De doorlichting van het gerechtelijk onderzoek naar de ontvoerders en de moordenaars van An Marchal en Eefje Lambrecks zal oude fouten bevestigen en er ook nieuwe blootleggen. Een chronologie.
...

De doorlichting van het gerechtelijk onderzoek naar de ontvoerders en de moordenaars van An Marchal en Eefje Lambrecks zal oude fouten bevestigen en er ook nieuwe blootleggen. Een chronologie.Natuurlijk vertekent de kennis van het heden meestal het beeld van het verleden. Maar toch lijkt de parlementaire onderzoekscommissie, die op 17 oktober werd opgericht om het gerechtelijk onderzoek naar de serie misdaden van Marc Dutroux en compagnie door te lichten, aardig op weg om onder leiding van Kamerlid Marc Verwilghen (VLD) geschiedenis te schrijven. Wat aanvankelijk een klaagmuur voor de ouders van verdwenen kinderen en een terreurrechtbank voor de betrokken onderzoeksmagistraten en speurders dreigde te worden, groeit uit tot een vlijmscherp instrument. Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis van België worden daarbij de grenzen van de wetgevende en rechterlijke macht afgetast. Zo'n operatie kan moeilijk zonder snijwonden en littekens te veroorzaken. Temeer daar vooral enkele Franstalige leden van de Commissie-Dutroux maar niet willen begrijpen dat hun nieuwe opdracht hen meer dan ooit het recht ontneemt om overschillig wat uit te kramen. Van maandag 27 januari af analyseert de Commissie-Dutroux het gerechtelijk onderzoek naar de verdwijning van de zeventienjarige An Marchal en de negentienjarige Eefje Lambrecks. Zij werden op woensdag 23 augustus 1995, vroeg in de ochtend, in Oostende of omgeving ontvoerd in een Citroën CX25. Minstens door Marc Dutroux en waarschijnlijk met de medewerking van zijn vrouw Michelle Martin en/of zijn handlanger Michel Lelièvre. De nauwelijks herkenbare resten van beide meisjes werden op 3 september 1996 opgegraven in de rue Daubresse in Jumet. Daar woonde Dutroux' (eveneens verdoofde en vermoorde) kompaan Bernard Weinstein. Om te begrijpen hoe het gerechtelijk onderzoek naar de verdwijning van An en Eefje gedurende al die maanden verliep, beschikt de commissie over stapels zogezegd vertrouwelijke verslagen en documenten. Maar ze kan bijna niet anders dan in Wallonië beginnen bij het onderzoek naar de verdwijning, op 24 juni 1995, van Julie Lejeune en Mélissa Russo. Hun lijkjes werden op 17 augustus 1996 in Sars-la-Buissière ontdekt. 7 juli 1995. De rijkswachtbrigade van Charleroi faxt naar de collega's in Grâce-Hollogne dat Marc Dutroux eind 1993 de kelders van een van zijn huizen in Charleroi aan het verbouwen was ?dans le but d'y loger des enfants en attente d'être expédiés à l'étranger?, dat hij (van februari 1986 tot april 1992 ; nvdr.) een gevangenisstraf had uitgezeten omwille van de verkrachting van kinderen die hij met zijn vrouw ontvoerde, maar dat hogervermelde verbouwingen destijds niet in verband konden gebracht worden met de ontvoering van kinderen en nu zeker niet met de verdwijning van Julie en Mélissa. 28 juli. De Bijzondere Opsporingsbrigade (BOB) van Seraing vraagt aan de collega's in Charleroi onder meer inlichtingen over Dutroux' voertuigen en de mogelijke filières die hij en zijn vrouw zouden kunnen aanwenden om kinderen naar het buitenland te smokkelen. 4 augustus. De BOB van Charleroi (opperwachtmeester Michaux) meldt aan de brigade van Grâce-Hollogne dat een informant bevestigt hoe Dutroux hem in 1993 voorstelde om voor 150.000 frank ?une jeune fille, mince? aan de schoolpoort te ontvoeren. De tipgever signaleert andermaal de verbouwingen in de kelders en de bedoeling daarvan. De verkenningen van de BOB rond Dutroux' woningen in Marcinelle en Marchienne-au-Pont wijzen op geen verdachte activiteiten. 