Op welk recht beroept u zich om in onze moderne tijd, waarin ongelijkheid een hot issue is, het bestaan van een vorstenhuis - met de bijbehorende erfopvolging en toekenning van adellijke titels - te blijven verdedigen? (Koen Decoodt, Gent)

HERMAN DE CROO: U zou de Belgische Grondwet eens moeten lezen. In wezen is die republikeins, maar in 1831 heeft ons land als het ware een koning - Leopold I - moeten 'inhuren' om te kunnen bestaan. De Grondwet spreekt in de eerste plaats over de rechten van de Belgen, daarna over de parlementen en dan pas over de koning: elke beslissing van het staatshoofd moet worden 'afgedekt' door de regering, en dus ook de toekenning van adeltitels.
...

HERMAN DE CROO: U zou de Belgische Grondwet eens moeten lezen. In wezen is die republikeins, maar in 1831 heeft ons land als het ware een koning - Leopold I - moeten 'inhuren' om te kunnen bestaan. De Grondwet spreekt in de eerste plaats over de rechten van de Belgen, daarna over de parlementen en dan pas over de koning: elke beslissing van het staatshoofd moet worden 'afgedekt' door de regering, en dus ook de toekenning van adeltitels. Het grote voordeel van zo'n vorst is stabiliteit. Was België een republiek, dan hadden we sinds de dood van Boudewijn in 1993 al een tiental presidenten gehad, die allemaal tot aan hun dood betaald en beveiligd hadden moeten worden. Bovendien heeft een koning meer prestige dan een president én besparen we onszelf immense ellende: in ons land heeft het ooit meer dan 500 dagen geduurd om een regering te vormen - hoe zouden we er ooit in slagen om een president te kiezen? DE CROO: Wij zouden ons moeilijk een president op z'n Frans of Amerikaans kunnen permitteren. Zonder een rechtstreeks verkozen staatshoofd is onze situatie al complex genoeg. Ik denk dat we eerder voor een model zoals in Duitsland of Oostenrijk zouden gaan, met een door het parlement verkozen president. Iemand met veel ervaring en kennis, maar veel minder macht dan de eerste minister. DE CROO: Ik zou Filip afraden om zich verkiesbaar te stellen. Mocht hij het toch doen, dan denk ik wel dat hij een kans maakt. Hij kent het vak en heeft al de nodige bekendheid in het buitenland. DE CROO: Koning Filip doet het goed, maar Albert heeft het ook altijd prima gedaan. Ze hebben andere karakters. Filip is eerder introvert, belezen, sportief, een harde werker. Albert is eerder extravert, een zeer aangename persoonlijkheid. De omstandigheden verschillen ook: Filip was voorbestemd om koning te worden. Terwijl ik me nog goed de eedaflegging van Albert herinner: hij was in de rouw na de dood van zijn broer Boudewijn, en had nooit gedacht dat hij op de troon zou belanden. Ons land beleefde toen ook een turbulente periode, met verschillende staatshervormingen. Nu zitten we in rustiger vaarwater. DE CROO: Dat lijkt me zeker geen goed idee. De zaak-Boël wordt voor de rechtbank beslecht. Het zou ongehoord, ongezien én onwettig zijn, als koning Filip erin tussenbeide zou komen. We leven in een rechtsstaat en moeten dus allemaal de uitspraak van de rechter accepteren, of we die nu aangenaam vinden of niet. Krijgen hoogbegaafde kinderen te weinig aandacht? Stel uw vraag aan professor TESSA KIEBOOM, directeur van het expertisecentrum Exentra. Mail uw vragen naar mijnvraag@knack.be en maak kans op een boekenbon van Standaard Boekhandel ter waarde van 20 euro. Stefanie Van den Broeck