MARLEEN VANDERPOORTEN
...

MARLEEN VANDERPOORTEN De Commissie Onderwijs beseft dat de beslissing om kinderen pas vanaf drie jaar op school toe te laten, veel consequenties heeft. Dat zegt Marleen Vanderpoorten (VLD), lid van de commissie die de maatregel goedkeurde.?In ons land gaan kinderen uitzonderlijk vroeg naar school. Peuters van tweeënhalf zijn niet allemaal schoolrijp en velen ook niet zelfstandig genoeg, daar is iedereen het over eens. Dat er voor de schoolse opvang van de kleinsten assistentie van kinderverzorgsters werd gevraagd, spreekt toch boekdelen. Bovendien : in een periode waarin zoveel gepraat wordt over de rechten van het kind, mogen we toch eens nadenken over het verwezenlijken van die rechten. Het belang van de kinderen was en is het uitgangspunt van de hele onderwijshervorming in Vlaanderen. Natuurlijk begrijpen we dat kleuterleiders en -leidsters bang zijn van de gevolgen van deze maatregel op de werkgelegenheid. De berekeningen leren ons dat het alles bij elkaar gaat om 1.400 banen. Met betere uitstapmogelijkheden, meer deeltijdarbeid daar is vraag naar en kleinere klasgroepen, gaat de ervaring van die mensen niet verloren en is er een beter kleuteronderwijs mogelijk. Tegelijk moet het volume van de kinderopvang opgevoerd worden. Niet alleen zou dat voor meer werkgelegenheid moeten zorgen, het zou ook de gelegenheid bieden om, via een kwaliteitsvolle opvang, de schoolrijpheid van kinderen te meten. We zijn in Vlaanderen volop aan het overleggen over de buiten- en naschoolse opvang. Net zoals we, via een nieuw decreet voor het basisonderwijs, een globale visie op de taak van de school formuleren, zo moeten we bepalen hoe we opvang voor kinderen vanaf de kleinsten organiseren. Dat minister van Onderwijs Luc Van den Bossche (SP) en minister van Welzijn Luc Martens (CVP) met de oppositiepartijen praten, is meegenomen. Natuurlijk bestaan er verschillende opvattingen, maar een open discussie leidt naar de beste democratische oplossing. De bezorgdheid om de meerkost voor de gezinnen is begrijpelijk. Maar het belang van het kind overstijgt die. Vandaar dat we ook een overlegperiode inlassen waarin de discussie over opvang en kwaliteit kan gebeuren.? FONS DE NEVE Kleuters pas vanaf drie jaar naar school ? Daarop antwoorden we ?ja maar? of ?neen, tenzij?, zegt Fons De Neve, hoofd van de studiedienst van de Bond van Grote en Jonge Gezinnen die meer dan 300.000 leden-gezinnen telt.?We weten dat tweeënhalfjarigen lang niet allemaal schoolrijp zijn en er dus goede redenen zijn om ze nog niet naar school te sturen. Degenen die wel de school aankunnen, hebben een geëigende aanpak nodig. We waren steeds vragende partij voor een aangepaste omkadering bijvoorbeeld qua klasgrootte en slechts enkele instapmomenten, zodat scholen de opvang van de allerkleinsten goed konden organiseren. Het probleem krijgt nu een gemakkelijkheidsoplossing : laat iedereen vanaf drie jaar naar school gaan en de nood aan meer omkadering voor de peuters is ook opgelost. We willen geloven dat deze beslissing geen besparingsmaatregel is, maar we willen wel antwoorden op een pak vragen. Wat met de kleuterleidsters die serieus werk maakten van de begeleiding van de allerkleinsten ? Zullen we hun ervaring gebruiken om een beter kleuteronderwijs te organiseren, met kleinere klassen ? Werd er gedacht aan de gevolgen voor de gezinnen waarin de combinatie gezin-arbeid nu al voor zware druk zorgt ? Heel wat ouders nemen loopbaanonderbreking om zelf voor hun kinderen te zorgen. Zijn werkgevers en overheid klaar om de vraag naar de extra zes maanden in de verlofstelsels op te vangen ? Een goede helft van de kinderen jonger dan drie wordt buitenshuis opgevangen, van wie zo'n veertig procent door grootouders. Die krijgen ook zes maanden extra. Wie vraagt hen of ze dat kunnen en willen ? De groep vergroot die binnen de door Kind en Gezin erkende voorzieningen wordt opgevangen. Zijn daar voldoende plaatsen (en geld) voor ? Wordt die opvang kwaliteitsvol ? Of gaat men er gewoon vanuit dat de nu bestaande opvang alles oplost ? Het prijskaartje zal ook voor veel gezinnen meespelen. Daar is echter wel een mouw aan te passen via een herziening van de ouderbijdragen opvang wordt betaald naar inkomen en via fiscale maatregelen. Alleen is dat laatste een federale materie. Een gesprek met alle betrokkenen, niet op z'n minst met de gezinnen, is vereist.? Opgetekend door Misjoe Verleyen