10 augustus. Wachtmeester Pettens in Charleroi verneemt van een eerste informant hoe Dutroux hem begin 1995 voorstelde kinderen te helpen ontvoeren in de buurt van Mechelen. De tweede informant bevestigt hem nogmaals het verhaal van de herinrichting van Dutroux' kelders en ook dat Dutroux al in 1993 liet opmerken hoe goed jonge meisjes in de markt liggen : ?c'est frais, ça se vend bien et rapporte beaucoup.? Dutroux toonde vooral interesse voor jonge slanke meisjes met lang haar. Omdat de informanten represailles vrezen, wordt deze informatie slechts bezorgd aan opperwachtmeester Michaux, aan de rijkswachtbrigade van Grâce-Hollogne, aan de districtscommandanten in Seraing en Charleroi en aan het Centraal Bureau der Opsporingen (CBO) van de rijkswacht in Brussel. 16 augustus. Bij de rijkswacht in Charleroi wordt het verslag opgesteld van de coördinatievergadering van 9 augustus. Dat maakt er onder meer melding van dat Dutroux zinnens is jonge meisjes te ontvoeren of dat hij al in juni een slag zou geslagen hebben. Op dit ogenblik kan echter geen enkel verband gelegd worden tussen Dutroux en de verdwijning van Julie en Mélissa. Rijkswachtadjudant Lesage van de BOB van Seraing en de Luikse onderzoeksrechter Doutrèwe spreken daarover in het gerechtshof van Luik. 17 augustus. Adjudant Lesage laat aan het CBO opmerken dat Doutrèwe niet staat te springen ( ?elle n'est pas fort chaude?) om het onderzoek naar de handel en wandel van Dutroux vanuit Luik op te starten. De onderzoeksrechter vertrekt een tweede keer met vakantie, dit keer naar de kastelen van de Loire, waar de cel ?Julie & Mélissa? haar in geval van nood kan bereiken. 23 augustus. Omstreeks half twee 's ochtends worden An Marchal en Eefje Lambrecks voor het laatst met zekerheid gezien bij de tramhalte aan het Marie-Joséplein in Oostende. Zij waren met de Hasseltse toneelgroep Harlekijn met vakantie in Westende en waren die avond toevallig samen naar de hypnoseshow van Rasti Rostelli in Blankenberge gegaan. Een van de eerste ondoordachte en onterechte eisen van een radeloze vader Marchal betreft dan ook mogelijke maatregelen om die show te verbieden. Leden van de toneelgroep melden de verdwijning van beide meisjes aan een hoofdinspecteur van politie in Westende, maar worden op ongeloof onthaald. Het gaat uiteindelijk om adolescenten, de ene bijna en de andere al meerderjarig, die op hun eentje met vakantie zijn. Om elf uur 's avonds trekken hun ouders naar de politie in Hasselt en die maakt een proces-verbaal van verdwijning op. Los daarvan is uren voordien, op het CBO van de rijkswacht in Brussel, een ?niet dringend bericht van opsporingen verdachte handelingen? opgesteld. Marc Dutroux, geboren in Elsene op 6 november 1956 en woonachtig in Marcinelle, Route de Philippeville, wordt vermeld als dader van feiten op minderjarigen en inbreuken tegen eigendommen. Aan alle rijkswachteenheden wordt gevraagd na te gaan of de (acht) vermelde voertuigen, waaronder de grijze Citroën CX25 met nummerplaat CVL772, op naam van Dutroux' echtgenote, Michelle Martin, niet werden opgemerkt in verband met verdachte feiten of handelingen. 24 augustus. In tegenstelling tot een seining wordt het niet dringend bericht over Dutroux per post verstuurd aan alle rijkswachteenheden. Intussen ontvangt de Brugse procureur des konings Berkvens een kopie van de aangifte van de verdwijning van An en Eefje, zoals opgemaakt in Hasselt. En seint de gemeentepolitie van Middelkerke hun verdwijning in het gerechtelijk arrondissement. 