Depressies vallen meer voor bij vrouwen dan bij mannen. Komt dat voort uit het machtsverschil tussen hen beiden ? De socioloog Piet Bracke beweert van wel.
...

Depressies vallen meer voor bij vrouwen dan bij mannen. Komt dat voort uit het machtsverschil tussen hen beiden ? De socioloog Piet Bracke beweert van wel.EEN OP TIEN TOT één op twintig Belgen krijgt vroeg of laat af te rekenen met een depressie. Vrouwen twee keer zo vaak als mannen, en daarvoor worden heel uiteenlopende verklaringen aangedragen. Biologische oorzaken, bijvoorbeeld : vrouwen zouden hormonaal kwetsbaarder zijn. Anderen verwijzen naar de opvoeding van meisjes, waarin de nadruk nog altijd ligt op zorgzaamheid naar anderen toe. Dat zou op volwassen leeftijd als een tweesnijdend zwaard werken. Als er iets niet botert in relatie tot gezinsleden of collega's, zouden vrouwen daar meer onder gebukt lopen dan mannen. De Gentse doctor in de sociologie Piet Bracke bekijkt het fenomeen vanuit een nieuwe invalshoek. Liggen machtsverschillen tussen man en vrouw aan de basis van veel neerslachtigheid ? Op die vraag zocht Bracke maandenlang een antwoord. Daartoe nam hij bijna tweeduizend koppels onder de loep. Die hadden in het kader van de Panel Studie of Belgian Households van de sociologe Therese Jacobs (UIA) in vragenlijsten onder andere aangegeven wie het meeste centen binnenbracht, hoe beslissingen genomen werden bij hen thuis, en hoe ze zich voelden in het algemeen en meer specifiek wat hun relatie betrof. Van deze gegevens maakte Bracke gebruik om uit te vissen hoe macht en depressie elkaar precies beïnvloeden. En ? ?Mijn studie bevestigt het beeld dat vrouwen meer depressief gedrag vertonen dan mannen, al neemt dat verschil stilaan af. Dat komt niet doordat er minder vrouwen depressief zouden zijn, wel doordat mannen op dat vlak een inhaalmanoeuvre uitvoeren. Maar er bestaan markante verschillen tussen wat een man en een vrouw depressief maakt. Vrouwen lopen het grootste risico op een depressie als het niet goed zit met hun partner en met de verdeling van beslissingsmacht. De gemoedstoestand van mannen correspondeert daarentegen veeleer met de machtsmiddelen op onderwijsniveau, op het vlak van beroepsinkomsten enzovoort waarover ze beschikken. Zowel vrouwen als mannen voelen zich het beste als belangrijke beslissingen (zoals de aanschaf van woning of wagen, het openen van een spaarrekening of de vakantiebestemming) gezamenlijk genomen worden. Maar ze voelen zich optimaal als ze zelf een licht overwicht hebben in de uiteindelijke beslissing. Een cynische vaststelling eigenlijk : wat optimaal is voor de één, is per definitie niet optimaal voor de ander. En aangezien mannen doorgaans over meer machtsmiddelen beschikken dan hun partners, zie je zo wie het kortste strootje trekt.? AANVULLEND INKOMEN.Is er dan niets veranderd met de toenemende economische zelfstandigheid van vrouwen ? Eigenaardig genoeg lijkt het toenemen van economische middelen bij de vrouw zich niet zo maar te vertalen naar een fifty-fifty-beslissingsbevoegdheid. Dat komt omdat zowel mannen als vrouwen het inkomen van de vrouw vaak beschouwen als een aanvulling op het inkomen van de man. Werd het tweede inkomen vijftien jaar geleden nog vaak bestempeld als luxegeld (?Eigenlijk hebben we het inkomen van mijn vrouw niet nodig ; we gebruiken het voor de vakantie of de tweede auto?), nu handelt het meer en meer om een noodzakelijke aanvulling, maar nog wel altijd als een aanvulling, en dus minder belangrijk dan het inkomen van de man. Dat er nog altijd een kloof van gemiddeld dertig procent gaapt tussen het inkomen van de man en de vrouw zelfs indien een correctie wordt uitgevoerd voor het aantal werkuren, en gelijke functies in beschouwing genomen worden ! doet aan deze zaak weinig goeds natuurlijk. Piet Bracke : ?In arbeidersgezinnen waarin zowel man als vrouw dertigduizend frank netto per maand binnenbrengen, heeft de vrouw meer beslissingsmacht dan bij koppels waarin de vrouw zeventigduizend en de man honderdduizend frank inbrengt.? Draait dan alles om de centen ? Speelt de relationele tevredenheid, onafgezien van wat men in het laatje brengt, geen even grote of grotere rol ? Bracke : ?In het uitgangspunt van mijn studie ben ik geïnspireerd door de Amerikaanse onderzoekster Rosabeth Kanter die stelde dat het gedrag van mannen en vrouwen binnen een bedrijf niet toegeschreven moet worden aan hun man of vrouw zijn, maar aan hun functie binnen het bedrijf. Op de vraag waarom blijf je in je huidige job, kreeg Kanter van vrouwen antwoorden als omwille van de goede teamspirit en mijn collega's zijn mijn vrienden geworden. Bij mannen kreeg hij als antwoord vaker een verwijzing naar de betaling, kans op promotie en de mate van autonomie. Dat komt heel eenvoudig omdat mannen en vrouwen vaak verschillende functies uitoefenen. Met andere woorden : vrouwen aan de top zijn geneigd naar dezelfde antwoorden te verwijzen als mannen. Mensen gedragen zich veeleer vanuit de positie binnen het bedrijf, dan wel