In 1992 leek de geschiedenis van Italië te kantelen. In Sicilië werden de antimaffiarechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino opgeblazen, waarna de Italiaanse justitie de strijd tegen de cosa nostra opdreef. De onoverwinnelijk gewaande maffiosi uit Corleone, met capo Salvatore 'Toto' Riina voorop, werden één voor één ingerekend. In Milaan legde rechter Antonio Di Pietro met zijn Schone Handen-onderzoeken de structurele corruptie bloot, waarna het hele politieke systeem implodeerde.
...

In 1992 leek de geschiedenis van Italië te kantelen. In Sicilië werden de antimaffiarechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino opgeblazen, waarna de Italiaanse justitie de strijd tegen de cosa nostra opdreef. De onoverwinnelijk gewaande maffiosi uit Corleone, met capo Salvatore 'Toto' Riina voorop, werden één voor één ingerekend. In Milaan legde rechter Antonio Di Pietro met zijn Schone Handen-onderzoeken de structurele corruptie bloot, waarna het hele politieke systeem implodeerde. Vandaag weten we dat er fundamenteel niet zoveel is veranderd. De cosa nostra kreeg zware klappen, maar de Calabrese 'ndrangheta maakte van de gelegenheid gebruik om groter, rijker en machtiger te worden dan de Sicilianen ooit waren. De Democrazia Cristiana (DC) van Giulio Andreotti werd van de kaart geveegd, net zoals de socialistische partij van Bettino Craxi, en de nieuwe spin in het Italiaanse politieke web werd ene Silvio Berlusconi. Over wie we ondertussen met zekerheid weten dat hij de volle steun van de georganiseerde misdaad genoot, als hij er al geen creatie van was. Wat wél veranderde na 1992, en vooral na de arrestatie van Riina en andere cosa-nostrahardliners in 1993 en 1994, was de stijl en de strategie van de maffia. Ineens was het gedaan met bommen en aanslagen, met moorden en afrekeningen, met oorlogvoeren onder elkaar en tegen de staat. Wat tot die plotse stijlbreuk heeft geleid, is in Italië nog altijd voer voor discussie. Sommige onderzoekers en maffiabestrijders zijn ervan overtuigd dat er in de jaren negentig in het geheim werd onderhandeld tussen de top van de cosa nostra en de regering, via met de maffia gelieerde Siciliaanse politici en hoge politieofficieren: het zogenaamde Trattativa Stato-Mafia. Eerst zou er met Riina zelf zijn gepraat, om diens bommencampagne tegen de antimaffiarechters en zijn oorlog tegen de Italiaanse staat te laten ophouden. Riina zou zijn voorwaarden zelfs op papier hebben gezet - het waren er twaalf, en ze gingen nagenoeg allemaal over het versoepelen van het gevangenisregime voor zware maffiosi en het afzwakken van de antimaffiawetgeving. Alleen zijn laatste voorwaarde was enigszins raadselachtig: het afschaffen van de taks op benzine in Sicilië. In een tweede fase van de onderhandelingen zouden er contacten zijn geweest met Bernardo Provenzano, de nummer twee van de cosa nostra. Volgens verscheidene belangrijke spijtoptanten begon Provenzano in die periode in te zien dat de orgie van bloed en geweld die Riina aanrichtte alleen maar zou leiden tot de (zelf)vernietiging van de cosa nostra. Niemand minder dan Provenzano zou de man zijn geweest die Riina heeft verraden. In ruil voor zijn eigen vrijheid, en met de plechtige belofte erbovenop dat hij zijn maffiatroepen zou intomen. Op 15 januari 1993 werd Toto Riina gearresteerd in Palermo, nadat hij 24 jaar voortvluchtig was geweest. Bernardo Provenzano nam de leiding van de cosa nostra in handen. Hij bleef nog dertien jaar op vrije voeten. En hij hield zijn belofte. In het Italië van Silvio Berlusconi