'We hebben in ons land de industriële revolutie helemaal gemist. Maar de informatie-revolutie mochten we niet aan ons voorbij laten gaan', bezweert de Koreaanse professor Jeong Kuk-Hwan. 'Daarom heeft Zuid-Korea zich van bij het begin agressief op het internet gegooid. Het eerste nationale computerproject dateert van 1987. Sindsdien hebben we elke ontwikkeling van heel dichtbij gevolgd.' De prof werd door minister van Ondernemen en Vereenvoudigen Vincent Van Quickenborne (Open VLD) uitgenodigd om op de Belgische ambassade in Seoul het Zuid-Koreaanse e-governmentmodel uit de doeken te doen. Van Quickenborne ergert zich naar eigen zeggen mateloos aan de beperkte vooruitgang die België de voorbije jaren op dat vlak heeft gemaakt. 'Het voordeel is dat ik nu wel informatisering én telecom in mijn portefeuille heb. Dat zal de zaken vergemakkelijken', aldus de minister. Hij wil van België weer een IT-land maken, en bezoekt in de marge van de interministeriële OESO-conferentie in Seoul over de toekomst van de interneteconomie ook een rist Japanse en Zuid-Koreaanse telecombedrijven.
...

'We hebben in ons land de industriële revolutie helemaal gemist. Maar de informatie-revolutie mochten we niet aan ons voorbij laten gaan', bezweert de Koreaanse professor Jeong Kuk-Hwan. 'Daarom heeft Zuid-Korea zich van bij het begin agressief op het internet gegooid. Het eerste nationale computerproject dateert van 1987. Sindsdien hebben we elke ontwikkeling van heel dichtbij gevolgd.' De prof werd door minister van Ondernemen en Vereenvoudigen Vincent Van Quickenborne (Open VLD) uitgenodigd om op de Belgische ambassade in Seoul het Zuid-Koreaanse e-governmentmodel uit de doeken te doen. Van Quickenborne ergert zich naar eigen zeggen mateloos aan de beperkte vooruitgang die België de voorbije jaren op dat vlak heeft gemaakt. 'Het voordeel is dat ik nu wel informatisering én telecom in mijn portefeuille heb. Dat zal de zaken vergemakkelijken', aldus de minister. Hij wil van België weer een IT-land maken, en bezoekt in de marge van de interministeriële OESO-conferentie in Seoul over de toekomst van de interneteconomie ook een rist Japanse en Zuid-Koreaanse telecombedrijven. Zuid-Korea beschikte voor de start van zijn e-government over een belangrijke troef die ook in België voorhanden is: een hoge bevolkingsdichtheid, waardoor de breedbandinfrastructuur relatief snel en rendabel kon worden verdeeld over het hele land. 'Reken daarbij nog onze allergie voor traagheid, en dan heb je de belangrijkste in-grediënten voor de informatisering van de overheid', zegt Jeong. 'Onze slogan bij het Korea Information Society Development Institute (KISDI) was: Waar er internet is, is er toegang tot de openbare diensten.' Na de aanvankelijke tegenstand van het departement begroting trok de informatiseringsgolf vanaf 2001 via snel opeenvolgende campagnes over het land. De overheid trok per dorp 300.000 dollar uit om ook de rurale gebieden van breedband, computers en opleidingen te voorzien. Zeven jaar later zijn 450 diensten van de overheid er online. In België zijn dat er momenteel 39. Het verschil moet echter met een flinke korrel zout genomen worden. Elke Zuid-Koreaan kan weliswaar zijn certificaten voor identiteitskaarten, paspoorten of militaire bewijzen afhalen via het internet, het idee van een elektronische identiteitskaart is al enkele jaren naar de prullenmand verwezen. Wanneer Van Quickenborne zijn Belgische smartcard bovenhaalt, knikt Jeong instemmend. 'Dat hebben we hier in 1998 ook al geprobeerd. De overheid is toen gezwicht voor de felle weerstand van enkele ngo's die daarin een schending van de privacy zagen.' Om de genoemde certificaten af te halen, moeten de Koreanen nu gebruik maken van het systeem dat de banken hebben gelanceerd voor hun netbanking. Maar ook binnen de overheid stootte de informatisering op weerstand. 'De meeste instanties weigerden om de nodige informatie af te staan', zegt Jeong. 'Om iedereen te overtuigen, moet je zorgen dat de mensen het voordeel van e-government aan den lijve ondervinden, en tegelijk geen te hoge verwachtingen creëren.' De steun van de president en de oprichting van een fonds dat deels gefinancierd werd door de bedrijfswereld deden de rest. Een van de Zuid-Koreaanse overheidsdiensten die vijf jaar geleden meteen op de kar sprongen, was die voor openbare aanbestedingen. De automatisering moest een antwoord bieden op de problemen waar overheden die aanbestedingen uitschrijven overal ter wereld mee te kampen hebben: een gigantische papierberg, enorm veel manueel werk, inefficiëntie en een gebrek aan transparantie. Na de digitalisering van alle aanbestedingsdocumenten, contracten en een systeem waarin bedrijven hun kostprijs konden invoeren, ging in 2002 KONEPS (Korean Online E-Procurement Service) van start. Het hele aanbestedingsproces is elektronisch, tot de betaling toe. Toch stuitte ook KONEPS tijdens de voorbereidingen op veel kritiek. De tegenstanders vonden dat miljoenencontracten niet bezegeld konden worden met een simpele muisklik. Volgens hen moesten daar minstens enkele persoonlijke ontmoetingen aan voorafgaan. 