Mijnheer Senelle, de toetreding van de extreem-rechtse FPÖ tot de Oostenrijkse regering heeft tot felle protesten geleid, vooral binnen de Europese Unie.
...

Mijnheer Senelle, de toetreding van de extreem-rechtse FPÖ tot de Oostenrijkse regering heeft tot felle protesten geleid, vooral binnen de Europese Unie.Robert Senelle: Men is veel te vlug van stapel gelopen. Ik ben radicaal gekant tegen uiterst rechts. Ik ben tegen fascisme, racisme, en alle -ismen van die aard. Ik ben ook tegen communisme, want dat is net zo goed een dictatuur. Ik heb dus geen enkele sympathie voor Jörg Haider of zijn partij, maar ik vind het van belang dat in alle omstandigheden de legaliteit wordt gerespecteerd. Het Oostenrijkse volk heeft op een democratische wijze zijn voorkeur laten kennen voor een bepaalde partij. Men kan dat betreuren, maar het is het recht van de Oostenrijkse kiezer. Wat kan Europa doen? Het Verdrag van de EU bepaalt in artikel 7 dat maatregelen kunnen worden getroffen tegen een lidstaat die zich schuldig maakt aan een ernstige en voortdurende schending van de democratische beginselen, nadat de regering in kwestie daarover is ondervraagd. In dat geval kan de Europese ministerraad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten tot schorsing van bepaalde rechten van die lidstaat. Maar die maatregelen kunnen pas a posteriori worden genomen. Zoals dat overigens ook in het gewone recht geldt: je kunt niet iemand veroordelen omdat hij in de toekomst misschien een misdaad zal begaan. Het is dus verkeerd om halsoverkop allerlei door geen verdrag of wet geschraagde sancties tegen Oostenrijk te treffen, terwijl de nieuwe regering haar eerste handeling nog moet stellen. Er is trouwens een verschil tussen de reactie van de Europese Commissie, en die van de elkaar overschreeuwende regeringsleiders. Het ware veel verstandiger geweest indien de Commissie de Oostenrijkse president en kanselier haar bezorgdheid had meegedeeld, expliciet had gewezen op het bestaan van artikel 7, en vervolgens oplettend had afgewacht tot er een eventuele inbreuk op de Europese waarden of regels werd vastgesteld. Dat onze minister van Buitenlandse Zaken zijn landgenoten oproept om niet meer in Oostenrijk te gaan skiën, is ronduit belachelijk. Dit soort dwaasheden zal de positie van de FPÖ alleen maar versterken.Intussen buigt de EU zich ook over hervormingen om de komende uitbreiding het hoofd te bieden.Senelle: De structuur van de EU is in de jaren vijftig gecreëerd voor een 'Europa van de zes', en ze heeft grote diensten bewezen. Maar ze voldoet al niet meer voor de huidige vijftien lidstaten. De Unie functioneert niet meer harmonieus, er zijn te veel verschillende opvattingen, en steeds meer landen plaatsen, net als Groot-Brittannië, hun eigen nationale belangen boven de Europese normgeving. De EU uitbreiden zonder een grondige hervorming van de instellingen, zal de besluitvorming in de toekomst bijna onmogelijk maken. De Europese Raad heeft vorig jaar in Keulen enkele prioriteiten gesteld. Er moet een nieuwe samenstelling van de Commissie worden vastgelegd. Minimaal één commissaris per lidstaat, zoals nu, is onhoudbaar. Daarnaast moet er een wijziging komen in de stemmenafweging in de Raad van Ministers. Jean-Luc Dehaene heeft in zijn uitstekend 'rapport der wijzen' het idee van een dubbele meerderheid vooruitgeschoven: meerderheid van het aantal lidstaten, en van het bevolkingsaantal. In elk geval moet de stemming bij meerderheid de regel worden, en de unanimiteit de uitzondering. Is een akkoord over die aanpassingen mogelijk?Senelle: Ik ben veeleer pessimistisch. Inzake de eenmaking van het continent beleeft Europa een dieptepunt. We betalen de prijs voor de zwakke Commissie-Santer. Met uitzondering van enkele sterke figuren, onder wie Karel Van Miert, heeft die Commissie jaren aan een stuk ondermaats gepresteerd. En ze heeft nagelaten om de instellingen aan te passen aan het stijgend aantal lidstaten. Het is de hoogste tijd om in te grijpen. Als