Tot 18.5 in de National Gallery, Trafalgar Square Londen. Van zo. t/m di. open van 10 tot 18 u.(laatste bezoek 17.15 u.) Van wo. t/m za. open van 10 tot 21 u.(laatste bezoek 20.15 u.)
...

Tot 18.5 in de National Gallery, Trafalgar Square Londen. Van zo. t/m di. open van 10 tot 18 u.(laatste bezoek 17.15 u.) Van wo. t/m za. open van 10 tot 21 u.(laatste bezoek 20.15 u.)Louter tekenkundig liet hij zich vaak op onhandigheden betrappen. Zo flagrant dat het vermoeden rijst dat hij het om de ene of andere reden niet erg vond om een arm of een been te dik of te dun, te lang of te kort weer te geven. Sommige lichamen lijken vormeloos weggefrommeld in de wijd gedrapeerde kleren. Oog in oog met zijn Danae deed Michelangelo denigrerend over het beroerde disegno ervan - al leek de stijl hem wel charmant en levendig. Maar evenveel keren is zijn tekening wel raak getroffen, brengt hij complexe bewegingen van figuren tot een perfecte illusie van natuurlijkheid. De kans is groot dat hij het door de Florentijnen zo hoog in het vaandel geschreven disegno serieus kon relativeren. Hij vond dat alleszins minder belangrijk dan de natuurlijke totaalverschijning, tot stand gebracht door de vorm te denken vanuit de verfbehandeling en de kleurensymfonie. Van zijn leerling Palma Giovane weten we dat hij 'zijn schilderijen ruw schetste met een massa kleuren, die als een bed of fundament dienden voor wat hij wilde uitdrukken en waarop hij dan verder bouwde'. Titiaan. Tiziano Vecellio (ca.1490-1576), geboren in Pieve di Cadore in de Dolomieten, belandde als knaapje in Venetië, ging er in de leer bij Giovanni Bellini, en integreerde het Venetiaanse colorito in een schilderkunst getuigend van een intens bewogen visie op de mens, de wereld en de natuur: Renaissance. Renaissance? Tot op het bot. Een synthese van het klassieke erfgoed van de oude Grieken, het christendom en de onbevreesde emancipatie van het zintuiglijke, het wetenschappelijke en het individueel menselijke dat men 'humanisme' noemen kan. In zijn private kring omringd door de scherpzinnige literator Pietro Aretino en de veelzijdig intellectuele sculpteur, ontwerper en stadsarchitect Jacopo Sansovino, vertaalde Titiaan de verbindende renaissancevisie ook in de conceptie van zijn werk. 'Maken dat het antieke er modern uitziet, en het moderne antiek.' Deze door de schilder Giulio Romano geformuleerde leidraad geeft de contouren van Titiaans beeldende programma aan. Daarbinnen maakte hij - of het nu om religieuze of mythologische onderwerpen ging, om pastorale taferelen of portretten - dat zijn figuren intiem met elkaar en met de omgeving verbonden werden. Dat is de uiteindelijke bedoeling van zijn colorito: op basis van kleurtonen, die elk verschillend reageren op het licht, een picturale vorm creëren die de eenheid van het schilderij bewerkstelligt. Op die manier komt de grondidee naar voren, de eenheid van mens en natuur. Een overzicht van zijn zeer uitgebreide oeuvre, zich uitstrekkend over zo'n dikke zestig jaar, zou gemakkelijk overladen kunnen zijn, met voornamelijk meesterwerken nog wel. David Jaffé verkoos voor de tentoonstelling Titiaan in de Londense National Gallery integendeel een graatmagere presentatie van het oeuvre, 43 schilderijen, waarvan een tiental uit de eigen collectie. Ruim voldoende om alle pijlen die de prins van de renaissanceschilderkunst op zijn boog had, af te schieten. We zien de jonge, nog ietwat voorzichtige hand die in zijn religieuze taferelen, bestemd voor private devotie, toch al zijn zelfbewuste picturale visie legt (1510-1517). Vervolgens de coming man, die door hertog Alfonso d'Este