25 augustus. Procureur Berkvens gelast de Gerechtelijke Politie bij het Parket (GPP) in Brugge met het opsporingsonderzoek en de coördinatie ervan. De politie begint vierhonderd (achteraf nutteloze) tips en sporen in binnen- en buitenland na te trekken. Vergeefs. Rijkswachtcommandant Legros van Charleroi informeert dienstdoend procureur des konings van Charleroi Robert voor het eerst over de zogeheten Othello-observatie, waaraan Dutroux stiekem wordt onderworpen door de rijkswacht. Deze operatie loopt in het kader van de strijd tegen de mensenhandel en aanhoudende geruchten over Dutroux. Geruchten die zelfs ?amplifiées depuis la disparition des deux jeunes filles Julie et Mélissa? genoemd worden. De betrokken rijkswachteenheden én het CBO in Brussel krijgen een kopie van het verslag. Procureur ad interim Robert meent dat zij zo'n vertrouwelijke operatie niet moet melden aan haar ambtsgenoot in Luik die met het onderzoek naar de verdwijning van Julie en Mélissa is gelast. Laat staan dat zij haar ambtsgenoot in Brugge zou verwittigen. 26 augustus. Het Centraal Signalementen Blad (CSB) vermeldt de verdwijning van An en Eefje aan alle politiediensten van het land. 28 augustus. Het CBO van de rijkswacht laat de Nationale Brigade (NBN) van de Gerechtelijke Politie weten dat de rijkswacht met de observatie van Marc Dutroux is begonnen. In dat bericht is sprake van ?enlèvement d'enfants?. Zoals de ministeriële circulaire van april 1990 voorschrijft, trekt de BNB uitsluitend na of Dutroux eventueel ook als target van de GPP geregistreerd staat. Dutroux is voor de gerechtelijke politie echter een onbekend doelwit, en zijn naam wordt ook niet doorgegeven aan de andere GPP-brigades. 30 augustus. Op de maandelijkse coördinatievergadering onder leiding van de Brugse procureur brengt GPP-commissaris Van Tieghem de politiediensten en de (zeven) leden van de BOB van Brugge en Oostende op de hoogte van de stand van het onderzoek naar de verdwenen Hasseltse meisjes. Er wordt afgesproken elkaar zo nodig elke dag voor 9 uur informatie door te geven. De lokale rijkswachters verwijzen op geen enkel ogenblik naar het niet dringend opsporingsbericht van 24 augustus. Het CBO evenmin. Officieel is het immers niet de taak van het CBO ?in te staan voor de coördinatie of de informatie-uitwisseling tussen parketten.? Het is er ter coördinatie, ondersteuning en controle van de betrokken rijkswachtopdrachten. Dit zal procureur Berkvens niet beletten in zijn brief van 20 september 1996 aan procureur-generaal Schins bij het Hof van Beroep in Gent te vragen waarom het CBO ?mijn ambt niet rechtstreeks of via de plaatselijke eenheid op de hoogte heeft gebracht van een op zijn minst interessant spoor (...) Niet alleen lijkt het CBO dit spoor, hoe vaag misschien op dat ogenblik ook, niet te hebben aangereikt aan wie het hoorde, de kans is niet gering dat het dit spoor in eigen huis heeft willen behouden...? Procureur-generaal Schins zal (in zijn brief van 9 oktober 1996 aan justitieminister De Clerck) procureur Berkvens bijtreden dat ?de minste informatie over M. Dutroux, met verwijzing naar diens gerechtelijk verleden, onmiddellijk aanleiding zou hebben gegeven tot de noodzakelijke opsporingen.? Gedacht wordt onder meer aan Dutroux' voertuigen, die in het rijkswachtbericht van 24 augustus gesignaleerd en zoals achteraf bleek , effectief gebruikt werden bij de ontvoering van An en Eefje. De procureur-generaal zal (net als het Vast Comité van Toezicht op de Politiediensten in zijn verslag van 14 oktober) de rijkswacht niet tegenspreken, als die repliceert dat er geen verband kon gelegd worden tussen Dutroux en de ontvoering van de twee meisjes aan de kust. Procureur-generaal Schins zal dus ?geen gekarakteriseerde tekortkomingen kunnen aantonen in hoofde van het CBO, noch in hoofde van de rijkswachters uit de Brugse regio...? Wel zal hij betreuren dat zij die op het CBO met Othello bezig waren, nooit een verband legden tussen Dutroux en An en Eefje. ?De rijkswacht (CBO) wist immers af van het gerechtelijk verleden van M. Dutroux, waarbij ook oudere meisjes het slachtoffer van zijn criminele handelingen waren geworden.? 