Rik Van Cauwelaert
...

Rik Van Cauwelaert Daags na de Franse electorale aardschok stond zelfs in een onzer pro- gressieve kranten te lezen dat je wel een oen van olympisch niveau moest zijn om, zoals Jacques Chirac en Lionel Jospin, in de kiesstrijd tegen een extreem-rechtse rouwdouw als Jean-Marie Le Pen het veiligheidsthema uit te spelen. Doch twee dagen later stond in diezelfde krant, De Morgen, zowaar een merkwaardig essay over twee bladzijden uitgesmeerd, waarin de politieke hoofdredacteur zijn lezers op vermanende toon uitlegt waarom er met dat gevoelen van onveiligheid bij de oudere medeburgers zeker niet te spotten valt. Ja, de commentator berispte in de meest strenge bewoordingen de intellectueel-linkse kringen en de progressieve academici die hen met hun wormstekige marxistische recepten beduvelen. Wat zette de steller van het essay, zo te lezen een 'upright citizen', aan tot het neerschrijven van zijn donderpreek? Een hoogst onaangenaam voorval, zoals je die wel vaker in de grootstad beleeft. Dat ging zo. De essayist begaf zich op een middag naar zijn uitverkoren tapas-bar in de schaduw van de Brusselse pensioentoren en zag hoe wat verderop een oud dametje door twee rot-Marokkaantjes werd neergesmakt en van haar handtas beroofd. En kijk, meteen is de auteur er getuige van hoe daar, te midden van de hoofdstedelijke asfaltjungle, alweer een extreem-rechtse stem wordt geboren. En het was nog geen twee kolommen geleden dat de steller er zich over had verbaasd dat de sociaal-democratie nog niet helemaal van de kaart is geveegd. Maar de schrijver reikt ons meteen zijn oplossing aan: paars-groen moet het probleem van de openbare veiligheid erkennen en aan een eigen veiligheidsbeleid timmeren. En hij richt een oproep aan alle links-progressieven ? waartoe, voor alle duidelijkheid, ondergetekende zich niet durft te rekenen ? om de blinde aversie tegen elke vorm van repressie op te bergen in dezelfde mottenballen waarin eerder al wat marxistische en communistische idealen zijn gestopt. Want repressie, weet de auteur die nu helemaal opgaat in zijn betoog, is een essentieel bestanddeel van iedere veiligheidspolitiek. Kortom: 'pro- gressief Vlaanderen moet een koele minnaar van repressie worden'. Een voorbeeldje. Zijn goede vriend, Bart Somers, jonge VLD-burgemeester van Mechelen, werd op hoongelach van linkse progressieven getrakteerd omdat hij zijn agenten te paard door de winkelstraten wilde laten patrouilleren. Terwijl uitgerekend Luc Lamine, de Antwerpse commissaris, hem de onmiskenbare voordelen van het patrouilleren te paard had uitgelegd. Lamine zou zich dolgraag te paard door het Antwerpse stadsbeeld bewegen, maar hij wordt door het politiek correct denkende college te voet gesteld. Is dat niet godgeklaagd? Terwijl de auteur, naar eigen zeggen een gewezen studentenactivist die ooit zelf op de loop moest voor charges van rijkswachters te paard, uit zeer goede bron weet ? Bart Somers heeft het hem verteld ? dat door die paardenpatrouilles de winkeldiefstallen in Mechelen met 40 procent werden teruggedrongen. A la bonheur! Maar een vraag bleef na de lectuur van het essay open. Is de commentator het dametje, dat slachtoffer werd van die twee rot-Marokkanen, ook te hulp geschoten? Heeft hij ? toch een heer die aan zijn fysieke conditie werkt ? een spurtje getrokken of is hij in zijn BMW gedoken in een poging om die twee schoeljes te vatten en een 'citizen's arrest' uit te voeren? Of om ze, à la François Bayrou, de Franse presidents- kandidaat, middels een welgemikt om de oren op betere gedachten te brengen? Heeft hij naderhand spontaan in het naburige politiebureau een precies getuigenis over het incident afgelegd? Je mag dat toch verwachten van iemand die vindt dat progressief Vlaanderen de repressieve aanpak moet omarmen. Of heeft hij zijn weg naar de tapas-bar vervolgd? Wij zijn er bijna zeker van dat hij gewoon is doorgelopen. Want de essayist blijkt niet te weten wat er zoal in die handtas zat. Een pensioencheque? Hij vermoedt het, maar weet het niet. Was het vrouwtje 'op weg naar een kosteloze doktersvisite'? Ook dat lijkt hij niet te weten. Waaruit we mogen besluiten dat de gebelgde politieke commentator, als de eerste de beste links-progressief, niets heeft ondernomen om het geschokte dametje over haar grote verdriet heen te helpen en zo het ontluiken van die extreem-rechtse stem in de kiem te smoren. Want twee kolommen verder vinden we de koele minnaar van de repressie al terug op een terrasje van een van de blitse tentjes op het Sint-Goriksplein, genietend van het multiculturele sfeertje in de grootstad, en glurend naar de uitsnijding in het topje van een Chileense dienster. En zeggen dat de Vlaamse socialisten, in al hun progressieve onnozelheid, ooit volkshuizen ? waar zo een gekneusd dametje in het verleden altijd terecht kon ? hebben verkocht om de krant waarin dit essay werd afgedrukt boven de financiële waterlijn te houden. 't Is wel een hele schok.