Vandaag doet zestien procent van de Vlaamse zestigplussers aan sport in clubverband. Vierentwintig procent is regelmatig intensief fysiek actief, maar dan met vrienden of alleen. Geregeld stevig wandelen hoort hier bijvoorbeeld ook bij. Van de veertig procent actievelingen zijn er iets meer mannen dan vrouwen. Zestig procent van de ouderen doet amper lichamelijke inspanningen. Dat betekent dat ze minder dan een half uur per dag activiteiten doen waarbij de hartslag versnelt.
...

Vandaag doet zestien procent van de Vlaamse zestigplussers aan sport in clubverband. Vierentwintig procent is regelmatig intensief fysiek actief, maar dan met vrienden of alleen. Geregeld stevig wandelen hoort hier bijvoorbeeld ook bij. Van de veertig procent actievelingen zijn er iets meer mannen dan vrouwen. Zestig procent van de ouderen doet amper lichamelijke inspanningen. Dat betekent dat ze minder dan een half uur per dag activiteiten doen waarbij de hartslag versnelt. Professor Christophe Delecluse van de faculteit Bewegings- en revalidatiewetenschappen aan de KU Leuven: 'Binnenkort maken de 60-plussers een kwart van de bevolking in Vlaanderen uit. Een groeiend deel van hen kampt met allerlei kwaaltjes die de kosten voor gezondheidszorg de pan doen uitrijzen. Wanneer we de zestig procent inactieve oudere Vlamingen in beweging krijgen, blijven ze langer gezond en dalen de gezondheidskosten.'Volgens professor Delecluse is het een taak van de overheid de oudere bevolking aan te zetten tot meer bewegen. Dat gebeurt nu maar mondjesmaat. Bovendien worden mensen via campagnes vooral aangespoord om aan te sluiten bij een sportclub. Delecluse: 'Voor veel inactieve ouderen is die drempel echter te hoog.' Dus gooien ze het in Leuven over een andere boeg. De onderzoekers van de faculteit Bewegings- en revalidatiewetenschappen ontwikkelden in het kader van het 'Steunpunt Sport, Beweging en Gezondheid' (ondersteund door de Vlaamse regering) een zogenaamd IMPULS- programma, waarbij de ouderen uitleg en oefeningen krijgen om thuis een actievere en sportievere levensstijl te ontwikkelen. Dat wordt dan opgevolgd via telefonische consulten en bijeenkomsten. In het kader van een onderzoek werden de resultaten van dit IMPULS-programma onlangs vergeleken met de resultaten die mensen van dezelfde leeftijd in dezelfde tijdsspanne (één jaar) boeken in een fitnesscentrum waar ze drie maal per week een uurtje gaan sporten. In de studie werden drie groepen gezonde maar inactieve senioren met een gemiddelde leeftijd van 67 jaar vergeleken. De eerste groep nam deel aan het IMPULS- programma, de tweede aan een fitnessprogramma en de derde fungeerde als controlegroep. De resultaten van het impulsprogramma liegen er niet om. Na één jaar activiteit zijn de senioren fitter en ongeveer even fit als hun leeftijdsgenoten die driemaal per week gingen fitnessen: hun uithoudingsvermogen is verhoogd, de spiermassa is toegenomen waardoor ze meer kracht hebben en hun functionele vaardigheden zijn verbeterd. De conditie is na één jaar al een stuk beter in vergelijking met de inactieve controlegroep. Zeer opvallend is de gunstige invloed op het zelfbeeld: mensen die sporten voelen zich al snel beter in hun vel. De effecten op de gezondheid zijn daarentegen nog beperkt: na één jaar is er weinig effect op de bloeddruk, de cholesterolwaarden en het lichaamsgewicht. Er bestaat voldoende wetenschappelijke evidentie dat regelmatige fysieke activiteit ook op die fronten gunstige effecten heeft, maar dan op langere termijn. Delecluse: 'We hebben voor dit onderzoek om ethische redenen gezonde mensen geselecteerd. En we hebben ons beperkt tot bewegen en geen aandacht geschonken aan voeding. Voor een duidelijk gezondheidseffect wordt lichamelijke activiteit het best gekoppeld aan gezonde voeding.' Vermageren puur op basis van meer lichaamsbeweging lukt nauwelijks. De combinatie van bewegen en gezond eten is de meest efficiënte. Bovendien hebben mensen die sporten de neiging zichzelf te belonen. Na een uurtje lopen of fitnessen gaan ze een biertje drinken, of met minder scrupules een zak chips opendoen. Christophe Delecluse: 'Het is verrassend hoe groot de onwetendheid is over de effecten van regelmatig sporten op het lichaam: de bloedsomloop en longfunctie verbeteren, de spiermassa neemt toe, de vetmassa neemt af en de botten worden sterker. Mensen beseffen niet dat het lichaam zich tot op hoge leeftijd aan de verhoogde activiteiten aanpast.' Actieve mensen hebben daardoor minder last van ouderdomskwaaltjes en chronische ziekten. Ze leven langer en blijven langer gezond. Uit internationaal onderzoek blijkt dat dertig minuten per dag actief bewegen, in die mate dat de hartslag versnelt, voldoende is om het risico op ziekte of vroegtijdige dood spectaculair te reduceren. Daarbij mag u dat dagelijkse halfuurtje opsplitsen in driemaal tien minuten. Belangrijk is ook dat mensen die willen sporten, iets kiezen wat ze graag doen en praktisch haalbaar is. Dat ze anderen zoeken om samen te oefenen. Professor Delecluse: 'Minpunt van het IMPULS-programma is het ontbreken van een sociaal kader: mensen oefenen thuis alleen. Daarom hebben we getracht afspraken te maken om sommige activiteiten, zwemmen of wandelen bijvoorbeeld, in groep te doen. We hebben ondervonden dat bij sporten het sociaal kader bijzonder belangrijk is om vol te houden.' Christophe Delecluse is voorstander van een goed uitgebalanceerd fitnessprogramma onder begeleiding, iets wat de meeste fitnesscentra al aanbieden. Fitnesscentra zijn er overal, maar voor zo'n programma betalen ligt voor deze generatie ouderen blijkbaar moeilijk. 'Ze zijn dat niet gewoon,' klinkt het. 'Mensen hebben veel geld over voor gezondheidszorg, maar betalen voor sporten (in dit geval preventieve gezondheidszorg) ligt zeer moeilijk. Maar dat blijkt voor de overheid ook vaak het geval te zijn.'MARLEEN FINOULST