations, toeristische zones... Ik woon zelf in Oostende, dat in een toeristische zone ligt, en ik kan u verzekeren dat de winkels die daar buiten de gebruikelijke uren open zijn, gouden zaken doen. Waarom? Omdat de maatschappij verandert, en de klanten ook. Nu de flexibele werkuren overal ingang vinden en steeds meer mensen buitenshuis werken, bestaat er duidelijk een markt voor shoppen buiten de kantooruren. Het overweldigende succes van de nachtwinkels toont dat aan. Dit voorstel is geen pleidooi voor een 24-ureneconomie of voor een blinde liberalisering. Men moet ook niet vrezen dat dit een uitbreiding van de openingstijden tot gevolg zou hebben. In Spanje, dat een heel vrije sluitingswet heeft, zijn de winkels zelfs minder open dan bij ons.''Eigenlijk zegt Bart Tommelein: laat elke zelfstandige vrij zijn openingsuren kiezen. Maar het perverse effect is dat dit tot minder vrijheid voor de winkeliers zou leiden. Als mijn concurrent open is, moet ik ook open zijn of ik zou klanten kunnen verliezen, wordt dan immers de redenering. De kleine zelfstandige wordt dus verplicht zo vroeg en zo laat mogelijk open te zijn. In een enquête sprak 85 procent van onze leden zich radicaal uit tegen verruimde openingsuren. Het sociale en familiale leven, waar zelfstandigen toch net zo goed recht op hebben als werknemers, is daarbij een belangrijk argument. Bart Tommelein gelooft dat een zelfstandige met soepelere openingsuren beter kan inspelen op de noden van de consument. Uit een studie van Test-Aankoop blijkt nochtans dat de klant helemaal geen vragende partij is voor verruimde openingsuren. Winkels mogen op dit moment wettelijk al tot acht uur 's avonds openblijven. Maar welke kleine zelfstandige doet dat? Het is niet rendabel. Als je later openblijft, zie je klanten die nu om halfzes komen, misschien pas om acht uur. Maar een winkelier verdient daarom natuurlijk niet meer. Logisch, want een klant kan een euro maar één keer uitgeven. De kleine zelfstandigen worden extra benadeeld als deze maatregel wet wordt, want zij hebben vaak geen personeel en kunnen de uitbreiding van de openingsuren niet verwerken. De winkels mét personeel krijgen trouwens ook problemen. Vind maar eens werknemers die op abnormale uren willen werken. Conclusie: als de winkeliers het niet willen, het personeel er niet van moet weten, en zelfs de klanten tegen zijn... wat bezielt Tommelein dan om dit voor te stellen?'