daalde de pax mafiosa neer over het land. De verschillende maffiaclans transformeerden langzaam maar zeker in criminele ondernemingen die het territorium en de markt onder elkaar verdeelden, in plaats van elkaar te beconcurreren op leven en dood. De meeste maffiagroepen wisten hun posities op het terrein te handhaven: de handelaars binnen hun territorium werden als vanouds afgeperst, de drugshandel bleef hun corebusiness. Maar ze boorden ook nieuwe markten aan: de gezondheidszorg, de afvalverwerking, groene energie, het scheefslaan van Europese landbouwsubsidies enzovoort. En meer dan ooit werd er geïnfiltreerd in de politiek en de administraties om overheidsopdrachten en het bijbehorende overheidsgeld binnen te rijven voor de mantelbedrijven van de maffia. Al te opzichtig en luidruchtig geweld werd in de mate van het mogelijke vermeden. Aanvankelijk hadden de maffiosi het daar best lastig mee - vooral de leden van de camorra uit Napels kunnen hun temperament moeilijk bedwingen -, maar naar het eind van de jaren negentig toe daalde het aantal moorden en afrekeningen gevoelig. Heeft Berlusconi de maffia gered, zoals zijn grootste critici beweren? Ja en nee. Berlusconi heeft veel open en verdoken oorlogen uitgevochten met antimaffiarechters en procureurs, maar de meeste heeft hij verloren. Ironisch genoeg waren dat nederlagen waarmee hij publicitair kon uitpakken: nooit werden er meer voortvluchtige maffiosi gearresteerd en meer maffiategoeden in beslag genomen dan onder Berlusconi's opeenvolgende premierschappen. Het is de niet aflatende ijver van de Italiaanse justitie geweest die de grote maffiaclans ertoe gedwongen heeft te vervellen tot meer bedrijfsmatig gestructureerde, globaal opererende organisaties. En alweer ironisch genoeg was de 'ndrangheta - de meest boerse, rauwe en traditionele maffia van allemaal - daarin het meest succesvol. De schapenhoeders uit Calabrië werden de wereldburgers van de misdaad. Volgens alle schattingen is de maffia vandaag rijker dan ooit tevoren. De kapitalen die ondergronds worden verdiend, worden bovengronds geïnvesteerd of verstopt. En voor de organisatie en het beheer van die geldstromen doen de maffiaorganisaties een beroep op exact dezelfde advocatenkantoren en banken als de grote spelers uit de legale economie. Dat werd enkele weken geleden nog maar eens duidelijk, toen de gewezen schatbewaarder van cosa-nostrakopstukken Riina en Provenzano opdook in het Italiaanse luik van de Panama Papers. De cosa nostra, de camorra en de 'ndrangheta investeren hun geld al lang niet meer in Sicilië, Campanië of Calabrië alleen. Ten eerste omdat ze de zuidelijke regio's al goeddeels in handen hebben. Ten tweede omdat ze gewoon té veel centen hebben - zelfs al zouden ze die territoria integraal opkopen, dan hebben ze nog geld over. En ten derde omdat Zuid-Italië maar blijft verarmen. Maar in het centrum en het noorden van Italië valt nog wel wat te rapen. En dus is de maffia het noorden binnengevallen. In Italië spreekt men zelfs van de 'delokalisatie' van de maffia: een ware volksverhuizing van maffiosi naar plekken ver weg van hun geboortegrond, waar ze minder hard opvallen en waar betere zaken te doen zijn. Recente rapporten van de Procura Nazionale Antimafia (PNA), de gerechtelijke instantie die de onderzoeken tegen de maffia op nationaal niveau coördineert, werpen een licht op de schrikbarende omvang van die beweging. De 'ndrangheta is de nieuwe grondstroom van de Italiaanse georganiseerde misdaad, Lombardije is zijn nieuwe thuisland en Milaan zijn nieuwe hoofdstad. De