De Europese raad in Firenze draaide uit op een maat voor niets. Toch zijn de regerings- leiders tevreden : ze beëindigden de vlees- oorlog en vermeden een dreigend conflict.
...

De Europese raad in Firenze draaide uit op een maat voor niets. Toch zijn de regerings- leiders tevreden : ze beëindigden de vlees- oorlog en vermeden een dreigend conflict. EEN BERICHT UIT ITALIECANNES, JUNI 1995. De Europese raad van regeringsleiders eindigde in mineur met een verdaging van alle belangrijke beslissingen. Omdat de Britse premier John Major in een machtsstrijd met zijn Eurofoben verwikkeld lag en onverwacht een verkiezingsslag rond het voorzitterschap van de Conservatieve Partij uitlokte, kon hij zich op de Europese top geen ?misstap? veroorloven. Elke toegeving zou het thuisfront als een capitulatie interpreteren. Onder de palmbomen van Cannes vielen dus weinig beslissingen. Major moest gespaard worden. Na afloop onthulde premier Jean-Luc Dehaene (CVP) hoe de kaarten precies lagen. ?President Jacques Chirac en zeker kanselier Helmut Kohl wilden Major niet slachtofferen. Het beste dat ons kan overkomen, is dat Major verdergaat. De Tories blijven nog twee jaar aan de macht en iedereen die in de plaats van Major komt, zou erger zijn.? Firenze, juni 1996. Opnieuw ontpopte de Britse premier zich tot de antiheld van een Europese raad die op het nippertje een major incident vermeed. Londen maakte een einde aan zijn obstructiepolitiek van de Europese besluitvorming en slikte het plan van de Europese Commissie voor een geleidelijke opheffing van het uitvoerverbod van Brits rundsvlees. Hoewel Londen volhoudt dat het concessies heeft afgedwongen, maken de veertien andere lidstaten duidelijk dat de Britten door de knieën zijn gegaan. De Britse regering zal 150.000 in de plaats van 40.000 koeien moeten slachten en heeft er voorts het raden naar wanneer er een einde aan het exportverbod komt. Een timing konden de Britten niet lospeuteren en deskundigen sluiten niet uit dat een normalisering van de situatie ruim vijf jaar zal duren. Ook het exportverbod naar derde landen blijft. De enige toegift die Groot-Brittannië verkreeg, is dat die landen bij de Commissie een aanvraag kunnen indienen voor de invoer van Brits rundvlees. De Commissie zal dan een beslissing nemen na advies van het veterinair comité. Volgens de woordvoerster van premier Dehaene hebben de Britten een lege doos met een strik errond gekregen. Dehaene zelf, die de hele top in grote vorm verkeerde en intens genoot van het mooie dat Firenze te bieden heeft, zei met pretoogjes dat hij met heel veel nieuwsgierigheid uitkijkt naar hoe Major één en ander aan zijn achterban zou ?expliceren? en hoe hij op de tabloids zou reageren. Het was de Belgische regeringsleider aan te zien dat het hem niet zou rouwen, mocht Major nog eens op zijn bek gaan. In Cannes werd Major gespaard, in Firenze mocht hij geliquideerd worden. Op Florentijnse wijze. Het moordwapen de lege doos werd klaargemaakt en mooi versierd aan de Londense media overhandigd. De Britse pers toonde zich niet mild, maar ook niet echt meedogenloos. Haar belangstelling lag elders. Niet Firenze en Major haalden de frontpagina's, wel Wembley, Paul Gascoigne en doelman David Seaman. Zelfs de oerdegelijke The Observer verwees de Britse nederlaag in Firenze naar een verre zestiende pagina. De Britse eer was immers toch gered : na Nederland schakelde de Engelse voetbalploeg ook Spanje uit en plaatste zich voor de halve finale van het Europees kampioenschap. Toch werd de rekening van Major gemaakt. ?Met de beef war hoopte hij zijn partij en het land te heroveren. Na zijn capitulatie is het waarschijnlijk dat beide hem aan de kant zetten. Vervroegde verkiezingen in de herfst worden nu zeer waarschijnlijk.? CHANTAGE.In Bonn en de Wetstraat 16 zullen ze het graag lezen. Daar hebben ze al een tijdje terug beslist dat het geduld uitgeput is. Major moet nu zo vlug mogelijk worden ingeruild voor een meer Eurominnend premier. Over de