we in deze omstandigheden de EU toch uitbreiden, gaan we recht naar een catastrofe. We moeten de EU ook beperken tot Europa, voor mij is het uitgesloten om onderhandelingen aan te knopen met landen als Marokko of Turkije. In Luik is vorige week een arts aangehouden en in staat van beschuldiging gesteld voor het plegen van euthanasie. Toeval?Senelle: Ik zou niet durven zeggen dat het gerecht hiermee de politiek onder druk heeft willen zetten. Wel gaat het hier om een schoolvoorbeeld van het in gebreke blijven van de wetgever, waardoor de procureurs-generaal geen richtlijnen kunnen geven voor de toepassing van de strafwet, en de parketten verplicht zijn stelling te nemen in volle rechtsonzekerheid. Men laat elke dokter in eer en geweten, en volgens zijn eigen filosofische overtuiging, belangrijke beslissingen nemen in verband met leven en dood van een patiënt. Maar tegelijkertijd laat men hem in een juridische schemerzone waarin hij eigenlijk vogelvrij kan worden verklaard. We hebben precies dezelfde situatie gekend bij de totstandkoming van de abortuswetgeving. Toen is dokter Peers opgepakt, als kop van Jut. De geneesheer uit Luik is de dokter Peers van de euthanasie. Zijn aanhouding is totaal ongepast en toont nog maar eens aan dat sommige onderzoeksrechters de wet op de voorlopige hechtenis verkeerd interpreteren. De Orde van Geneesheren zegt dat inzake euthanasie de deontologie van de arts als richtlijn volstaat.Senelle: Ik ben het daar niet mee eens. Euthanasie is belangrijk genoeg om het wettelijk te regelen, al pleit ik wel voor grote voorzichtigheid. De nieuwe regeling moet elke willekeur uitsluiten. Daarom vind ik dat bij euthanasie de instemming van meerdere artsen vereist is, en in elk geval van een wetsgeneesheer. Deze delicate materie zou het best worden geregeld via een consensus tussen de verschillende politieke fracties en levensovertuigingen, maar indien die er niet komt, moet het parlement zijn verantwoordelijkheid opnemen en bij meerderheid beslissen. Het heeft veel te lang geduurd vooraleer hierover een politiek debat is losgekomen. Dat is geen verwijt aan de CVP alleen, ook liberalen en socialisten hebben te lang getalmd, hoewel ze het probleem onderkenden. In zijn toespraak tot de overheden van het land heeft koning Albert gepleit voor het verbeteren van het imago van België. En hij vernoemde een paar keer nadrukkelijk prins Filip. Is een troonopvolging nakend?Senelle: Dat denk ik niet. Een troonsafstand is strijdig met de traditie van de Belgische monarchie. Er komt pas een nieuwe koning als de vorige gestorven is. Dat is het wezen van de erfelijke monarchie, waarvoor onze voorouders hebben gekozen met tweehonderd stemmen, tegen slechts tien voor de republiek. Die staatsvorm heeft tot nu toe goed gewerkt, met koningen die hun dienst hebben uitgedaan tot op het einde. Leopold III was de enige uitzondering, maar dat had hij aan zichzelf te wijten. Mocht de gezondheidstoestand van een regerend vorst zo slecht zijn dat hij zijn constitutionele plichten niet meer kan vervullen, dan zou hij kunnen opteren voor een troonsafstand. Maar gelukkig is koning Albert lang niet in dat geval. Misschien wil Albert met de traditie breken. De openheid bij het huwelijk van prins Filip was ook totaal nieuw.Senelle: Bij huwelijken of begrafenissen kan een monarchie tonen dat ze de steun of de sympathie van een meerderheid van de bevolking geniet. Het was een goed idee om de kroonprins, samen met zijn charmante echtgenote, dichter bij de gewone Belg te brengen. Ook het paleis is zich bewust van de nieuwe tijden, en heeft zich bediend van de moderne communicatiemiddelen, meer bepaald de televisie. Het heeft de camera's meer toegelaten dan ooit voordien. De vraag is: tot hoe ver mag die openheid gaan? We moeten vermijden dat we terechtkomen in een soap als in Groot-Brittannië. België moet extra voorzichtig zijn omdat onze regering, door het gewoonterecht, politiek verantwoordelijk is voor wat zowel de koning als de prinsen