Calabrezen zijn daar zelfs zo groot geworden dat ze een organisme in het leven moesten roepen om de activiteiten van hun clans te coördineren. Die structuur hebben ze simpelweg 'La Lombardia' gedoopt, en ze onderhoudt uiteraard voortdurend contact met de moederorganisatie in La Calabria. Dat de 'ndrangheta zo makkelijk wortel kon schieten in de rijke regio rond Milaan is volgens de PNA te wijten aan de 'bereidwilligheid' van lokale ondernemers, politici en professionals (bedoeld worden: bankiers, advocaten, notarissen) om met de maffiosi in zee te gaan. Lees: bijna niemand kon aan de verleiding van hun geld weerstaan. De justitie in Lombardije is wel wakker geschoten: in 2014 en 2015 werden in en rond Milaan voor tientallen miljoenen goederen, vastgoed, lopende rekeningen, waardepapieren en complete bedrijven van de maffia in beslag genomen. 'Emilia Romagna vertoont vandaag alle kenmerken van een territorium dat doordrongen is van de maffiacultuur', staat te lezen in een rapport van de PNA. Emilia Romagna is de regio net bezuiden Lombardije, met Bologna als hoofdstad. Het hoge aantal vermoedelijke leden van de 'ndrangheta dat er opduikt in gerechtelijke onderzoeken en vonnissen van rechtbanken staat in schril contrast met het extreem lage aantal aangiften door slachtoffers van misdrijven met maffiose inslag. Waaruit de PNA besluit dat 'ook in Emilia Romagna de wet van de stilte en de omerta regeert'. Het gerecht van Bologna stelde recent ook 'infiltraties' van de maffia vast in de media (pers en lokale tv) en de politiek. Uit telefoontaps is gebleken dat de maffiagroepen politieagenten 'ter beschikking hebben voor tips en advies'. 'In Turijn zijn wij de baas, dat weet je toch?' Zo presenteren twee broers die een 'ndraghetaclan leiden zich aan hun slachtoffers. Ze persen op grote schaal handelaars, ondernemers en casinoklanten af. In restaurant Babylon, een chique tent in het historische centrum van Turijn waar weleens voetballers van Juventus komen, eiste een lid van de clan 100.000 euro van een plaatselijke ondernemer. 'Om de families van onze gevangenen te onderhouden.' Omdat de man toch wat aarzelde, kreeg hij een pakketje thuisbezorgd: een plastic zak met een varkenskop erin. Er zat een briefje bij waarop stond: 'De volgende keer zit uw kop hierin.' Het lijkt een scène uit een oude maffiafilm, maar het was oktober 2014. Van al hun slachtoffers werd er slechts één bereid gevonden met naam en toenaam te getuigen tegen de 'ndraghetabroers. De krant La Repubblica bracht vorige week nog een sprekende anekdote uit een maffiaproces in Turijn: lokale 'ndranghetisti lieten geregeld grote maffiabazen overvliegen uit Calabrië, omdat ze altijd aan gratis tickets konden komen voor de wedstrijden van Juventus. Wat Roberto Saviano, de schrijver van Gomorra, inspireerde tot een poëtische provocatie op zijn website: de bewoners weten het zelf nog niet, of ze willen het niet weten, maar Turijn is echt een belangrijke stad uit het zuiden. In Ligurië, die andere idyllische regio aan de westkust, monopoliseert de 'ndrangheta de drugshandel en andere, afgeleide illegale handeltjes. De haven van Genua staat onder zijn controle: daar worden de drugs aangevoerd, van daaruit worden ze gedistribueerd. De illegale economie groeit en bloeit en overspoelt zo langzamerhand het hele Ligurische grondgebied, aldus de Procura Antimafia van Genua. Ook aan de oostkust, in de regio Veneto, zijn al de traditionele maffiaclans aanwezig, maar ze houden zich er over het algemeen op de achtergrond. Veneto is witwasgebied, de