Wie één zegt, moet twee zeggen. In zijn Open brief aan de burger heeft de premier het altijd over Verhofstadt I wanneer hij het over de aflopende regeerperiode heeft. Numero uno heeft dus plannen voor een regering numero due. Daarvoor vraagt hij de kiezer om steun via de 'Open Brief', die bestaat uit veertig keer borstgeroffel voor het al gepresteerde en zestig plannen voor Verhofstadt II. Het geschrift bewijst volgens Karel De Gucht dat de VLD een ideeënpartij is, anders en beter dan de concurrentie, die alleen maar holle slogans kan bedenken.
...

Wie één zegt, moet twee zeggen. In zijn Open brief aan de burger heeft de premier het altijd over Verhofstadt I wanneer hij het over de aflopende regeerperiode heeft. Numero uno heeft dus plannen voor een regering numero due. Daarvoor vraagt hij de kiezer om steun via de 'Open Brief', die bestaat uit veertig keer borstgeroffel voor het al gepresteerde en zestig plannen voor Verhofstadt II. Het geschrift bewijst volgens Karel De Gucht dat de VLD een ideeënpartij is, anders en beter dan de concurrentie, die alleen maar holle slogans kan bedenken. Komkom. Met deze 'Open Brief' lijkt de VLD veeleer op een kelner die de bestelling komt noteren en hooguit aanbeveelt waar de chef van afwil. Verhofstadt rept dus met geen woord over de gedoogde joint of de verhoogde verkeersboetes, thema's die niet zo goed liggen bij zijn achterban. De 'Open Brief' bevat wel al het lekkers waarvan de kelner denkt dat de klant het graag zal bestellen, zoals minder staat, minder belastingen, nog een hoop andere fiscale cadeaus, goedkope bouwgrond, kant en klaar ingevulde belastingaangiften, meer blauw op straat, stoer doen tegen niet zo populaire bevolkingsgroepen als het geboefte, of - in dezelfde lijn, zo valt te vrezen - een uitgesproken argwaan tegenover allochtonen. Deze laatsten moeten dus ook niet op stemrecht rekenen; 16-jarigen daarentegen wel. Qua adding insult to injury kan dat tellen. Ondertussen incasseert de premier al zijn kanseliersbonus. Als Verhofstadt het over 'wij' heeft, is het nooit duidelijk wie hij dan bedoelt: wij, de liberalen, of wij, de regering. Want nu eens pakt hij uit met VLD-stokpaardjes als het door de coalitiegenoten verworpen jeugdsanctierecht, dan weer geeft hij hoog op van verwezenlijkingen als het Zilverfonds, de maximumfactuur of de hogere pensioenen, expliciet socialistische initiatieven. Bedenkelijker is dat hij prat gaat op zijn 'historische' belastingverlaging, daarbij zwijgt over de fors verhoogde gemeentebelastingen, maar dan toch ook het afgeschafte kijk- en luistergeld op zijn palmares wil, al is dat niet het werk van het federale kabinet, maar wel van de Vlaamse regering (van Steve Stevaert dan nog, een socialist). In de 'Open Brief' eist Verhofstadt wel vaker krediet voor zulke Vlaamse maatregelen, zoals de regeling voor zonevreemde woningen of de inburgeringsplicht voor allochtonen. En als hij nu ferm een eigen Europese militaire interventiemacht eist, wel, de beslissing daartoe is al lang genomen. Het communautaire luik van de 'Open Brief' zit zelfs geheel in newspeak verborgen. De dingen krijgen er niet eens hun naam. De fiscale communautarisering wordt alleen als een kans voor een verdere belastingverlaging voorgesteld. De splitsing van een deel van de NMBS, van het werkgelegenheidsbeleid, het verkeersbeleid, de kinderbijslagen en de ziekteverzekering dient al even dogmatisch 'om het beleid dichter bij de burger te brengen'. Kwekkwek. En dan zijn er nog de verplichte VLD-nummertjes als het afschaffen van de opkomstplicht, het bindend referendum en andere ondoordachte voorstellen die alleen de illusie moeten wekken dat de burger wel degelijk wat te zeggen krijgt. Of de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester. Is nu 'in volle voorbereiding', zegt de 'Open Brief'. Flink. Als de premier nu consequent is, moet hij ook pleiten voor de rechtstreekse verkiezing van de eerste minister. Al dreigt de burger dan te vinden dat Verhofstadt II eigenlijk Stevaert I moet heten en dat de huidige premier slechts numero tre zal zijn. Marc Reynebeau