Het is tegenwoordig saai voor wandelaars in Vlaanderen. Koeien zijn zowat de grootste beesten die we in het landschap kunnen zien, en daar moeten we niet bang voor zijn. Waar is de goede oude tijd van mammoeten, wolhaarneushoorns en sabeltandtijgers, die een trektocht van de nodige opwinding konden voorzien? Nu moeten we niet langer uitkijken voor holeberen, maar voor flitspalen - een wereld van verschil.
...

Het is tegenwoordig saai voor wandelaars in Vlaanderen. Koeien zijn zowat de grootste beesten die we in het landschap kunnen zien, en daar moeten we niet bang voor zijn. Waar is de goede oude tijd van mammoeten, wolhaarneushoorns en sabeltandtijgers, die een trektocht van de nodige opwinding konden voorzien? Nu moeten we niet langer uitkijken voor holeberen, maar voor flitspalen - een wereld van verschil. Elders zijn er nog wel grote dieren. Maar ook die moeten eraan geloven. Wetenschappers rekenden in het topvakblad Science voor dat een kwart van alle zoogdieren in de wereld met uitsterven bedreigd is. Vooral grote soorten worden getroffen. Dieren die meer dan drie kilogram wegen, hebben eigenschappen die het moeilijker maken om de strijd tegen verdwijning te winnen, zoals een trage maturiteit en een beperkte voortplantingscapaciteit. Niet minder dan 11 procent van het aardoppervlak zou beschermd moeten worden - en écht beschermd moeten worden - om te voorkomen dat reuzenpanda's, neushoorns en olifanten het trieste lot van hun voorouders zouden ondergaan. Noord-Amerika is, net als Europa, een goed deel van zijn grote dieren kwijtgespeeld als gevolg van de onstuitbare opmars van de mens, vanaf ongeveer 13.000 jaar geleden. Maar het is bekend dat Amerikanen het graag groot zien. In dat andere wetenschappelijke topvakblad, Nature, breken natuurbeschermers een lans voor een wel erg ambitieus project. Ze zien op hun eigen continent véél land waar nog plaats is voor grote dieren. Ze zien dat in Afrika grote dieren steeds minder ruimte krijgen als gevolg van de ongebreidelde voortplanting van de mens. Ze combineren beide inzichten en stellen voor om een deel van de bedreigde Afrikaanse fauna (zoals olifanten, cheeta's en leeuwen) naar Amerika over te vliegen, waar de dieren de vrijheid zouden krijgen in enorme wildparken. Ze vinden steun in de vaststelling dat véél meer mensen dierenparken bezoeken waar ze grote dieren kunnen zien dan natuurreservaten waar ze het met een hert en wat vogeltjes moeten stellen. Het verhuizingsprogramma zou zo alvast gefinancierd kunnen worden met de te verwachten opbrengsten van safari's in eigen land. Het ligt voor de hand dat het idee op heel wat weerstand stuit: veranderde biotopen, genetische verschillen, effecten op de lokale fauna, nieuwe ziekten en het verwijt aan de Amerikanen dat ze te veel God op aarde willen spelen. Net als de blijkbaar universeel geworden bewering dat de dieren schade zouden kunnen berokkenen aan de mens. Dirk DraulansWe moeten niet langer uitkijken voor holeberen, maar voor flitspalen.