JA

Die planning wil vraag en aanbod op elkaar afstemmen, maar het systeem is op drijfzand gebouwd want België heeft geen precies beeld van zijn artsen en hun werkkracht. In plaats van de contingenten eindeloos aan te passen, zouden we beter grondig debatteren over de vraag of die contingentering wel nodig is en efficiënte maatregelen nemen om de kosten van de gezondheidszorg terug te dringen. Patiënten verplichten om eerst bij hun huisarts langs te gaan vooraleer ze een specialist raadplegen, bijvoorbeeld.
...

Die planning wil vraag en aanbod op elkaar afstemmen, maar het systeem is op drijfzand gebouwd want België heeft geen precies beeld van zijn artsen en hun werkkracht. In plaats van de contingenten eindeloos aan te passen, zouden we beter grondig debatteren over de vraag of die contingentering wel nodig is en efficiënte maatregelen nemen om de kosten van de gezondheidszorg terug te dringen. Patiënten verplichten om eerst bij hun huisarts langs te gaan vooraleer ze een specialist raadplegen, bijvoorbeeld.In België is er op dit ogenblik geen tekort aan artsen, want uit de meest recente cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking in Europa (OESO) blijkt dat we, na Griekenland, in verhouding tot het aantal inwoners het meeste aantal artsen hebben in Europa. Onlangs heeft de planningscommissie voorgesteld om het aantal studenten dat in de beroepsgroep mag instromen op te trekken tot 1230 in 2015, maar waarop baseert die commissie zich? Op niets. In België weet immers niemand welke artsen wat en hoeveel doen en zolang je de situatie niet kent, kun je niet plannen. Het Riziv beschikt ongetwijfeld over lijsten met de namen van artsen en hun prestaties, maar het overaanbod aan artsen bevindt zich veel meer aan Franstalige kant dan in Vlaanderen, dus wellicht schrikken de Franstaligen ervoor terug om die gegevens publiek te maken. We moeten de numerus clausus handhaven tot we precies weten hoe de vork in de steel zit en als dat nodig blijkt, dan kunnen we op basis van de juiste cijfers eventueel meer artsen toelaten. Ik vraag al jaren concrete en correcte cijfers, maar men komt in dit land blijkbaar niet verder dan blind giswerk. Ik heb over die buitenlandse artsen een parlementaire vraag gesteld, want het benieuwt mij waar zij precies werken en welke taal ze spreken. Hoewel ik het niet zeker weet, vermoed ik dat ze zijn binnengehaald voor routinefuncties, eerder om mensen door te verwijzen dan ze zelf te behandelen. Met andere woorden: om werk op te knappen waar de Belgische artsen niet om staan te springen. We mogen niet met twee maten meten. In Vlaanderen zijn er jaarlijks honderd afgestudeerde kinesisten die geen eigen praktijk kunnen starten omdat ze geen Riziv-nummer krijgen. Als onze maatschappij het zich veroorlooft om daar niets aan te doen, waarom zou ze dan voor de studenten geneeskunde iets ondernemen? Die planning wil vraag en aanbod op elkaar afstemmen, maar het systeem is op drijfzand gebouwd want België heeft geen precies beeld van zijn artsen en hun werkkracht. In plaats van de contingenten eindeloos aan te passen, zouden we beter grondig debatteren over de vraag of die contingentering wel nodig is en efficiënte maatregelen nemen om de kosten van de gezondheidszorg terug te dringen. Patiënten verplichten om eerst bij hun huisarts langs te gaan vooraleer ze een specialist raadplegen, bijvoorbeeld.In België is er op dit ogenblik geen tekort aan artsen, want uit de meest recente cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking in Europa (OESO) blijkt dat we, na Griekenland, in verhouding tot het aantal inwoners het meeste aantal artsen hebben in Europa. Onlangs heeft de planningscommissie voorgesteld om het aantal studenten dat in de beroepsgroep mag instromen op te trekken tot 1230 in 2015, maar waarop baseert die commissie zich? Op niets. In België weet immers niemand welke artsen wat en hoeveel doen en zolang je de situatie niet kent, kun je niet plannen. Het Riziv beschikt ongetwijfeld over lijsten met de namen van artsen en hun prestaties, maar het overaanbod aan artsen bevindt zich veel meer aan Franstalige kant dan in Vlaanderen, dus wellicht schrikken de Franstaligen ervoor terug om die gegevens publiek te maken. We moeten de numerus clausus handhaven tot we precies weten hoe de vork in de steel zit en als dat nodig blijkt, dan kunnen we op basis van de juiste cijfers eventueel meer artsen toelaten. Ik vraag al jaren concrete en correcte cijfers, maar men komt in dit land blijkbaar niet verder dan blind giswerk. Ik heb over die buitenlandse artsen een parlementaire vraag gesteld, want het benieuwt mij waar zij precies werken en welke taal ze spreken. Hoewel ik het niet zeker weet, vermoed ik dat ze zijn binnengehaald voor routinefuncties, eerder om mensen door te verwijzen dan ze zelf te behandelen. Met andere woorden: om werk op te knappen waar de Belgische artsen niet om staan te springen. We mogen niet met twee maten meten. In Vlaanderen zijn er jaarlijks honderd afgestudeerde kinesisten die geen eigen praktijk kunnen starten omdat ze geen Riziv-nummer krijgen. Als onze maatschappij het zich veroorlooft om daar niets aan te doen, waarom zou ze dan voor de studenten geneeskunde iets ondernemen? samengesteld door jan jagers