De klassieke Perzische muziek.
...

De klassieke Perzische muziek.Een Iraans dichter kreeg ooit te horen dat de Perzische klassieke muziek een onbetekenende waterdruppel was in vergelijking met de machtige oceaan van de westerse muziek. Zijn antwoord was veelzeggend : ?De westerse muziek staat zeker voor een oceaan en in vergelijking daarmee is de Perzische inderdaad slechts een druppel. Maar uw oceaan bevat niets dan water, onze druppel echter is een traan.?Een Perzisch concert opent meestal met een sterk geritmeerde instrumentale inleiding, gevolgd door de eigenlijke ouverture waarin de karakteristieken van de dastgâh (modale groep) worden voorgesteld. Daarna volgen de verschillende melodische sequenties, eigen aan de gekozen dastgâh. Aansluitend treden de uitvoerders solistisch op de voorgrond met virtuoze improvisaties. Dit virtuoze aspect wordt almaar belangrijker en verdringt het meer contemplatieve karakter dat de concerten vroeger kenmerkte. Volgt dan de ritmisch tamelijk vrije en sterk lyrische awâz. Hierin zal de zanger (of eventueel de instrumentalist) improviseren op de verschillende melodische sequenties. Het ritme en het metrum worden sterk op de achtergrond gedrukt, maar komen naar het einde van de awâz terug naar voren om de overgang te vergemakkelijken naar de tasnîf (vocaal met orkest). Een licht instrumentaal stuk ( reng) sluit het concert af. De poëzie bekleedt een vooraanstaande rol binnen de Perzische muziekcultuur. Noureddîn Razavi Sarvestani is een vocaal grootmeester die deze poëzie uitermate tot haar recht laat komen. In Iran wordt hij alom geprezen om zijn heldere en warme uitvoeringen. Hij wordt instrumentaal begeleid door Dariush Talâ'i en Madjîd Khaladj. Dariush Talâ'i bespeelt twee verschillende langhalsluiten, de târ en de setâr. De târ heeft een heel specifieke vorm : een diepe klankkast in de vorm van het cijfer acht maar met het onderste deel groter dan het bovenste. Het timbre doet een beetje aan een banjo denken, maar met een subtielere klank. De setâr is eveneens een langhalsluit, maar met een peervormige klankkast. Alhoewel setâr ?drie snaren? betekent, telt het instrument er nu vier, een laat negentiende-eeuwse vernieuwing. Madjîd Khaladj ten slotte bespeelt de tombak, een éénvellige bekervormige trom uit moerbeziënhout of notelaar. Johan Van Acker Vocaal-Instrumentale Perzische klassieke muziek, 16/3 om 20.15 in CC De Warande, Warandestraat 42 in Turnhout. Dariush Talâ'i : het virtuoze aspect verdringt het contemplatieve.