vanuit geslachtsverschillen. Ik wilde in mijn doctoraat iets soortgelijks onderzoeken, maar dan binnen de koppelrelaties. Een machtstheoretische benadering van depressie. Wat blijkt uit al mijn analyses ? Weinig economische macht hebben binnen een relatie is niet per se problematisch, maar een vrouw die kiest voor economische afhankelijkheid bijvoorbeeld om beschikbaar te zijn voor de kinderen doet wel een gok. Wanneer vrouwen over redelijke economische middelen beschikken, hebben ze nog een buffer indien het slecht loopt met hun relatie. Beschikken ze over weinig economische macht én hebben ze niet veel in de melk te brokken thuis, dan ligt een depressie dicht bij de deur. Natuurlijk hangt beslissingsmacht niet enkel aan centen vast. Er zijn ook andere factoren die iemands positie binnen het koppel bepalen. Vrouwen worden soms wel kin-keepers genoemd, diegenen die het netwerk van familie en vrienden draaiende houden. Dat vrouwennetwerk geeft ook een zekere macht en steun, en kan bij tegenslag als een buffer tegen depressie fungeren. Alleen is het nog maar de vraag of dit genoeg kan compenseren voor geringe jobautonomie. Een interessant fenomeen is dat vrouwen in zo'n positie vaak geneigd zijn meer te gaan domineren in hun partnerrelatie. Je zou ook kunnen zeggen : de relatie wordt een strategisch doel voor diegenen met de minste structurele machtsmiddelen. Dat is niets nieuws, getuige oude gezegden zoals : ik ben de baas in huis, maar wat mijn vrouw zegt zal gebeuren.? RELATIESPECIFIEK.In hoeveel gezinnen maalt de man er om welke gordijnen er uitgekozen worden, of welk nieuw bankstel nu precies wordt gekocht ? Zwaar in het huiselijke investeren camoufleert soms een gebrek aan beslissingsbevoegdheden op meer wezenlijke punten. Vrouwen met veel economische macht zoeken niet het laken naar zich toe te trekken wat dergelijke beslissingen of aspecten van de opvoeding van de kroost betreft : zij eisen daarin juist meer gedeelde beslissingsmacht met hun man, liever dan alleen de knopen door te hakken. Uiteindelijk is het niet de grootste beslissingsmacht waar de meeste mannen en vrouwen naar streven, maar een positieve relatiebetrokkenheid waarin zaken samen aangepakt worden maar met dus graag net een ietsje meer gewicht in de eindbeslissing dan de ander. Maar hoe je het ook draait of keert, in een maatschappij die waardering koppelt aan professionele inzet, is het niet evident om buiten het economische circuit voldoende bronnen voor persoonlijke voldoening, erkenning en een gelijke status binnen het koppel te vinden. Bracke wijst in dat verband op het verschil tussen relatiespecifieke en relatie-aspecifieke investeringen. De Vlaamse deelregering werd een poos geleden de les gelezen door vrouwengroeperingen, omdat ze promotieposters voor deeltijds werk lanceerde die enerzijds een man op weg naar bijscholing en anderzijds een vrouw met een kind onder de arm voorstelde. De man maakte een investering die niet specifiek op de relatie gericht was : zijn bijscholing is op de arbeidsmarkt inruilbaar tegen promotiekansen. De vrouw maakte een relatiespecifieke investering : de kinderen opvoeden en de huiselijke machinerie draaiende houden, geven slechts een return zolang de relatie duurt. Op de arbeidsmarkt brengt het de vrouw alleszins geen sikkepit verder, integendeel. En moet dat dan ? Een debat over het nut of belang van zelf het huishouden en de kinderen te verzorgen versus die zorg uit te besteden, brengt weinig zoden aan de dijk. Persoonlijke en gevoelsmatige argumenten zijn daarin meer doorslaggevend dan een rationeel debat, maar de kritiek van vrouwengroepen op de sterotiepe taakverdeling die in de postercampagne werd voorgeschoteld, lijkt een logische reactie op een tijdgeest, waarin iedereen de mond vol heeft van ?gelijke kansen.? De sociologische analyse van Piet Bracke suggereert dat een egalitaire verdeling van economische verantwoordelijkheid en zorgtaken thuis, een goede preventieve piste vormt voor depressie. Hoe de hormonen verder ook mogen schommelen, de maatschappelijke voedingsbodem voor depressie kan verwijderd worden. Dat vraagt wel van de vrouwelijke helft van de bevolking dat ze bereid zijn om macht uit te oefenen, en hun economische middelen durven inzetten om gelijke beslissingsmacht te bekomen. Dat vrouwen liever coöperatief dan competitief te werk gaan, is al vaak geciteerd in publicaties over leiderschapsstijlen. Wellicht is van beide seksen bereidheid nodig om zowel in de clinch te gaan als om samen het bootje varende te houden. Van de zijde van organisaties en bedrijven veronderstelt dit inspanningen om een gelijke-kansenbeleid te concretiseren, vooral door een tijdelijke terugtrekking, zoals een loopbaanonderbreking, te benaderen als een gewone geplogenheid en er geen verregaande consequenties aan vast te knopen. Voor zowel mannelijke als vrouwelijke personeelsleden. Ria Goris Een onverdeelde beslissingsmacht in het gezin maakt vrouwen depressief.Piet Bracke : Mannen worden om andere redenen depressief.