Een rechter in de Ver-enigde Staten veroordeelde de 57-jarige sterreporter Judith Miller van The New York Times vorige week tot 120 dagen cel. Ze kreeg die straf omdat ze weigerde haar bron bekend te maken voor een artikel dat ze overigens nooit schreef. Daarmee zet het gerecht een nieuwe stap in de oorlog met de media. Eerder dit jaar werden andere journalisten tot zware boetes veroordeeld omdat ze hun bronnen niet bekend wilden maken. Het geval van Miller is bijzonder omdat het rond de oorlog in Irak draait en...

Een rechter in de Ver-enigde Staten veroordeelde de 57-jarige sterreporter Judith Miller van The New York Times vorige week tot 120 dagen cel. Ze kreeg die straf omdat ze weigerde haar bron bekend te maken voor een artikel dat ze overigens nooit schreef. Daarmee zet het gerecht een nieuwe stap in de oorlog met de media. Eerder dit jaar werden andere journalisten tot zware boetes veroordeeld omdat ze hun bronnen niet bekend wilden maken. Het geval van Miller is bijzonder omdat het rond de oorlog in Irak draait en het Witte Huis erbij betrokken is. De bron zou namelijk niemand minder zijn dan Karl Rove, de ongenaakbare adviseur van George W. Bush die de verkiezingscampagnes van de president heeft geleid en zijn mediabeleid vormgeeft. Het verhaal begint in januari 2003, als de president in de aanloop naar de oorlog in Irak zegt dat hij over informatie beschikt waaruit blijkt dat Saddam Hoessein heeft geprobeerd om in het Afrikaanse Niger een lading uranium te kopen. Lees: Saddam wil een atoombom maken. Zes maanden later verschijnt in The New York Times een bijdrage van een voormalige Amerikaanse ambassadeur, Joseph Wilson, die stelt dat hij de zaak voor rekening van de CIA in Niger heeft onderzocht en dat er niets van aan is. Lees: Bush heeft Amerika bedrogen. Wat in dit geval overigens ook klopt. Een week later maakt de conservatieve columnist Robert Novak bekend dat de vrouw van Wilson, Valerie Plame, een CIA-agente is, en dat zij haar man naar Niger stuurde. Dat verhaal vindt zijn weg naar het weekblad Time, in een artikel van Matt Cooper. Judith Miller doet onderzoek naar de zaak, maar schrijft er uiteindelijk niet over. Het bekendmaken van de naam van een geheim agent is in de VS strafbaar. Omdat de zaak zoveel ophef maakt, stelt de regering met Patrick Fitzgerald een bijzondere onderzoeker aan om na te gaan wie er nu eigenlijk gelekt heeft. Fitzgerald komt tot de bevinding dat zeker zes journalisten vanuit het Witte Huis informatie over de zaak kregen. Novak, die de naam van Plame als eerste bekendmaakte, wordt niet vervolgd. Vermoed wordt dat hij het met Fitzgerald op een akkoordje gooide. Uiteindelijk houden alleen Cooper en Miller het been stijf. Tot de hoofdredactie van Time besliste om de informatie van Cooper aan Fitzgerald over te maken. Die wijst in de richting van Rove. Miller van haar kant bleef zwijgen en belandde vorige week in de gevangenis. Of er uiteindelijk ook iemand uit de omgeving van de president wordt vervolgd, is niet zeker. In België keurde het parlement dit voorjaar een wet goed die het journalistieke bronnengeheim beschermt. Het wordt algemeen als een hoeksteen van de persvrijheid beschouwd. H.v.H.