identiteit van de gewenste kandidaat bestaat geen discussie. De christen-democraat Kohl hoopt vurig dat er eindelijk weer een socialist de Britse regering gaat leiden. Een paar dagen voor de top in Firenze werd Tony Blair in Bonn ontvangen. Bijna twee uur zelfs regeringsleiders worden doorgaans vlugger naar buiten gewerkt kon hij met Kohl van gedachten wisselen. Zo begreep zelfs de hardhoorse Major dat hij ook bij de Europese christen-democratie alle krediet verspeeld had. Er wordt nu hardop over vervroegde Britse verkiezingen gespeculeerd, in Firenze werd navenant gehandeld. In tegenstelling tot wat de Britten hoopten, weigerden Kohl & Co. nog over het raamakkoord van de Europese Commissie over de dolle-koeienziekte te praten. Het ging over volksgezondheid, bijgevolg bleef er geen ruimte over voor politiek gemarchandeer. De enige vrijheid die Major gegund werd, was het akkoord slikken en een einde aan zijn obstructiepolitiek maken. Kortom, de capitulatie. Bovendien moest de knieval in het begin van de tweedaagse top gebeuren, zodat er in de media en de publieke opinie geen twijfel over kon bestaan dat er in Firenze niet over de gekke koeien was onderhandeld. Praten kon, liefst in de wandelgangen, onderhandelen niet en als het aan Kohl en Dehaene lag, was de affaire binnen de vijf minuten beklonken. De vrije tribune die Major de dag voordien in diverse Europese kranten publiceerde, had hen blijkbaar in hun mening gesterkt dat de man niet meer wist van welk hout pijlen maken. Vooral de onsterfelijke zin dat ?rundvlees een deel van de psyche van onze natie is? moet hen overtuigd hebben van de noodzaak aan een snel optreden. Als er al een signaal uit Firenze moest komen, dan wel dat de Britse chantage niet loonde en dat de Unie zich wel rechtlijnig en principieel kon opstellen. Bijvoorbeeld, als het rond volksgezondheid draait. De Italiaanse voorzitter, premier Romano Prodi, een neofiet op Europese raden, had zijn bedenkingen bij zo'n forcing en vreesde dat de zware jongens uit Duitsland en België van zijn top een puinhoop gingen maken. Hij had meer vertrouwen in het geraffineerde werk, de charmes van Toscane en de sfeer van Firenze om de geesten dichter bij elkaar te brengen. Bij valavond, in het unieke kader van het Palazzo Pitti, waar ooit de Medici hun intriges bedachten, hoopte hij Major te vermurwen. De Nederlandse premier Wim Kok die de subtiliteiten van de Italiaanse diplomatie ten enenmale ontgingen, maakte Prodi duidelijk dat er andere afspraken waren. Eerst het Britse varkentje wassen en dan pas kon de business as usual hervatten. Prodi besefte dat het voor de Benelux en Duitsland om een staatszaak ging en dat de speeltijd voorbij was. Hij leverde Major aan de beulen over. Eerst kreeg de Britse premier de volle lading van de voorzitter van het Europees Parlement, de Duitse socialist Klaus Hänsch, die bij het begin van elke top even de regeringsleiders de zorgen van de Europese volksvertegenwoordigers mag overmaken. ?Wat ook de reden is die wordt ingeroepen, de obstructiepolitiek is onduldbaar en alles moet in het werk gesteld worden opdat hij mislukt. Anders is het gevaar groot dat elke lidstaat naar zulke chantagepraktijken grijpt. Dit zou het einde van de Europese Unie betekenen.? Hänsch die goed is ingewijd in de Europese machtsevenwichten en zelden een voorstel formuleert als hij niet over voldoende rugdekking beschikt, rondde af met raadgeving van Niccolo Machiavelli, één van de meest beroemde zonen van Firenze. ?Het is de plicht van de prins om de problemen op te lossen vooraleer de publieke emoties ze onoplosbaar maken.? Dehaene voelde zich aangesproken en nam als eerste van de regeringsleiders het woord. SANCTIES.De Belgische premier verdedigde de stelling dat deze crisis ook positieve kanten heeft. ?We moeten hier lessen uit trekken en het vetorecht verder inperken. Iedereen beseft nu dat het nieuwe Europese verdrag de obstructiepolitiek, waaraan de Britten zich bezondigden, voor eens en altijd