DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN ER BESTAAT GEEN ENKELE ROMAN OF FILM over het zielenleven van nutteloze parlementsleden. Daar moet nochtans vraag naar zijn, zoals naar alle verhalen over lege paleizen vol kroonluchters, over huizen waarin de bewoners niet zijn wat ze lijken. Spanningen in de familie, gedoe tussen meiden en knechten, elegante jonkers die onzekere bevelen geven, liaisons dangereuses, ergens op de achtergrond een kwaadaardige oom met volmacht op de bankrekening : het personage voor wie iedereen vriendelijk maar ook bang is. Soap valt tegenwoordig overal te bekijken, ook in de Wetstraat. Het breed vertakte parlementaire systeem draait in België op 493 afgevaardigden onder wie 150 federale kamerleden en 71 senatoren. Een aantal onder hen bezet meer dan één zetel. Mensen uit de Waalse en Brusselse Raad behoren ook tot de Vlaamse of die van de Franse Gemeenschap en daaruit rekruteert op zijn beurt de Senaat een aantal leden. Zodoende kent ons democratisch delegatie-model in totaal 614 wetgevende en controlerende waakposten, een indrukwekkend aantal. In mei vorig jaar werden al die plaatsbekleders, één per 53 van de 33.000 vierkante kilometer Belgisch grondgebied, namens de grondwet naar hun politieke werkplaats geleid door middel van verkiezingen. Daartoe leverde de bevolking (in deze context ?de natie? geheten), grote inspanningen. Een lang aanslepende verkiezingsstrijd vergde andermaal veel lezen, luisteren en kijken, wikken en wegen. Elke propagandaslag slorpt bovendien ongeveer een miljard frank aan uitgaven op, uiteraard door de onderdanen zelf betaald. Het dichtbevolkte regeringsapparaat niet meegerekend, bedraagt nadien de rechtstreekse kostprijs van het in werking getreden parlementaire stelsel ongeveer tien miljard per jaar. Om dromerig van te worden. Daar komen nog talloze miljarden bij. Niet alleen de van staatswege verschafte subsidies voor politieke partijen geven aanleiding tot dat bedrag. Ook het vaak riante levensonderhoud van de duizenden stille aangestelden en portefeuillehouders met half-openbare mandaten doet de rekening oplopen. Evenredig met hun electoraal gewicht zenden politieke partijen die terreinbezetters onophoudelijk uit naar alle bestuurslagen, van de gemeenten af tot altijd hogerop. Met andere woorden : wie de Belgische nationaliteit bezit, is op immense schaal vertegenwoordigd in een melkweg van collectieve instellingen. Daar betaalt hij voor, ambt per ambt, alhoewel hij de meeste ervan niet eens kan kennen. Vroeger werd erover geklaagd dat die massale en dus dure inzet van verkozenen niet in verhouding stond tot het reëel afgeleverde werk. Slechts één wet op tien komt tot stand op initiatief van een assemblee, de rest vloeit voort uit de wil van een der zeven regeringen waarmee onze kleine contreien gezegend zijn. Ook de tweede taak van door de kiezer afgevaardigde woordvoerders, met name het controleren van belasting en begrotingen, is alles behalve een succes geworden. Want het Belgische regime is er, zoals bekend, een van onverstandig hoge fiscale druk plus desondanks een beangstigende rijksschuld die allerlei mooie verbanden in de samenleving aan het verwoesten is. De federale en regionale overheid, samen, geven dit jaar zowat 4.500 miljard frank uit (vierduizendvijfhonderd keer duizend miljoen) sociale zekerheid inbegrepen. Dat is veel meer dan een miljoen per gezin. Die som is dan wèl opgebracht door die gezinnen zelf en door de ondernemingen waarin zij economisch actief zijn. In ruil daarvoor had men een milieuschoon, geheel welvarend en veilig land mogen verwachten. Dat is, zoals eveneens bekend, niet het geval. En het lag ook voor de hand dat in het democratische crisisklimaat van de jaren negentig (de ?kloof met de burger?) de vaandelvlucht van het parlementaire voetvolk gestopt zou worden. Maar net het tegendeel is gebeurd. In de Senaat zoekt de fine fleur van de Belgische politiek vruchteloos naar een zinvolle bezigheid. De Kamer doet een absurde knieval voor Jean-Luc Dehaene en zijn Pretoriaanse wacht waarvan, behalve enkele partijvoorzitters en vertrouwelingen, niemand de ware omvang of samenstelling kent. De Vlaamse en Waalse parlementen, tenslotte, leveren hun steun aan deelregeringen die kopieën van de federale coalitie zijn. In hun planning laten ze zich compleet sturen door misschien nog geen tien op de televisie vriendelijk glimlachende unitaire machthebbers. Autobussenbouwer Van Hool kan daarvan meespreken. De Europese justitie gaf hem gelijk in zijn geschil over broodroof met een arrogante Waalse PS (want daarover gaat het) die hem nadien straffeloos weglachte, met vonnis en al. Uit Vlaanderen kwam niemand helpen, want Dehaene wil rust op zijn Belgisch front. Dat alles en nog veel meer maakt deel uit van de architectuur der volmachten waarin het federale kabinet (de taalparitaire ? junta?) zich ongestoord mocht nestelen. Straks gaat ze een serie belastingen heffen die niet gestoeld zijn op een vooraf goedgekeurde wet, zoals dat overal in de beschaafde wereld hoort, maar op een militair-economisch marsbevel richting EMU. Ook weze nog eens herhaald dat de maatregelen die in het geheim van de komende zomerdagen genomen zullen worden, op geen enkel ogenblik als verkiezingsprogramma aan onze stemgerechtigde samenleving werden voorgelegd. HET STRIPHELDJE CALIMERO kan vandaag opnieuw zuchten : ?dat is niet eerlijk?. Met haar bescheiden inkomen kiest, financiert en voedt onze bevolking (zie boven) een sterrenstelsel vol partijmensen, parlementairen en hun afgezanten. In de kastelen waar Dehaene zitting houdt, zouden die moeten staan pleiten ten gunste van hun opdrachtgevers. Maar ze zwijgen, eerloos. Dat komt neer op grootschalige zwendel met de democratische theorie. Op de achtergrond meesmuilt het Vlaams Blok bij al die verderfelijke onzin.