Uit het Nederlandse vakblad De Journalist:
...

Uit het Nederlandse vakblad De Journalist: 'Een Nederlandse collega is naar het Brusselse afgezakt. Ik laat hem kennismaken met een Belgische traditie: een middaggesprek bij breekbare hopscheuten in mousselinesaus, een delicatesse die maar vier weken per jaar beschikbaar is, gevolgd door een rogvleugeltje versierd met krokant gebakken Parmaham en verse kappertjes in botersaus. De patron haalt voor ons een nieuw ontdekte Bourgogne uit de kelder. Er wacht nog een betere Cubaan in de humidor. België-Nederland: 1-0. Spotgemakkelijk hoe je de broodje-gezond-met-karnemelk-cultuur in een handomdraai tot een diep beschamend Nederlands kenmerk kan maken. Een van de voornaamste redenen trouwens waarom ik tot hiertoe Nederlandse job aanbiedingen met het nodige wantrouwen blijf bekijken. Hij zou graag wat veranderingen op zijn vloer doorvoeren, wat katernen fuseren, iets nieuws creëren. Maar ja, de redactie wil niet mee. Ze doen het al jaren op die manier, de oplage blijft vrijwel constant, dus wat zeurt de baas nou? Het is toch wel goed zo? Wie heeft er wat aan die nieuwlichterij? Hoe heb ik dan van De Morgen een totaal andere krant gemaakt? Ik vertel hem dat ik begonnen ben met een derde van de schrijvende journalisten te ontslaan en te vervangen door andere. Niet dat het slechte jounalisten waren, ze hadden trouwens allemaal binnen de zes maanden een andere baan, maar omdat ik wist dat ze mijn nieuwe redactionele lijn niet zagen zitten. In het beste geval hadden ze die niet doorgevoerd, in het slechtste geval hadden ze een interne oppositie opgezet. Na zo'n operatie bleken de neuzen wel in één richting te staan, en kon je de hele krant vrij probleemloos ombouwen. De vork met het hapje rog blijft roerloos voor zijn mond hangen, maar toch slikt hij even heftig. In Nederland, legt hij me uit, moet je als journalist eerst ongeveer je vader en moeder vermoord hebben, en de tien dichtstbij zittende vrouwelijke collega's gemolesteerd, vooraleer de directie een ontslag eventueel in aanmerking zou durven nemen. Laat staan dat het om redactionele noodwendigheden zou kunnen. Ik wens hem veel sterkte. Ik herinner me hetzelfde verhaal ooit verteld te hebben op het FIEJ-congres, de hoogmis van de internationale krantenwereld, waar uitgevers en hoofdredacteurs met een gemiddelde leeftijd van zestig jaar jaarlijks komen hoofdschudden over de dalende oplages van hun kranten. Toen ik daar de reshuffle uitlegde, en bovendien vertelde dat de journalisten met de hoogste anciënniteit bovenaan de ontslaglijst stonden, viel er een ijzige stilte in de zaal en werd ik de rest van de week als lepralijder behandeld. Ach, ieder mens en iedere organisatie voelt een natuurlijke weerzin tegen verandering, en groeps- en vakbondsculturen hebben de weerstanden tegen veranderingsmanagement alleen maar groter gemaakt. Dat breek je alleen door er wat fors tegenin te gaan. Dan blijkt de verandering meestal mee te vallen. Wie talent heeft, komt altijd wel aan de bak, en wie het niet heeft, was beter uit de journalistiek gebleven.'Yves Desmet, auteur van het stuk, is politiek hoofdredacteur van De Morgen. De gewezen socialistische 'cabinetard' heeft het ver gebracht. Hij leerde een menukaart te ontcijferen. Nu nog het gebruik van het servet. Rik van Cauwelaert