Barack Obama heeft de Amerikaanse verkiezingen gewonnen omdat hij het meeste geld in zijn campagne kon pompen. Dat was ook al zo voor zijn voorgangers. Wat Obama's aanpak uniek maakt, is dat hij het internet gebruikte om zijn fondsen te werven. Sterker nog, hij gebruikte het Web 2.0-principe, interactieve websites waarbij miljoenen gebruikers individueel aan het werk worden gezet. Dat creëerde een multiplicator-effect dat Obama's tegenstanders met hun normale fundraisingtechnieken nooit konden bereiken. Eerder hadden andere presidentskandidaten zoals Al Gore en George W. Bush het internet al gebruikt als propagandamedium. Zo kreeg Bush in 2004 veel steun van conservatieve bloggers.
...

Barack Obama heeft de Amerikaanse verkiezingen gewonnen omdat hij het meeste geld in zijn campagne kon pompen. Dat was ook al zo voor zijn voorgangers. Wat Obama's aanpak uniek maakt, is dat hij het internet gebruikte om zijn fondsen te werven. Sterker nog, hij gebruikte het Web 2.0-principe, interactieve websites waarbij miljoenen gebruikers individueel aan het werk worden gezet. Dat creëerde een multiplicator-effect dat Obama's tegenstanders met hun normale fundraisingtechnieken nooit konden bereiken. Eerder hadden andere presidentskandidaten zoals Al Gore en George W. Bush het internet al gebruikt als propagandamedium. Zo kreeg Bush in 2004 veel steun van conservatieve bloggers. Obama was echter de eerste kandidaat die begreep dat je met het internet ook geld kon inzamelen. Hij had trouwens weinig keuze. Tijdens de voorverkiezingen steunden de grote bedrijven met Democratische sympathieën vooral de campagne van Hillary Clinton (zie 'Amerika's historische verkiezingen' in Knack nr. 44 van 29 oktober). Hij schakelde dus het internet in om kleine giften (van 5 tot 200 dollar) te vergaren. Daarmee omzeilde hij het plafond van 2300 euro dat geldt voor elke individuele donor. Omdat hij geen overheidsgeld aanvaardde, kon hij ook onbeperkt giften ontvangen. 90 procent van alle giften was kleiner dan 200 dollar. Obama liet vooral anderen voor zich werken. Zoals John F. Kennedy de eerste president van het televisietijdperk werd - na het 'debat van de eeuw' met Richard Nixon - mag Obama zich met recht en reden de eerste president van het internettijdperk noemen: 600 miljoen dollar, afkomstig van 3,1 miljoen internetdonateurs. Het internet leverde Obama ook veel onbetaalde, maar erg enthousiaste, creatieve en efficiënte campagnemedewerkers op. Duizenden websites verschenen op het internet die allemaal op hun eigen manier de campagne van Obama ondersteunden. Een greep. www.hungryforobama.com Op deze site worden mensen ertoe aangezet om een etentje te organiseren en de opbrengst ervan aan Obama te schenken. Geen poepchique fundraising voor de superrijken maar een barbecue in de tuin, een brunch of een pyjamafeest. Afspraak is dat de gasten zelf allemaal een etentje organiseren. Een 'piramidespel' dat in sneltempo 50.000 euro opbracht. www.youtube.com/watch?v=pmfeesYmx1Y YouTube speelde een cruciale rol tijdens de campagne. De voor iedereen toegankelijke videosite maakte het mogelijk om - los van de redacties van de grote tv-stations - bliksemsnel te reageren op uitlatingen van tegenstanders. Vaak maakten medestanders pareltjes van montages die efficiënter waren dan de duurste campagnespots. 'The contrast Barack Obama vs. John McCain' legt in luttele minuten de verschillen tussen beide kandidaten bloot in de aanpak van de kredietcrisis. abcnews.go.com/politics/atchoMatic/fullpage? id=5542139 Er mocht ook al eens gelachen worden tijdens de (internet)campagne. Maar zelfs de ludiekste filmpjes hadden steeds informatieve waarde. ABC ontwikkelde een korte, maar verrassende stemtest waarbij de lezer/surfer uitspraken van Obama of McCain moest kiezen om zijn eigen stemprofiel te achterhalen. tighroslin.com Soms zijn fictie en realiteit wel erg moeilijk van elkaar te onderscheiden. Zo wees een blogger onlangs op de sterke gelijkenis tussen het duo Sarah Palin en John McCain en Laura Roslin en Saul Tigh, de personages die in de bejubelde tv-serie Battlestar Galactica respectievelijk presidents- en vicepresidentskandidaat zijn. Oordeel zelf aan de hand van deze campagnevideo uit de serie. fightthesmears.com Moddergooien is vaak een laatste redmiddel in verkiezingscampagnes. George W. Bush verspreidde in 2000 leugens over het privéleven van John McCain om hem uit te schakelen tijdens de voorverkiezingen. Ook de campagne van 2008 bleef niet gespaard van roddels en achterklap. Obama kon rekenen op duizenden burgerjournalisten die nauwgezet elke lastercampagne opspoorden en ontkrachtten. Een site als 'Fight the Smears' toont aan hoe dodelijk efficiënt het internet kan zijn. www.236.com/video/2008/watch-synchronized-presidentia-9857.php Wie zijn boodschap in de hoofden van de kiezer wil prenten, moet zichzelf voortdurend herhalen. Dat blijken zowel Obama als McCain zichzelf goed ingeprent te hebben. Bekijk deze 'Gesynchroniseerde debatten'. Soms hoor en zie je Obama of McCain drie tot vier keer dezelfde oneliners gebruiken in verschillende toespraken. Ontluisterend. www.designforobama.org Kunstenaars in de VS hebben meestal een boon voor Democratische kandidaten. Dat was ook nu niet anders. Op 'Design for Obama' publiceerden meer dan 200 grafische ontwerpers hun Obama-affiche. DOOR ASTRID WITTEBOLLE