maffia is er voornamelijk bedrijvig op de vastgoedmarkt, in de openbare diensten en de financiële instellingen. Wel stuurt een maffiafamilie uit Rome systematisch haar meest bedreven gauwdieven naar Venetië. In Toscane houdt de 'ndrangheta zich bezig met woekerpraktijken, afpersing, infiltratie van openbare diensten, drugshandel en grootschalige handel in namaakgoederen. De Napolitaanse camorra, specialist van de namaak, is er actief in Pisa, Versilia, de streek van Arezzo en de provincie Prato. In Toscane doet de camorra er volgens het gerecht alles aan om low profile te blijven. Geweld wordt in de toeristische regio vermeden om de aandacht niet te trekken en in alle rust te kunnen handeldrijven en kapitaal wit te wassen. In Umbrië zijn de Calabrese en de Napolitaanse maffia actief in de vastgoedsector, de gezondheidszorg en de afvalverwerking. De intimidatie en afpersing van de lokale handelaars gebeurt door een 'ndranghe-tafamilie. Wat de drugs- handel betreft is Umbrië, en met name de regionale hoofdstad Perugia, een recordhouder in Italië - vraag en aanbod zijn er uitzonderlijk hoog. Er zijn dus nog wel een paar regio's waar de maffiaclans niet of nauwelijks actief zijn. Maar het zijn er niet veel, en de reden ervoor is doorgaans simpel: er valt niet veel te halen. Je hoort bijvoorbeeld zelden spreken over maffiose activiteiten in Friuli-Venezia Giulia, de kleine, bergachtige regio in het noordoosten, tegen de grens met Slovenië. Of in het nog kleinere Valle d'Aosta in het noordwesten, op de grens met Zwitserland en Frankrijk. In het Zuiden was Apulië lange tijd de enige regio die grotendeels aan maffiacontrole leek te ontsnappen. De lokale Sacra Corona Unità, de kleinste van de Italiaanse maffiaclans, was vooral rond de havensteden Bari en Brindisi actief, en dan vaak nog in opdracht van de Napolitaanse camorra. Na de arrestatie van nagenoeg alle 'historische leiders' werd zelfs even gedacht dat de Sacra Corona Unità op sterven na dood was. Maar de laatste jaren is Apulië dé toeristische trekpleister van Italië geworden. En waar geld van eigenaar wisselt, komt de maffia haar deel opeisen. Met als gevolg dat er nu een gevoelige toename van maffia-activiteiten wordt vastgesteld, aan de Adriatische kust tussen Brindisi en Lecce, en aan de Ionische kust rond Gallipoli. De ene na de andere beachclub in Ibizastijl gaat er open; de maffia heft er pizzo (beschermingsgeld), controleert de drugshandel en probeert privéparkings en de security van bars en discotheken in handen te krijgen. Conclusie: de toestand is hopeloos maar niet ernstig bedreigend. Als u deze zomer naar een populaire vakantiebestemming in Italië trekt, zal naar schatting een kwart van uw uitgaven in de zakken van de maffia verdwijnen: dat is de gemiddelde tol die de maffia heft in de gebieden die ze controleert. Tenzij u volpension hebt genomen in een van de vele hotels die eigendom zijn van de maffia, dan is het natuurlijk meer. En toch zult u zich niet afgeperst voelen. De pax mafiosa zij met u. Dit artikel is deels gebaseerd op het boek Maffia (Manteau) van de Vlaamse onderzoeks-journalisten Raf Sauviller en Salvatore Di Rosa, en op de onderzoeken van Lirio Abbate, een Siciliaanse journalist die nu vanuit Rome werkt omdat hij bedreigd werd door de maffia. DOOR DANNY ILEGEMSMinstens een kwart van uw uitgaven in Italië zal in de zakken van de georganiseerde misdaad verdwijnen. De cosa nostra kreeg zware klappen, maar de Calabrese 'ndrangheta maakte daarvan gebruik om groter, rijker en machtiger te worden dan de Sicilianen ooit waren.