Wat het meest ergert aan het uitzinnige geweld dat deze dagen de bioscoopzalen weer teistert, is de wijze waarop het wordt verdedigd. Een film die een aanklacht tegen de oorlog wil zijn, mag de oorlog niet minder wreed voorstellen dan hij in werkelijkheid is, luidt de redenering. Daarom geen "proper" sneuvelende soldaten die netjes neervallen op de grond, maar wel uiteengereten lichamen onder het verwrongen staal, afgerukte ledematen, het gekerm van de stervenden in de modder. Het moet geweten zijn dat een oorlog geen videospel is.
...

Wat het meest ergert aan het uitzinnige geweld dat deze dagen de bioscoopzalen weer teistert, is de wijze waarop het wordt verdedigd. Een film die een aanklacht tegen de oorlog wil zijn, mag de oorlog niet minder wreed voorstellen dan hij in werkelijkheid is, luidt de redenering. Daarom geen "proper" sneuvelende soldaten die netjes neervallen op de grond, maar wel uiteengereten lichamen onder het verwrongen staal, afgerukte ledematen, het gekerm van de stervenden in de modder. Het moet geweten zijn dat een oorlog geen videospel is. De filmkeuringscommissie is van oordeel dat ook kinderen het weerzinwekkend spektakel van Saving Private Ryan mogen bekijken. Ze vindt dat de film de juiste boodschap verspreidt en dat vooral jongeren op die manier een afkeer voor de oorlog bijgebracht kan worden. Daarom moeten zij maar de doodsangsten doorstaan, de misselijkmakende wonden zien, geduwd worden in de poelen van bloed en modder en verhakkelde lijken. Deze film heeft een opvoedkundige waarde, vindt de commissie. Tegenover zoveel hypocrisie en verloren besef van verantwoordelijkheid, kan men slechts een eenvoudige vraag plaatsen. Waartoe dient nog de boodschap die deze film zou uitdragen? Er ís op dit ogenblik weer oorlog in Europa en niemand steekt een vinger uit. Waarom naar een oorlog op het scherm kijken op een ogenblik dat men de ogen sluit voor een oorlog in de werkelijkheid? Het etnisch geweld dat in de Balkan straffeloos aan de gang is, maakt deze vertoningen in de cinemazalen en het gemoraliseer errond nog schrijnender dan ze op zichzelf al zijn. Toen enkele jaren geleden die andere gruwel van Spielberg, Schindlers' List, volle zalen trok, werd ook beweerd dat de film de waarheid over de uitroeiingskampen onverbloemd moest weergeven opdat niemand nog ooit zou dulden dat het drama zich zou herhalen. Maar op datzelfde ogenblik werden in Bosnië weer mensen gedeporteerd en in kampen opgesloten. De beelden van uitgehongerde gevangenen en massagraven verschenen in het televisiejournaal, iedereen wist het, niemand greep in, niemand ondernam iets. West-Europa nam akte van de feiten, liet begaan en gluurde verder naar films met "educatieve waarde". Wat is de werkelijke reden waarom mensen deze gedrochten bekijken? Wat drijft hen ernaartoe? Waar blijft de schaamte? Het gênante feit dat men niet over het hoofd mag zien, is dat deze films producten zijn van een amusementsindustrie en aangereikt worden in cinemazalen en videotheken waar het publiek zijn vermaak zoekt. In de zaal waar vandaag de oorlog "realistisch" wordt uitgebeeld, draait volgende week een klucht of een pornofilm. De filmliefhebber vraagt een gevarieerd aanbod. Hij maakt zijn keuze, glijdt in een zetel en consumeert wat geserveerd wordt. Een portie popcorn helpt bij de vertering. Deze films die het geweld in al zijn wanstaltigheid vertonen, moeten ontmaskerd worden. Dit zijn geen aanklachten tegen de oorlog, geen verzuchtingen om vrede, welke morele lesjes ze tussendoor ook opdissen. Het zijn ook geen wetenschappelijke documenten en geen authentieke getuigenissen. Het zijn ook niet, zoals nogal wat psychologen willen doen geloven, nuttige uitlaatkleppen voor opgekropte agressies die een uitweg moeten vinden. Deze films zijn ordinaire amusementsartikelen, vunzige attracties die zich slechts onderscheiden van andere vormen van vulgair vermaak door hun directe gerichtheid op de meest duistere driften van het menselijke instinctleven. Zij dompelen hun publiek in een bad van sensaties waarin het zijn oude, geheime dorst naar bloed kan laven. Het roofdier in de mens is nooit gestorven. Wie afdaalt in de kelders van de menselijke ziel, de trappen afgaat tot in de klamme gewelven waaruit in prehistorische tijden het bewustzijn ontwaakte, treft daar het oude beest nog aan, geketend door de regels van een opgelegde moraal, maar niet dood, niet uitgeschakeld. Het draagt in zich de herinnering aan een leven van jacht en razernij, aan achtervolgingen die culmineerden in een maal van verscheurd vlees en gulpend bloed. Het beest is ingedommeld aan zijn ketens, niet gewend nog mee te spelen in een mensheid die de meest rauwe vormen van geweld heeft afgezworen, maar het herleeft zodra de herinneringen worden opgehaald. Ze zijn nog verrassend helder. Mensen zijn geen dieren - voor wie eraan zou twijfelen - want dieren wensen geen vrede, vertellen geen verhalen en verkennen de melkweg niet. Maar de mensheid en alles wat menselijk is, vindt wel zijn oorsprong in het dierenrijk. Het beest dat wij ooit waren, leefde van de jacht en de roof. Om een dier ertoe aan te zetten de inspanningen te leveren die nodig zijn om een prooi te bemachtigen, laat de natuur het jagen en doden gepaard gaan met lustgewaarwordingen. Een afgrondelijk zinnelijk genot doorstroomt het dier dat het kloppende vlees van zijn prooi voelt en er zijn tanden in drukt. De spartelingen van het slachtoffer verhevigen nog het genot. Sadisme is het natuurlijke instinct van een roofdier. Zo werkt de natuur. Zo stookt zij nog in het menselijke lichaam, ook al heeft dat de oude leefwijze grotendeels opgegeven. Daarom is de mens die vreedzaam tracht te leven, een zo complex en eigenzinnig wezen. Hij vecht tegen zijn eigen natuur. Hij onderdrukt diepgewortelde instincten en zoekt een niet eerder beproefde mildere, haast ascetische wijze van bestaan. Maar het falen is nooit veraf, en wanneer hij in de oude gewoonten hervalt, treden ook de oude mechanismen weer in werking. Oorlogen zijn dan weer fascinerend, slachtpartijen en genocides zijn orgieën van hysterische bloeddorstigheid. De instincten sluimeren. Een genotzuchtige samenleving die uit is op elke vorm van zingenot, is ook een masochistische samenleving. Zij vermaakt zich met wat haar kwelt. Zij zoekt lust in pijn en doodslag en in elke spanning die vraagt om ontspanning. Oorlogsfilms lokken daarom altijd grote massa's. Maar deze horribele spektakels zijn geen waarschuwing tegen oorlog, maar een cultivering ervan. Het zijn gelegenheden voor de laffe, wellustige herbeleving van obscene slachtingen in de donkerte van een cinemazaal.Gérard Bodifée