'Maar die kritiek woog niet op tegen de voordelen die we met KONEPS bieden', zegt Kim Jong-Yeul van de Openbare Aanbestedingendienst (PPS). 'Via KONEPS hebben we rechtstreeks toegang tot alle informatie die noodzakelijk is om hun offerte te beoordelen, van hun financiële toestand via hun referenties tot hun technische mogelijkheden. Al die gegevens zijn snel beschikbaar en hoeven niet langer apart opgevraagd te worden. Daaraan gekoppeld gebeurt er een automatische screening van de partijen die de laagste kostprijs aanbieden, en die dus in aanmerking komen om de aanbesteding binnen te halen.' Wie zelf een bod wil doen, kan de offertes van de concurrenten bekijken. Om de kwaliteit van de geleverde diensten te garanderen, kan er echter nog niet - zoals op eBay - onder elkaars prijzen gedoken worden. 'Voor bepaalde aanbestedingen zijn we wel volop bezig met de ontwikkeling van zo'n systeem', zegt Kim. Sinds KONEPS zes jaar geleden van start ging, is het aantal bieders bij een aanbesteding verdubbeld. De deelnemende bedrijven hoeven daarvoor nog maar een derde te betalen van wat ze vroeger deden. De productiviteit van de Openbare Aanbestedingsdienst is verviervoudigd. Niet verwonderlijk dat KONEPS de voorbije jaren verscheidene keren internationaal gelauwerd werd, onder meer door de Verenigde Naties en de OESO. Van de drie fases die KONEPS heeft doorlopen, zit België nog altijd in de eerste. 'De samenwerking tussen allerlei instellingen loopt mank, en de verschillende overheden bemoeilijken de zaak', zegt Van Quickenborne. Maar de tegenstand tegen de informatisering kan uit allerlei hoeken komen. Zo kreeg de minister begin juni een boze brief van het Belgische Paper Chain Forum omdat hij verkondigd had dat het elektronisch factureren 300.000 bomen kan sparen. Het communicatieplatform van twaalf beroepsfederaties uit de Belgische papiersector nodigde de minister uit om hem de positieve milieuaspecten van de papierproductie te tonen. KONEPS of niet, het ultieme voorbeeld van e-government waarnaar Van Quickenborne ook tijdens zijn tussenkomst op de OESO-conferentie verwijst, blijft tot nader order Estland. 'In juni 2007 hebben ze daar een e-identiteitskaart gelanceerd die ook effectief wordt gebruikt. In België betaalt de burger 10 à 15 euro, maar hij kan er niets mee aanvangen. In Estland kun je er tickets mee reserveren, bankieren en zelfs stemmen via het internet. In termen van e-government zijn zij de absolute top.' Aangezien de Belgische minister zo de lof zingt van Estland, wordt hij zowel op de OESO-conferentie als bij Korean Telecom geconfronteerd met de cyberaanval uit Rusland die uitgerekend Estland in het voorjaar van 2007 opschrikte. Servers van overheidsinstellingen, media en de financiële wereld werden wekenlang ontregeld. Van Quickenborne antwoordt steevast dat hij zich wil verzetten tegen al dat luddisme, verwijzend naar de strekking die is genoemd naar de Brit Ned Ludd. Die zou in de achttiende eeuw twee grote industriële weefgetouwen vernield hebben omdat ze het werk van de thuiswevers afnamen. 'Wie zich verzet tegen de informatisering blokkeert de vooruitgang', aldus Van Quickenborne. Luddisme of niet, feit is dat er dwingende vragen worden gesteld bij de veiligheid en de privacy van de e-toepassingen. Van Quickenborne: 'Ik geef toe dat elektronica niet onfeilbaar is. Maar het is wel veiliger dan papier. Er zijn in België zelfs mensen die het bestaande systeem van elektronisch stemmen willen afschaffen en terug willen naar de papieren stembrief. Denken die nu echt dat de rompslomp van bijzitters en tellers die daar tegen hun zin zitten zo precies verloopt? De professoren die zich onlangs verzetten tegen onze elektronische identiteitskaart vertellen fabeltjes. De kaart is veiliger dan de kaart waar de meeste mensen vandaag mee ban-kieren. We moeten inderdaad blijven waken over de veiligheid. Maar alles terugdraaien zou een stommiteit zijn.' En wat dacht Van Quickenborne van professor Lawrence Lessig van het Center for Internet and Society in Stanford, die de ministers op de OESO-conferentie aanraadde om niet enkel bedrijven te bezoeken in hun zoektocht naar toepassingen op het internet? 