onmogelijk moet maken. Allicht is het wenselijk dat er in zulke gevallen sancties volgen.? Daarmee loste Dehaene een zwaar schot voor de boeg, dat vooraf niet met de Benelux-collega's was overlegd en bij velen de wenkbrauwen deed fronsen. Uiteraard bij de Britten en Major. Uit de gespierde tussenkomst van Dehaene onthielden ze twee dingen. Vooreerst zagen ze in dat de onderhandelingsmarge over de dolle koeien vrijwel nihil was en dat het bijgevolg verstandig was een punt achter de rel te zetten. Bovendien ontdekten ze dat er zich een nieuw front opende, waar ze strijd tegen de Europese federalisten zouden moeten leveren. Op zijn afsluitende persconferentie probeerde de Britse premier nog stoer uit te halen. ?Nooit, nooit zal ik de idee van de sancties aanvaarden. Niet als het om Groot-Brittannië gaat, maar evenmin als een andere lidstaat erdoor getroffen wordt. De Unie is immers een groepering van soevereine natiestaten.? De aanwezige pers snapte waarom de Belgische premier in Corfu van Major geen Commissievoorzitter mocht worden. Dehaene zelf kon tevreden terugblikken op zijn Florentijnse campagne. Hij werkte zich in de kijker en werd veel gesolliciteerd door vooral Britse tv-stations. Dat is meegenomen. Voorts werd duidelijk dat hij bij de grote manoeuvres in perfecte symbiose met Kohl functioneert. Zo krijgt Dehaene, die onder de regeringsleiders al de op twee na langste staat van dienst heeft, een beduidend groter impact rond de vergadertafel. Ook het feit dat de Benelux opnieuw functioneert en dikwijls als een gesloten blok optreedt, verschaft extra hefbomen en geeft de Belgische premier nu ook op Europese fora een verbazende zelfverzekerdheid. De rel rond de Britse obstructiehouding was zeker geen klein incident en sommigen vergeleken ze met de Franse politiek van de lege stoel uit de jaren zestig. Ten onrechte. Charles De Gaulle ging er veel harder tegen aan dan Major en ook Margaret Thatcher maakte met haar ?I want my money back? meer brokken. Toch kan deze crisis worden beschouwd als een repetitie voor het onvermijdelijke conflict dat zich rond de Intergouvernementele Conferentie (IGC) aankondigt. Drie maand na het begin van de IGC zijn de onderhandelingen nog altijd niet echt begonnen. Verder dan de inventarisatie van de standpunten, verduidelijkingen en toelichtingen zijn de deelnemers niet geraakt. De hoofdverantwoordelijken voor zoveel traagheid zijn opnieuw de Britten. Voor de regering-Major is het totaal uitgesloten dat het serieuse werk voor de verkiezingen gebeurt. Als Major de hele legislatuur volmaakt, blijft het bijgevolg rondjes draaien tot midden 1997. In dat geval valt het niet uit te sluiten dat het nieuwe Unieverdrag pas in 1998 op papier staat en dat de ratificatie ervan in het gewoel van de Duitse en Franse parlementsverkiezingen belandt. Duitsland en Frankrijk sturen dus aan op een tempoverhoging, ze willen dat er nog dit jaar een akkoord wordt bereikt rond een aantal wezenlijk belangrijke punten. Zolang in Engeland de conservatieven aan de macht zijn, lijkt dat compleet onhaalbaar en dat vormt een extra stimulans om die zinnetjes en voorstellen te formuleren die het vertrek van Major kunnen versnellen. HOLLE WOORDEN.De tribulaties rond de dolle koeien heeft de andere agendapunten van Firenze volledig overschaduwd. Inbegrepen het thema dat het hoofdmenu en de blikvanger van deze top moest worden : het vertrouwenspact voor de werkgelegendheid. Het lijdt twijfel of daarover moet getreurd worden, want de voorstellen van Commissievoorzitter Jacques Santer zijn alles behalve origineel, gedurfd en enthousiasmerend. ?Ze hernemen grotendeels de ideeën, die Jacques Delors destijds in zijn Witboek formuleerde,? stelde de Nederlandse premier Kok droogjes vast. De top slaagde er zelfs niet in om de al twee jaar durende palavers over de financiering van de grote infrastructuurwerken te beslechten. Het nieuwste voorstel van Santer extra middelen uit het infrastructuurbudget ten belope van een