'De Metsiers', door Zuidelijk Toneel Hollandia, op 3 december in CC Leuven en op 5 en 6 december in KVS-De Bottelarij in Brussel. Info 0031-40 246 07 25 en op metsiers.zthollandia.nl 'Vrijdag', door Zuidelijk Toneel Hollandia, van 21 maart tot en met 7 juni 2003 op tournee. Info op vrijdag.zthollandia.nl
...

'De Metsiers', door Zuidelijk Toneel Hollandia, op 3 december in CC Leuven en op 5 en 6 december in KVS-De Bottelarij in Brussel. Info 0031-40 246 07 25 en op metsiers.zthollandia.nl 'Vrijdag', door Zuidelijk Toneel Hollandia, van 21 maart tot en met 7 juni 2003 op tournee. Info op vrijdag.zthollandia.nlHet theater en Hugo Claus hadden de voorbije jaren een moeilijke relatie, vooral omdat Claus vond dat regisseur Sam Bogaerts in 1993 in het toenmalige NTG zijn stuk Onder de torens, dat Claus nota bene als jubileumstuk voor het Gentse stads- theater had opgevat, vakkundig verknoeid had. Vanaf dat moment stond Claus zeer wantrouwig tegenover regisseurs die er volgens hem, ten koste van zijn eigen teksten, vooral op uit waren hun eigen verhaal te vertellen. Ook vanuit het theater nam de belangstelling voor Claus' teksten af. Ensceneringen van Een bruid in de morgen door Het Gevolg en van De verlossing door Het Toneel Speelt waren eerder uitzondering dan regel. Wellicht vonden velen Claus' teksten te gedateerd, omdat ze een achterhaald taboedoorbrekend karakter zouden hebben of te veel in een rauwe, realistische afbeelding van de werkelijkheid zouden blijven steken. Daarmee gaat men voorbij aan het feit dat Claus' theater een eigen universum vormt waarin de taal centraal staat. Aanvankelijk hanteerde hij in stukken als Een bruid in de morgen (1955) of Suiker (1958) een directe, zeer heldere, communicatieve taal die toch voldoende suggestief was. Maar vanaf de tweede helft van de jaren zes- tig, zeker in stukken als Thyestes (1966) en Vrijdag (1969), creëert Claus een eigen taalwereld waarin beeldspraak en associatie toonaangevend zijn. Via die eigen taal schept hij een erg beeldende, bijna filmische wereld, die toch nog voldoende verwijst naar de realiteit, al is het dan vaak op een groteske manier, om herkenbaar te blijven voor de toeschouwer. Als Claus al werkelijkheid in zijn theaterstukken brengt, dan vertekent hij ze zodanig dat ze elke anekdotiek overstijgt. Dat maakt sommige stukken tijdloos. Een bruid in de morgen (1955), Suiker (1958 ), De dans van de reiger (1962), Vrijdag (1969), Interieur (1971) en Het haar van de hond (1982) blijven daarom de aandacht van regisseurs verdienen. De KVS-Bottelarij liet tijdens het begin van het seizoen al zien dat zelfs een onspeelbaar geacht stuk als Het leven en het werk van Leopold II (1972) nieuw leven ingeblazen kan worden. Hun inventieve, satirische lezing leverde in de regie van de beloftevolle Raven Ruëll een voorstelling op die we hopelijk in de selectie van het volgende Theaterfestival terugzien. Zuidelijk Toneel Hollandia waagt zich later op het seizoen aan Vrijdag en neemt nu een theaterversie van Claus' meesterlijke debuutroman De Metsiers (1951) voor zijn rekening. Het is een boek dat veel thema's bevat die steeds weer in later werk van Claus opduiken: het vegetatieve, incest als een vorm van de zoektocht naar de zuivere liefde en als een manier om, paradoxaal genoeg, aan de verstikking van de familie te ontkomen, de aanwezigheid van een sterke moeder en de afwezigheid van de vader, de indringer die alles komt verstoren. De besloten wereld is in dit geval die van de hoeve van de Metsiers, in Zedelgem, een verloren dorp niet ver van Brugge, kort na de Tweede Wereldoorlog. In de omliggende weiden hebben de Amerikaanse bevrijders hun tenten opgeslagen. Ook het hof van Vette Smelders, die Metsiersdochter Ana zwanger heeft gemaakt, en de schuren van Vermaercke vormen een deel van het donkere decor. De Metsiers blijven vreemden voor elkaar, maar ze vormen samen front als een indringer van buitenaf de orde die zij zelf bepalen en die buiten het algemeen gangbare ligt, komt verstoren. En dat gebeurt wanneer een officier van het Amerikaanse leger een verhouding krijgt met Ana en zich op de hoeve vestigt. In de scenografie is de beslotenheid mooi weergegeven door een doorhangend uitspansel van ijzeren golfplaten, waarop dreigend licht losgelaten wordt. Regisseur Johan Simons is al jaren bezig met een zoektocht naar de authenticiteit van de mens, zonder een moreel oordeel te vellen. Hij zoekt die mens vaak in een rurale context op. In die zin moest hij vroeg of laat wel bij Claus uitkomen. Met een theaterbewerking van De Metsiers heeft hij het zich niet gemakkelijk gemaakt, want de roman bestaat uit 25 hoofdstukken waarin we telkens het perspectief op het verhaal van een van de personages krijgen. Simons kiest voor een mengeling van acteren en becommentariëren. Gelukkig heeft hij ijzersterke acteurs ter beschikking, met vooral Jeroen Willems als Mon en de jonge Hadewych Minis als Ana als sterkhouders, want anders zou dit regieconcept een wel heel kunstmatige indruk gewekt hebben. Nu gebeurt dat niet. De beklemmende wereld die Claus met zijn roman neerzette, blijft overeind. Het interessantst is de voorstelling wanneer ze groteske trekjes krijgt. Maar door het gebrek aan coherentie in de acteerstijlen van de verschillende acteurs mist deze voorstelling toch de kracht om echt te beklijven. Op een bepaald moment drijft een geur van gebakken spek de toeschouwersruimte in. Deze Metsiersversie scherpt de appetijt, maar is net te weinig zinnenprikkelend. Paul Demets