gevraagd wordt om in zijn paleis in Ferrara een kunstzinnige camerino in te richten, er eigen werk op te hangen en er dat van de overleden Giovanni Bellini en Dosso Dossi in te passen (1518-1525). Op de tentoonstelling wordt de camerino volgens recente inzichten min of meer gereconstrueerd. We zien er een gerijpt talent dat mythologische taferelen met opvallend veel zwier, complexe bewegingen en een briljant coloriet in scène zet. Daarna komt de portrettist, die de grenzen van wat én levensecht én flatterend is ruim verlegde. Van de oudere Titiaan ten slotte zijn voldoende werken bijeengebracht om het historische debat te heropenen over de vraag of de kunstenaar in de late jaren doelbewust een ruwe, ongelofelijk vrije penseelstreek nastreefde dan wel of het veel meer om 'onvoltooide' werken gaat, die bij zijn dood uit het atelier werden gehaald en verspreid. David Jaffé lijkt de kerk wij-selijk in het midden te willen houden, terwijl Charles Hope in zijn catalogus-essay veeleer flirt met de minderheidstheorie van het onvoltooide. Met actuele ogen bekeken, blijft de vrijheidstheorie evenwel een stuk aantrekkelijker. Een aantal toentertijd 'revolutionaire' kanten van Titiaan vallen vandaag wellicht niet meer zo op, al blijven ze het memoreren waard. Zijn interpretatie van de antieke mythologie was maatgevend voor de komende generaties. Zijn opvatting van het portret al evenzeer. En zijn soepele opvatting over de graad van voltooiing van een schilderij vond in Venetië zelf al onmiddellijk navolging bij Jacopo Tintoretto en Andrea Schiavone. Het zijn beelden van een wijze, veelzijdige menselijkheid. Aanvankelijk overwegen het stil meditatieve of voluit epicuristische, uitgedrukt in een zacht belichte, veelzijdige picturale vorm. In de late jaren dringen ook lijden en aftakeling naar voren, meer schetsmatig geschilderd in een monochromer palet, waarin witte verfslierten het oppervlakte-effect versterken. Tussen beide extremen strekt zich een breed scala uit van benutte mogelijkheden. Ze maken van Tiziano een der meest universele kunstenaars aller tijden. Het oeuvre blijft benaderbaar vanuit talloos veel invalshoeken, de meest intrigerende eerst. Landschappen, herderlijke types en settings bij de jonge Titiaan zijn op een verwarrende manier verwant aan die van de vroeg gestorven Giorgione, met wie Titiaan samen in de leer was bij Bellini. De Venetiaanse verzamelaars hadden vanaf 1475 de smaak al te pakken toen Antonello da Messina zich in de Dogenstad vestigde. Aan het hof van Napels in contact gekomen met de kunst van de Vlaamse Primitieven, had Antonello er ook hun gevoel voor sfeervolle landschappen aan overgehouden. In het idioom van Titiaan kreeg dit landschap - met de recessie van donkere voorgrond, groene middenpartij naar blauwig schemerende achtergrond - groot belang als decor voor scènes van een volmaakte pastorale sfeer. Is het tafereel van godsdienstige aard, dan zet het ook aan tot innige devotie. De natuur als schepping gods maakt daar evengoed het voorwerp van uit als de erg menselijk voorgestelde heiligen en simpele herders. De religieuze extase in volle natuur staat bij Titiaan zelden los van het sentimentele. We denken aan het witte konijntje op de voorgrond van De Maagd met Kind, Sint Catharina en een herder, of aan de intieme interactie van de figuren in De Heilige Familie met een Herder, en in De Maagd met Kind, Sint Ca-tharina met Sint Dominicus en een Donor. Zo'n extase is niet onverzoenbaar met de zinnelijke bekoring. We merken hoe teder de in zijn lichamelijke glorie verrezen Christus Maria Magdalena afweert, brandend van verlangen