DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN OVER DE SCHADELIJKHEID VAN TABAK bestaat grote eensgezindheid. Tot zowat een halve eeuw geleden had roken (?smoren?) nochtans iets van volksgenoegen en zelfs beschaving : de betaalbare genieting van de kleine soldaat of werkman, de met sandelhout aangestoken havanna na het diner, het ivoren sigarettenhoudertje tussen de lippen van de mooie mevrouw, de in een moment van wilskracht kordaat aangestreken lucifer. Meer nog : verhalen over Indianen en hun vredespijp kenden aan nicotine bijna ecologische verdiensten toe. En elke ter dood veroordeelde man had in het aangezicht van zijn executie recht op die allerlaatste sigaret, wat een krachtig symbool was voor afscheid nemen van het volle, desnoods ruige leven. Jean-Paul Sartre, zelf een hogepriester van de witte stinkstok, noemde zijn wijsgerig oeuvre de uitdrukking van een wanhopig verlangen de pouvoir continuer à fumer. In onze sociale verzorgingsstaat België, met een politiek gezag dat steeds scherper toekijkt op de meest uiteenlopende vormen van individueel gedrag, is tabak ondertussen ernstig in diskrediet geraakt. De Verenigde Staten zijn ermee begonnen : roken wordt daar net zoals teveel eten maatschappelijk afgekeurd. Het is iets voor zwakkelingen die, zeker in het zakenleven en andere omstandigheden waar succes op prijs wordt gesteld, er onbetrouwbaar gaan uitzien. En wat in de VS begint, wordt door Europa bijna altijd nagebootst. Smoking seriously damages health, het staat nu ook bij ons volkomen correct op de pakjes. Bovendien heeft het federale parlement grote plannen voor een totaal verbod op elke vorm van reclame voor rookwaren. De bestaande wetgeving, die reeds iedere toespeling op het genotsmiddel uit zowel het straatbeeld als radio en televisie verdrijft, wordt dan radicaal doorgetrokken. We stoppen het verschijnsel weg, en daarmee is de kous af. In publieke gebouwen mag op straffe van zware boetes al jaren niets meer worden opgestoken en ook treinen of vliegtuigen worden zeer onherbergzaam voor gebruikers van het verderfelijke product. De tabaksindustrie verweert zich tegen al dat misprijzen met een mengsel van diplomatie (de hoffelijkheidscampagne), medische vraagtekens of statistieken die moeten bewijzen dat tabaksreclame geen jonge, nieuwe klanten rekruteert maar slechts verschuivingen in bestaande marktaandelen beoogt. Dat debat zal wel nooit uitgeklaard raken. Het is overigens niet van wezenlijk belang, evenmin als de verdedigbare stelling van rokers die aan hun gebruik ook een goede, psychisch heilzame uitwerking toeschrijven. ?Wie onder druk staat en eenzaam is of verdriet heeft, kan beter aan de Marlboro-cowboy troost ontlenen dan aan een pot slaappillen.? Maar wie kan hier goed en kwaad meten ? Hoever mogen politieke wetgevers gaan in het aan banden leggen van persoonlijke behoeften, drijfveren, afwegingen tussen deze of gene vorm van schade ? Waar zijn de openbare gezagsdragers mee bezig als ze bij voorbeeld elke publieke afbeelding van de klassieke boer mèt zijn pijpje tussen de kiezen strafbaar willen maken het zoveelste opiniedelict ? Over dat soort vragen werd en wordt vaak ruzie gemaakt met eerder smakeloze argumenten. ?Longkanker kost de maatschappij te veel,? is er zo een. Daarop antwoordt de polemische roker in zijn zelfverdediging : ?een door mijn eigen riskant gedrag vervroegde dood, bespaart de samenleving en haar Sociale Zekerheid een fortuin aan pensioengeld. Dus heb ik best recht op een behandeling, ook al heb ik zelf meegewerkt aan de oorzaak ervan.? Iets dergelijks hoorden we destijds bij het verplichten van de autogordel of bij de discussie in verband met de voorgeschiedenis van alcoholisten die een levertransplantatie vragen. Met toenemende druk wil de overheid de persoonlijke levenswandel van haar onderdanen veiliger, gezonder of gewoon braver maken. Dat lukt haar nooit. Ten eerste haalt de regering onnoemelijk veel accijns en BTW uit de zondigheid van haar burgers (52 miljard frank per jaar voor tabak), wat moreel erg dubieus blijft. Ten tweede is ze al te willekeurig in haar waarschuwingen tegen verkeerde gewoontes waardoor ze volkomen ongeloofwaardig wordt. Momenteel probeert ze politieke bijval te oogsten met haar antirookmaatregelen en onbemande verkeerscamera's, terwijl ze andere vormen van roekeloosheid blijft gedogen of negeren. Stoepschaatsers (?skeelers?) zijn officieel tot voetgangers uitgeroepen, autoverkeer en luchtvervuiling groeien bandeloos, kraantjeswater valt bijna niet meer schoon te houden, onbespoten fruit is nauwelijks nog te vinden, het veelbezongen massatoerisme maakt duizenden slachtoffers, avontuurlijke luchtballonnen vliegen zich te pletter tegen kerktorens. En de VS, het lichtende voorbeeld inzake strijd tegen tabak, is tegelijk het wereldcentrum van sociaal geweld met vuurwapens. Wie leeft in de ambitieuze en mobiele wereld van nu, begeeft zich elke dag fataal in een aantal gevaren. Niet alleen te land, ter zee en in de lucht is de veiligheid verdwenen, ook thuis in de woonkamer. Daar voltrekken zich voortdurend allerlei processen van behoefte en bevrediging, honger en dorst, techniek en onhandigheid, vrede en conflict, denken en doen. Gevaar behoort tot de definitie van ieders bestaan en moet dus aanvaard worden als bestanddeel ervan. Elk risico willen ontlopen, is zichzelf veroordelen tot onmenselijke verstening. Dat is de enige waarheid en ze is ook voor beleidsmensen niet zonder diepte. WE MOETEN DE JEUGD INDERDAAD LEREN dat het verbruik van sigaretten, bier of kauwgom met suiker nadelige gevolgen kan hebben. Maar ook op waterskiën, bergbeklimmen, examenkoorts, houseparty's, joggen, scheerapparaten, fabrieksarbeid en een bezoek aan het stierenfeest in Pamplona rust de schaduw van mogelijk onheil. In elk willend leven ligt zijn eigen ziekte en dood vervlochten. Zolang dat filosofisch moeilijk aanvaardbare inzicht een veel voorkomend taboe blijft, is het modieus in de ban doen van een paar lukraak gekozen leeffouten nogal nutteloos en vooral schijnheilig. Bedilzuchtige wetgevers zouden zich beter bezig houden, thuis en in Europa, met het redden van hun stervende democratieën.