kleine 50 miljard frank werd door de regeringsleiders aanhoord, maar niet goedgekeurd. Een ontstemde Santer kreeg de opdracht om het in de komende zes maanden allemaal nog eens grondig uit te vlooien met de ministers van Financiën. De socialist Kok was daar niet droevig om. ?We willen dat de Unie zuinig werkt en staan erop dat het voorstel de uitgaven niet verhoogt. Als dat inderdaad zo is, zullen we graag ons slaatje meepikken. Dan zal de koopman spreken, nu is het woord nog altijd aan de dominee.? Philippe Maystadt, nochtans minister van Financiën en christen-democraat, behoort tot een minder strikte obediëntie. ?Mijn voorkeur ging er naar uit dat de Commissie een positieve beslissing nam. Het heeft nu lang genoeg geduurd.? Het duidelijke signaal dat het de Unie echt menens is met de werkgelegenheid, kwam er niet. Desondanks schrijft de raad in zijn slotconclusies dat ?de werkgelegenheid de topprioriteit van de Unie blijft.? ?Het zijn holle woorden,? luidde het commentaar van de vroegere socialistische vakbondsleider Georges Debunne, die op de Piazza della Signoria enkele duizenden morrende senioren en rumoerige jongeren de weg naar een meer sociaal Europa kwam wijzen. ?De enige efficiënte remedie tegen de werkloosheid is een drastische vermindering van de arbeidsduur. Al de rest levert niets op.? Op dat terrein wil de Unie zich zeker niet begeven : te controversieel en te riskant. Het Europees establishment gelooft trouwens dat het geen zin heeft om met grootschalige tewerkstellingsprojecten uit te pakken. Eerst moeten de normen van Maastricht en de eenheidsmunt worden gerealiseerd en dan pas is het tijd voor een balans op het vlak van banen. Volgens het dominante denken in de Unie is werkgelegenheid een afgeleide en is Europa niet bij machte om jobs te scheppen. Voorts menen de realpolitici in de Europese besluitvorming al geruime tijd dat de Unie er niet mee gediend is om rond dit punt een scheiding der geesten te forceren. De echte prioriteiten zijn de eenheidsmunt en het nieuwe verdrag en in het kader daarvan worden coalities gesloten, thema's aangebracht en verklaringen afgelegd. Alles wat de realisatie van de EMU en het succes van de IGC kan hypotheceren, wordt systematisch geweerd. De financiering van de grote investeringsprojecten, bijvoorbeeld, maar ook de opvolging van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties (VN) Boutros Boutros-Ghali. In de zestien pagina's tellende slotconclusie, die zowat alle problemen van de planeet behandelen, wordt daar met geen woord over gerept. Toch hebben de ministers van Buitenlandse Zaken er langdurig over gepraat. ?Er is,? zei de Belgische buitenlandminister Eric Derycke (SP), ?een groeiend ongenoegen over de wijze waarop de Amerikanen de rest van de wereld met hun kiesstrijd opzadelen. Omdat de republikeinen balen van de VN en president Bill Clinton hen het gras onder de voeten wil wegmaaien, worden wij nu met het Amerikaans veto tegen Boutros-Ghali geconfronteerd.? Toch durfde de Unie het niet aan iets wat op ongenoegen over deze gang van zaken leek, aan het papier toe te vertrouwen. De overbekende Europese lafheid en volgzaamheid tegenover de Amerikaanse grootmacht ? Ongetwijfeld, maar niemand die dat wou toegeven. Jean-Luc Dehaene : ?Waarom zouden we daarover nu een standpunt innemen ? Het zou ons niet dichter bij een oplossing brengen en de problemen alleen maar vergroten. In deze telt niet de duidelijkheid of de dapperheid van de tekst, wel de efficiëntie van het optreden.? Daarmee bewees Dehaene dat sommige teksten na vijfhonderd jaar niets van hun actualiteit verliezen, zeker niet in Firenze. ?De machthebber moet zijn gedrag op de politieke noodzaak oriënteren. Deugd en ondeugd moeten aan de politieke realiteit gemeten worden.? Dat schreef Macchiavelli in het vijftiende hoofdstuk van zijn ?Il Principe?. Paul Goossens John Major kreeg in Firenze alleen maar applaus bij de familiefoto.Jean-Luc Dehaene, hier met Jacques Chirac : gespierd optreden.