om hem aan te raken - Noli me tangere. Gaat het om de esbattementen van antieke en moderne, heidense personen onder Italiës zachte hemel ( De An-driërs), dan geeft Titiaan zich over aan de verheerlijking van de dronken roes, het genot van dans, liefde en slaap. De kunstenaar geeft het er op een briefje bij geschilderd: 'Wie drinkt en niet opnieuw drinkt, weet niet wat drinken is.' De verantwoordelijke voor de rivier van wijn is niemand minder dan de god Bacchus zelf. Op een bergje in de achtergrond liggend onder een boom, slaat hij, zelf oud en eindeloos moe, het bacchanaal gade. Het jonge koppel op de voorgrond van De Drie Leeftijden van de Mens behoeft geen drank, hooguit de klank van fluitspel om zich aan de liefde over te geven. Geniet ervan, want het is het hoogtepunt van het leven, suggereert Titiaan, die in hetzelfde pastorale landschap ook een koppel baby's te slapen gelegd heeft - door Cupido vergeefs aangemaand om wakker te worden - en in de achtergrond een oude man die met gebogen hoofd twee schedels contempleert. 'Slaap, dood (en seks) werden gewoonlijk gelijkgesteld tijdens de Renaissance' noteert David Jaffé in de catalogus. In de rij verbluffend knappe portretten op de tentoonstelling neemt Titiaans portret van zijn vriend en promotor Pietro Aretino (1545) een bijzondere plaats in. Vooral is het een uitmuntende demonstratie van Titiaans vrije, met niet meer dan enkele suggestieve penseelhalen en wit-accenten opererende hand. Aretino stuurde het in 1545 bij wijze van promotiegeschenk naar Cosimo I de Medici, hertog van Florence, de stad waar heel andere stijlnormen gehanteerd werden. Het werd er niet goed ontvangen. Overigens kan iedereen op de tentoonstelling met eigen ogen vaststellen dat Titiaan best in staat was om zijn vrije stijl achterwege te laten wanneer het erop aankwam zijn vorstelijke opdrachtgevers te portretteren volgens de gangbare normen. Glad, fijn, uitgestreken, afgeborsteld, zo ziet Filips II in Wapenrusting (1548) er alleszins uit. De smaak van de toekomstige koning te hebben behaagd, legde hem geen windeieren. Enkele van zijn aangrijpende, late schilderijen - De Dood van Actaeon en de Graflegging - waarin de schilder heel zijn dramatische, dynamische en suggestieve stijlgevoel legde, kregen een ereplaats in de collectie van Filips II. De Londense Titiaan-tentoonstelling, die aansluitend in licht gewijzigde versie in Madrids Prado te zien zal zijn, is niet louter een esthetisch feest. De gelegenheid werd aangegrepen om enkele Titiaans grondig te laten reinigen, waarbij het oordeel over de authenticiteit opnieuw getoetst en bevestigd kon worden. Eén der hoofdbegunstigden is het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten dat zijn enige Titiaan, het vroege werk Jacopo Pesaro aan Sint Pieter voorgesteld door Paus Alexander VI (ca. 1506-11) voor de expositie afstond in ruil voor een gratis poetsbeurt. Het resultaat is een half mirakel. Het werk, dat we altijd hebben gekend als zwaar verdonkerd en vervuild, straalt in zijn frisse kleurenpracht, hervindt zijn diepte en reliëf en de intensiteit van de geconcentreerd opgebouwde figurengroep. Zo komen meteen ook al de kwaliteiten naar boven op basis waarvan het überhaupt aan de jonge Titiaan kan worden toegeschreven. Als het later op het jaar terugkomt, zullen de museumgidsen er met vernieuwd vertrouwen bij stilstaan, onderweg naar de schatten van Pieter-Paul Rubens en Sir Anthony Van Dyck, uitleggend hoezeer beide Antwerpse barokmeesters in hun behandeling van kleur en compositie de lessen van de Venetiaan Tiziano Vecellio ter harte hadden genomen. Jan Braet