Op 12 en 13 oktober zat staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Reginald Moreels (CVP) in Brussel een internationale conferentie over "Duurzame ontwapening voor duurzame ontwikkeling" voor. Zeshonderd deelnemers werkten een agenda af die uitmondde in een tekst: "The Brussels Call for Action". Die bevat een geïntegreerd programma van ontwapeningsinitiatieven en ontwikkelingsacties. Onder meer de controle op de productie en de handel in kleine wapens, en een doorgedreven ontwapening, bijvoorbeeld door het koppelen van de inlevering van overtollige wapens aan een schuldverlichting, vormen kernpunten in het plan. Op 30 oktober zal Moreels de tekst persoonlijk overhandigen aan secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties. Ondertussen licht h...

Op 12 en 13 oktober zat staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Reginald Moreels (CVP) in Brussel een internationale conferentie over "Duurzame ontwapening voor duurzame ontwikkeling" voor. Zeshonderd deelnemers werkten een agenda af die uitmondde in een tekst: "The Brussels Call for Action". Die bevat een geïntegreerd programma van ontwapeningsinitiatieven en ontwikkelingsacties. Onder meer de controle op de productie en de handel in kleine wapens, en een doorgedreven ontwapening, bijvoorbeeld door het koppelen van de inlevering van overtollige wapens aan een schuldverlichting, vormen kernpunten in het plan. Op 30 oktober zal Moreels de tekst persoonlijk overhandigen aan secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties. Ondertussen licht hij zijn bedoelingen toe. Reginald Moreels: Een adequate reactie op de gewelddadige conflicten die na de Koude Oorlog de kop opstaken, stuit op twee kritische evoluties. Vooreerst wordt de tol aan menselijke en materiële vernietiging in oorlogsgebieden zo groot dat steeds meer ontwikkelingsgeld naar noodhulp en hersteloperaties moet worden afgeleid. Het aantal crisissituaties binnen staten neemt zo sterk toe, dat peacebuilding een hoeksteen van de ontwikkelingssamenwerking moet worden. Anderzijds groeit internationaal het besef dat kleine wapens zo algemeen beschikbaar worden, dat ze op vele plaatsen in de wereld een duurzame ontwikkeling ondermijnen. Die spiraal van geweld moet dringend doorbroken worden. Het feit dat de Nobelprijs voor de Vrede vorig jaar aan ontmijningsoperaties werd toegekend, illustreert dat de wereld zich daarvan bewust wordt. Onze conferentie borduurde voort op dat idee. Wat is het verschil tussen ontwapening en duurzame ontwapening?Moreels: Voor mij is dat hetzelfde. Ontwikkeling zonder duurzaamheid haalt niets uit. Geen enkele mens kan zich ontplooien in een onveilige situatie. Hij kan niet naar school, hij moet op de vlucht, hij ontwortelt. Dertig jaar lang legde niemand de link tussen ontwapening en ontwikkeling. De vredesbeweging had geen contact met de organisaties die zich met de derde wereld bezighielden. Wij pogen dat contact te maken. Wat moet dat concreet opleveren?Moreels: Ik heb op het terrein zelf dikwijls kunnen vaststellen hoe gedemobiliseerde soldaten en kindsoldaten zonder verdere opvang in kampen terechtkwamen. Demobilisatie zonder programma's inzake infrastructuur, gezondheid, scholing en psychologische begeleiding biedt geen oplossing. Een demobilisatie moet gekoppeld worden aan heropbouw. Dat is de kern van onze Call for Action. Zal de koppeling van schuldverlichting aan de vernietiging van wapens de handel niet net in de hand werken?Moreels: Wij zijn niet naïef. Succes zal niet voor morgen zijn. Misschien zullen we pas binnen tien jaar de eerste resultaten zien. Er moeten sterke multilaterale verdragen komen tot versterking van de controle op en de sanctionering van de illegale wapenhandel. Collega Jean-Jacques Viseur (PSC) van Financiën heeft onze plannen al op de Wereldbank aangekaart. Ze gaan ze daar nu bespreken. Dat zal een jaar of twee duren. Streeft u naar een ban op de productie van kleine wapens, zoals voor landmijnen?Moreels: Ik blijf erbij dat elke productie van wapens immoreel is, maar ik vrees dat het onmogelijk zal zijn om de kleine wapens te bannen. U steunt het ontmijningsproject met ratten van de Antwerpse VZW Apopo. Waarom?Moreels: De klassieke ontmijning op het terrein is monnikenwerk, en bij elke stap dreigt er iemand in de lucht te gaan. Elke ernstige technologie die de humanitaire ontmijning kan bevorderen, moet een kans krijgen om zich te bewijzen. Professor Ron Verhagen wees op de grote voordelen van het werken met wilde ratten. De eerste rapporten van Apopo zijn trouwens veelbelovend. Ik steun het werk vanuit mijn budget voor conflictpreventie. Het is niet gemakkelijk om dit soort projecten, ook inzake preventieve terreindiplomatie, door de administratie te loodsen, omdat de eerste resultaten soms moeilijk meetbaar zijn, en niet iedereen het nodige geduld kan opbrengen. Maar ik heb de politieke wil om ze tot een goed einde te brengen. Dirk Draulans