Charles Ducal is dichter en schrijver.
...

Charles Ducal is dichter en schrijver.Toen ik onlangs voor een Leuvense boekhandel stond, bleek een van de etalages volledig ingenomen door één boek: Mao, het onbekende verhaal van het echtpaar Jung Chang-Jon Halliday. Zoveel promotie-ijver wijst op een zekerheid: die van het commercieel succes. Zo'n boekhandel promoot nu eenmaal niet uit maatschappelijk of cultureel plichtsbesef, maar uit welbegrepen eigenbelang. Mao is de opvolger van Wilde zwanen en dat zegt genoeg. De etalage belooft de passant dan ook geen saaie geschiedenis, maar een cocktail van gruwel en sensatie. Op basis van een decenniumlang onderzoek in archieven en een indrukwekkend aantal bronnen bovendien. Wetenschappelijk en toch lekker. Zoiets lezen de mensen graag. Voorzover ik de pers in Vlaanderen volg, leek die een tijdje geleden sterk op de etalage van die Leuvense boekhandel. Het Mao-boek kreeg via interview en recensie veel aandacht. Die aandacht was weinig meer dan meegaandheid en applaus. Alsof het boek een punt zet en alle andere benaderingen van de Chinese leider voortaan kunnen worden opgeborgen. Mao en zijn ligstoel. Mao en zijn vrouwen. Mao en zijn sadisme. Mao en de mestlaag van miljoenen lijken. 'Opgehelderd' en wel met 'onomstotelijke bewijzen', zoals een krant schreef. Zal wel, ja. In een ernstig intellectueel klimaat volstaat één dwaze bewering in een historische studie om de lezer wantrouwig te maken. Ik ben geen China-specialist, maar op basis van wat ik heb gelezen vind ik er meer dan één bij het bevlogen echtpaar. Mao's geringe aandeel in de overwinning op de Japanners. Kuomintang-leider Chiang Kai-shek populairder dan Mao. Mao en de Chinese zelfmoordhordes tijdens de Koreaanse oorlog. Mao's gedrag verantwoordelijk voor Stalins hartaanval. Chou En-lai een slaafse en hondstrouwe figuur. Bovendien zou de vermenging van archiefbronnen met oncontroleerbare getuigenissen verdacht moeten overkomen omdat het op 'geconstrueerde waarheid' kan wijzen. Een uurtje surfen op het internet leert dat dit over de grenzen ook gebeurt. The Independent bijvoorbeeld maakt brandhout van de wetenschappelijke pretenties van het boek: 'too much hate, too little understanding'. De Volkskrant heeft het over een gebrek aan analyse en stellingen zonder afdoende bewijzen ('soms op het potsierlijke af'). En The Economist vat het boek samen als 'too much the story of a lone ogre, and not enough a complex and dispassionate history'. Jung Chang en Halliday versimpelen dertig jaar Chinese geschiedenis tot speelterrein van een verdorven despoot en demoniseren een historische figuur tot mythische proporties. Geen protest. Het is alles wetenschap en waarheid. Vanwaar die zo gretige instemming? Een verwonderlijk aspect in de juichende benadering van het nieuwe Mao-boek is de veronachtzaming van de man zijn geschriften, op een enkel curiosum na. Een groot deel van Mao's werken zijn teksten over tactiek en politieke lijn, ontstaan in onmiddellijke dialoog met de historische gebeurtenissen en China's sociale structuur. Hoe kan iemand buiten deze geschriften als hij een antwoord zoekt op de vraag wie Mao was, hoe hij dacht en welke politiek hij voorstond? De Mao van Jung Chang valt in zijn sluwe domheid, pathologische wreedheid en bekrompen egoïsme op geen enkele wijze terug te voeren op de Mao van de geschriften, tenzij men aan schriftvervalsing doet. Ze zijn mogelijk weinig opwindend voor de modale lezer, die geschriften, maar ze zijn allesbehalve dom. Volgens onderzoeksjournalist Peter Franssen, die zich baseert op de internetsites van de Wereldbank, het IMF, de WHO en de Unesco, groeide de Chinese economie onder Mao gemiddeld met 6,2 procent per jaar, slonk de zuigelingensterfte van 20 per duizend tot 7 per duizend en steeg de levensverwachting van 35 tot 63 jaar. Die cijfers staan er, ondanks de jaren van economisch debacle en hongersnood, ondanks de politieke chaos en de terreur van de Culturele Revolutie. Ze praten die jaren natuurlijk niet goed, maar tegelijk spreken ze boekdelen. Misschien heeft Mao's portret in zovele boerenkamers op het Chinese platteland minder met hersenspoeling te maken dan met concrete ervaring op het gebied van voedsel, geneeskunde en onderwijs. Deng Xiaoping had genoeg invloed om China na Mao ingrijpend van koers te laten veranderen en weinig redenen om zijn voorganger te bewieroken. Toch erkende hij dat de balans van Mao voor 70 procent positief was. Misschien is dat al bij al een nuchterder cijfer dan de 100 procent slechtheid bij Chang en Halliday. Bestaat er in het Nederlands een antoniem voor hagiograaf? nCharles Ducal