'De telecombedrijven die we bezoeken, ontvangen ons uiteraard niet voor onze mooie ogen. Maar ik ga binnenkort ook mijn ronde doen van de regulatoren in onze buurlanden. Het Belgische Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT) zal versterkt worden. We gaan zeker niet alles overlaten aan de privésector.' Tijdens de bezoeken aan Korean Telecom (KT) en andere operatoren krijgt Van Quickenborne bevestiging van wat hij al een tijdje van de daken schreeuwt: 'De internettarieven van Belgacom en Telenet zijn te hoog. Hun klaagzang over klanten die te veel downloaden is ongewettigd', zegt de minister. 'Bij KT hebben ze zelden problemen met de maximale downloadcapaciteit. Te veel verkeer op de kabel is hoogst uitzonderlijk. En als het toch eens dreigt dicht te slibben, trekken ze de capaciteit even op.' Het internet, dat in wereldsteden als Seoul en Tokio door de snel groeiende markt van mobiele toepassingen nog veel meer geraadpleegd wordt dan bij ons, kost de klant ongeveer 10 euro per maand minder dan in België. 'Wat we nodig hebben, is een derde hond, zoals Softbank in Japan', zegt Van Quickenborne. Die nieuwkomer op de Japanse telecommarkt beschikte over een stevige financiële basis en veroverde de voorbije jaren een plaats naast de twee grotere Japanse spelers. Vicevoorzitter Ted Matsumoto geeft aan dat het lastig groeien is, vooral op het platteland waar de dure nieuwe infrastructuur minder rendabel is dan in de grote steden. Maar Softbank zet wel elke maand een stapje vooruit. 'We doen gewoon wat de consument wil. De bestaande technologie rekenen we hem niet aan. Hij betaalt alleen voor de diensten waarvan hij gebruik wil maken.' Een ding staat vast: de gsm is de toekomst. Comfortabel surfen, navigeren in de drukke straten, televisiekijken, betalen in de winkel door alleen maar met het toestel voorbij de kassa te passeren... Technisch is het allemaal al mogelijk. De massale toepassing ervan in het straatbeeld zal geen jaren op zich laten wachten. Maar de onderzoekskosten vragen grote investeerders. Zeker voor toepassingen die gericht zijn op een wel zeer specifiek publiek. Zo biedt het Japanse Navitime, een jong navigatiebedrijfje met 190 werknemers, zijn klanten de meest onwaarschijnlijke diensten aan. Als de periode van de bloesemfeesten in aantocht is, kun je bijvoorbeeld op je gps zien waar de kerselaren al in bloei staan. Wie zich van het ene punt naar het andere wil begeven in de stad, krijgt voor de verschillende vervoersopties behalve de kostprijs, de tijd en het CO2-verbruik ook het aantal calorieën dat hij zal verbruiken en of hij een paraplu nodig zal hebben. De grens met nutteloze snufjes is flinterdun, maar in Zuid-Korea en Japan is ook daar een markt voor. De gebruiker kan zich voor de navigatie laten toespreken door de stem van Mickey Mouse. Het stipje dat zich op het scherm door de straten begeeft, kan vervangen worden door Britney Spears of een manga-stripfiguurtje. Van Quickenborne, laatst nog in het nieuws vanwege de discussie of hij al dan niet illegaal zijn iPhone had gekraakt, laat ook in Zuid-Korea en Japan geen gelegenheid onbenut om het nieuwste succesnummer van Apple te promoten. Op de OESO-conferentie heeft hij van de Amerikaan Kevin J. Martin, de voorzitter van de Federal Communications Commission, te horen gekregen dat de Verenigde Staten de impact van de iPhone zwaar onderschat hebben. De Oost-Aziatische operatoren zwijgen dan weer als vermoord wanneer hen de vraag wordt gesteld waarom westerse gsm's bij hen niet functioneren, laat staan dat de iPhone hier in de winkels zou liggen. Belgische bedrijven uit andere sectoren die in Oost-Azië actief zijn, zoals Barco en Puratos, kaarten de hoge invoerbelastingen of andere protectionistische maatregelen aan. Westerse telecomoperatoren krijgen helemaal geen voet aan de grond in Zuid-Korea of Japan. Matsumoto van Softbank moet zowat de enige Japanner zijn die daar ook de gevaren van inziet. 'De Japanse markt is groot genoeg om te groeien, en hij is erg comfortabel. We hebben onze eigen standaard, en iedereen spreekt dezelfde taal. Maar wie zich alleen op de Japanse markt richt en daarna pas op de rest van de wereld, komt altijd te laat.' Daardoor komt de export van de Japanse systemen op de helling te staan. 'Dat ligt niet alleen aan de verschillende standaarden, maar ook aan het gebrek aan openheid van veel Japanse bedrijven en een matige marketing.' DOOR HANNES CATTEBEKE IN ZUID-KOREA EN JAPAN