zeggen en doen. De Britse regering is enkel verantwoordelijk voor de koningin. Overigens had de koning gelijk om meer aandacht voor het Belgische imago te vragen. Tijdens mijn buitenlandse reizen stel ik met schaamte vast hoe belabberd de reputatie van België is. Dat is begonnen met Dutroux, en het is vorig jaar aangewakkerd met de dioxinezaak. Wij staan in het buitenland bekend als levensgenieters, maar vooral ook als mensen die niet bij machte zijn om hun politiek huishouden op een ordentelijke manier te organiseren. Dat is jammer, want het kost ons geld.De parlementaire dioxinecommissie heeft haar zittingen afgesloten met het verhoor van de ministers Pinxten en Colla en van premier Dehaene. Heeft die commissie nut gehad?Senelle: De kwaliteit van een commissie wordt bepaald door de kwaliteit van haar voorzitter en haar leden. In dit geval kan men niet van een onverdeeld succes spreken. In afwachting van het rapport, lijkt de commissie geen echte fouten bij de ministers Pinxten en Colla te hebben blootgelegd. Tenzij de gebrekkige coördinatie tussen hun ministeries en kabinetten. Verder blijkt veekeurder Destickere in zijn beruchte nota zelf te hebben aangestipt dat het ergste al voorbij was, en dat er geen aanleiding was voor het nemen van buitensporige maatregelen die, zoals bewezen is, zeer schadelijk zouden zijn voor 's lands economie. Uit de werkzaamheden van de dioxinecommissie onthoud ik dus dat Pinxten en Colla eigenlijk geen ontslag hadden moeten nemen. Ik weet niet of het de bedoeling van de commissieleden was om tot die conclusie te komen. Is hun ontslag gestimuleerd door voorgaanden in de regering-Dehaene II?Senelle: Meer dan waarschijnlijk, en we moeten die kwalijke trend stoppen. Het kortstondig ontsnappen van Marc Dutroux had voor Stefaan De Clerck geen reden mogen zijn om ontslag te nemen als minister van Justitie. Dat was een verkeerde toepassing van de ministeriële aansprakelijkheid. Mijn vroegere baas Achille Van Acker noemde een regering een oorlogsschip in een woelige zee. En op een oorlogsschip moet iedereen solidair zijn, van de admiraal tot de jongste matroos. Het wegsturen van Colla en Pinxten was een onnodige schuldbekentenis, waarmee we onszelf in het buitenland geen dienst hebben bewezen. De dioxinecrisis is uitvergroot door de aanwezigheid van de wereldpers in Brussel. Die huist hier permanent om verslag uit te brengen over de internationale instellingen. Met als gevolg dat zodra zich in België een schandaal of schandaaltje voordoet, het meteen de hele wereld wordt rondgestuurd. Dat rukt een en ander uit zijn juiste verhoudingen. Bovendien hebben sommige Europese landen de dioxinecrisis misbruikt voor economisch eigenbelang. In een vroegere aflevering van Het Forum toonde u zich sceptisch over de slaagkansen van de costa. Heeft die nog een toekomst?Senelle: Ik heb nooit veel verwacht van de costa, al twijfel ik niet aan de goede wil van de Vlaamse vertegenwoordigers. De Franstalige Gemeenschap heeft zonder slag of stoot 2,4 miljard frank voor haar onderwijs binnengehaald. Het gaat om een federale subsidie, die dus voor het grootste gedeelte vanuit Vlaanderen komt. Dat bedrag hadden de Vlamingen bijvoorbeeld kunnen besteden aan een verlaging van hun belastingen. Als men er binnen zeer korte tijd niet in slaagt een akkoord te bereiken over een daadwerkelijke nieuwe stap in de staatshervorming, zullen we moeten besluiten dat de Franstaligen de costa enkel hebben gebruikt als een vertragingsmanoeuvre, om geruisloos de jaarlijkse transfertenstroom van 180 miljard frank van Vlaanderen naar Wallonië in stand te houden. Dat is onrechtvaardig en onaanvaardbaar, maar de Walen zijn op politiek gebied nu eenmaal slimmer dan de Vlamingen. Zij zien de hele staatshervorming als een zuivere centenkwestie, wat te begrijpen is, gelet op de penibele economische en financiële toestand van Wallonië. Maar de vraag is hoe lang de Vlaamse partijen zich nog laten belazeren met die costa. ROBERT SENELLEKoen Meulenaere