DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN ALS EEN SCHORPIOEN ONDER DE VLOERTEGEL blijft zich stil de vraag verschuilen of de Parti Socialiste nog wel het morele en zelfs juridische recht heeft om over ons te regeren. Samen met de twee Christelijke Volkspartijen is zij lid van een coalitie die over alle inwoners van België macht uitoefent en een belangrijk deel van het sociaal-economische leven controleert. Na alles wat de afgelopen weken aan het licht kwam, met de moord op Cools als wrangste waarheid, kan het probleem niet langer worden verdoezeld : in het belang van de democratie, en van de ethiek in het algemeen, zou Jean-Luc Dehaene zich zo spoedig mogelijk van zijn PS-partner moeten ontdoen. Een vermoeden van duistere schuld is immers neergedaald over een groep mannen en vrouwen van wie sommigen met elkaar verbonden zijn door een reeks geheimen. Wellicht maken moord, omkoping, machtsmisbruik, diefstal, bedreiging, brutale verrijking en bescherming van de misdaadwereld deel uit van hun politiek repertorium. Volgens een vakbond van rijkswachters is dat in een aantal gevallen geweten door ?hogerhand?. Die verborgen kennis verandert echter niets aan hun status van wetgever, minister, magistraat, benoemer, dienstverlener, levensgenieter. Hun avonturen worden mee bekostigd door de Vlaamse goegemeente. Bij het minste teken van wrevel wordt die echter van sociaal of nationalistisch egoïsme beschuldigd. Het heet dan dat, door de PS te bekladden, heel Wallonië ten onrechte wordt besmeurd. Die repliek is volkomen naast de kwestie. Twee Waalse kiezers op drie stemmen niet voor de socialisten en worden dus geenszins getroffen door kritiek op een onwaardige maatschappelijke elite die, na een halve eeuw onverdiende almacht, haar eigen bevolking tot aan de rand van de afgrond heeft gevoerd. Met die mensen blijft de eerste-minister, en helaas dus ook zijn CVP, onverbloemd collaboreren in de ongunstige betekenis van dat woord. Geen enkel fatsoenlijk land in Europa zou aanvaarden wat momenteel in België aan de hand is : dat een partij met een half dozijn prominenten op wie de verdenking van zware misdrijven rust, ongestoord de staat mag leiden. Dat doet ze bovendien vanuit een regering die grotendeels buiten de controle van het parlement opereert. De werkelijkheid overtreft hier de grimmigste fictie. En dat de maatschappij hierdoor tot in haar merg gekwetst wordt, schijnt dit ruige kabinet niet te deren. Men gelieve vooral te noteren : dit standpunt is hoegenaamd geen aanval op de Waalse bevolking, het is de beste verdediging ervan. Zolang zij zich niet bevrijdt uit de verstikkende omhelzing van haar PS, zal zij naar het woord van PRL-voorzitter Louis Michel ?armoede kennen en perspectief missen.? Een krachtig argument in dezelfde richting spreekt uit een PSC-studie over de economische toestand van het eigen Wallonië. De teloorgang daar is nog ?veel erger dan gevreesd? en het sociale peil ligt er ?bijna even laag als in Griekenland of Portugal.? In zijn ontwikkeling hinkt het Belgische zuiden 25 tot bijna 40 jaar achterop in vergelijking met Vlaanderen en het Europese gemiddelde. Dat heeft volgens het hier geciteerde onderzoek vrijwel niets te maken met de demografische cijfers (want die zijn soms beter dan in het noorden) of de sluiting van de steenkoolmijnen en hoogovens. ?Wallonië is gewoon niet dynamisch genoeg,? het wordt in feite uitgenodigd om lekker uit te rusten in de armen van de overheid en de openbare structuren. Nogmaals : dit is een autochtone, Franstalige analyse en geen heksenjacht vanop een Vlaamse brandstapel. VU-fractieleider Paul van Grembergen liet de suggestie vallen dat de PS, die ons allen regeert, zichzelf beter zou ontbinden en met een schone lei herbeginnen. Zonder medewerking van de maffia. Hij hoopt dat een aantal èchte Waalse socialisten, dromend van emancipatie voor hun volk, zijn oproep zullen horen. Uiteraard werd die al te idealistische gedachte prompt weggelachen. Nochtans is zij in haar vlijmende scherpte ongelooflijk juist en genereus. De ?op alle gebied verdorven PS? brengt niet alleen haar eigen onderdanen in gevaar, maar ook de Vlaamse huishouding, de hele Belgische constellatie en dus eveneens een stuk Europees politiek erfgoed. De Walen, aan hoeveel onderlinge verschillen ze in hun ?bekkens? ook vasthouden, beschikken over een boeiende geschiedenis en de herinnering aan hun groot industrieel talent. Ze zijn gezegend met het zuivere bronwater dat ontspringt uit hun mooie, bij toeristen geliefde natuur waarop geen te hoge bevolkingsdichtheid weegt. Luik bewaart, naast Gent, een van de weinige echte stadsculturen (gekenmerkt door een spitse sociale ironie) in België. Met zulk een samenleving moet veel meer mogelijk zijn dan tot dusver bereikt werd. Er kàn een einde komen aan het achterdochtige, soms revanchistische, altijd op zijn jaarlijkse rente uit Vlaanderen wachtende, van zelfvertrouwen beroofde en op valse muziek dansende Waalse politieke bestel. Om daar komaf mee te maken moet een forum, een grote gespreksplaats worden aangelegd waarop het Waalse probleem grondig besproken kan worden en daarna uit de wereld geholpen. Het blijven prevelen, met klamme handen, van bijgelovige litanieën over ?nationale solidariteit? (de beruchte transfers) is ronduit vernederend voor zoveel mensen die zoveel meer waard zijn dan wat hun zogezegde politieke opvoeders of leiders ervan bakken. HET LAND BESCHIKT OVER EEN GEPASTE PLEK om dat gesprek te voeren en nadien, met nationale luciditeit, de correcte koers te vinden waarop Wallonië moet gaan varen. Die plek is de senaat, volgens de grondwet het kruispunt tussen 's lands gemeenschappen. Daar moet toch iemand kunnen opstaan die inziet en verkondigt dat een bevolking van wie in ronde cijfers één op drie leden van een sociale uitkering leeft, zijn eer en toekomst aan het verliezen is. Ongeveer één miljoen Walen stellen het sociaal gesproken niet goed. Gigantische bedragen, ook Europese, worden gepompt in de leniging van die nood. Maar het schijnt niet te helpen. Blijkbaar kolkt het geld weg tussen talloze VZW-vormige vingers die, opmerkelijk, geen vuist meer vormen noch een rode roos behoorlijk weten vast te houden.