4 september. Justitieminister De Clerck mandateert het CBO om de Nationale Cel Verdwijningen op te richten, die zo ondergebracht wordt binnen de Algemene Politiesteundienst (APSD), die verondersteld wordt voor alle politiediensten te werken. De moeder van Marc Dutroux schrijft een (aanvankelijk) anonieme brief, die terecht komt bij onderzoeksrechter Lorent in Charleroi. Daarin legt zij een verband tussen haar zoon en de verdwijning van twee ?jonge meisjes van zestien of achtien jaar?. De buren van Dutroux in Jemeppe-sur-Sambre hebben hen in de achtertuin opgemerkt maar nooit op straat zien komen. Onderzoeksrechter Lorent stuurt de brief van Charleroi naar het parket van Namen, waaronder Jemeppe-sur-Sambre ressorteert. Het parket in Namen geeft geen gevolg aan de brief. De parketten van Luik en Brugge worden niet ingelicht. 8 september. De rijkswacht voert de derde reeks (van de zes) Othello-observatieopdrachten uit. Zonder resultaat. 19 september. Aan de kust wordt de Seaking-helikopter van de Luchtmacht ingezet om, op zoek naar mogelijke lijken, de duinen met een thermische camera te scannen. Tevergeefs. Nog altijd wordt bij het CBO in Brussel of bij de rijkswacht aan de kust geen verband gelegd met al wat er intussen bij de rijkswacht en het gerecht van Charleroi en Namen omtrent Dutroux te doen is. 5 november. Bij wijze van afrekening nemen Weinstein en een onbekende, die later Dutroux blijkt te zijn, in Jumet twee jonge mannen en een meisje gevangen. Het meisje ontsnapt en verwittigt de politie. 6 december. Alleen Dutroux wordt door de politie van Charleroi opgepakt en door onderzoeksrechter Lorent aangehouden. Of Lorent op dat ogenblik aan de waarschuwende brief van Dutroux' moeder denkt, is niet duidelijk. De rijkswacht wordt niet verwittigd van Dutroux' aanhouding. 11 december. De rijkswacht van Charleroi verneemt toevallig via wachtmeester Pettens dat Dutroux in de gevangenis van Jamioulx opnieuw opgesloten zit en gaat, met een mandaat van onderzoeksrechter Lorent, de eigendommen van Dutroux doorzoeken. Er kan geen verband gelegd worden met de verdwijning van Julie en Mélissa. Aan An en Eefje wordt in Brussel en Wallonië niet gedacht. Dat is zo gebleven tot zij, na de bevrijding van Sabine Dardenne en Laetitia Delhez op 15 augustus 1996 in Marcinelle, en na de macabere ontdekking van Julie en Mélissa, twee dagen later in Sars-la-Buissière, op hun beurt werden opgegraven : op 3 september bij Weinstein in Jumet. De structurele en menselijke tekortkomingen, die dit politiëel en gerechtelijk onderzoek teisterden, zijn tijdens de voorbije maanden al herhaalde keren beschreven. Telkens valt het op dat de grenzen van de gerechtelijke arrondissementen ook in de geest van de magistraten zitten, dat zij veel te ver van de speurders op het terrein staan, dat die al te vaak hun eigen gang gaan, dat de rijkswacht niet kan samenwerken met de gerechtelijke politie en dat het Centraal Bureau der Opsporingen van de rijkswacht er niet is om het werk van de onderzoeksmagistraten in binnen- en buitenland te coördineren. Al bestaat ook daaraan dringend behoefte. Frank De Moor An Marchal en Eefje Lambrecks : de ene bijna en de andere al meerderjarig en alleen met vakantie aan zee.De Commissie-Dutroux : vlijmscherp.Marc Verwilghen : de offers van de Wetstraat.Het huis van Weinstein in de rue Daubresse, Jumet : vreemde verbouwingen.3 september 1996, de stoffelijke overschotten van An en Eefje zijn gevonden : een opeenstapeling van structurele en menselijke terkortkomingen.