Dankzij de ingeschapen hebbelijkheden van de digitale technologie levert de naderende millenniumwende toch nog dat beetje wereldondergangsgevoel op dat bij zo'n moment past. Zodra de interne klokken van de computers de noodlottige sprong voorbij de 99 willen maken, storten ze in een virtuele put waarin ze de rest van de wereld dreigen mee te sleuren. Vliegtuigen vallen stuurloos uit de lucht, bankrekeningen gaan op nul staan, de telefoonrekening loopt in de miljarden. Alles zal ontregeld zijn, niets functioneert nog normaal. Misschien rijden de treinen die dag wel op tijd.
...

Dankzij de ingeschapen hebbelijkheden van de digitale technologie levert de naderende millenniumwende toch nog dat beetje wereldondergangsgevoel op dat bij zo'n moment past. Zodra de interne klokken van de computers de noodlottige sprong voorbij de 99 willen maken, storten ze in een virtuele put waarin ze de rest van de wereld dreigen mee te sleuren. Vliegtuigen vallen stuurloos uit de lucht, bankrekeningen gaan op nul staan, de telefoonrekening loopt in de miljarden. Alles zal ontregeld zijn, niets functioneert nog normaal. Misschien rijden de treinen die dag wel op tijd. Het zou ook kunnen dat niets abnormaals gebeurt. Misschien ondervinden de computers minder last van de overgang van 99 naar 00 dan de grote wijzer die de 12 passeert en weer van 1 herbegint. Niemand weet het. Wat de experts missen, is ervaring. Het is jammer dat er geen computers bestonden in het jaar 1000, want dat was leerzaam geweest. Duizend jaar geleden zou het probleem ernstiger geweest zijn dan nu. Bij de overgang van het jaar 999 naar het jaar 1000 sprongen niet alleen de laatste twee cijfers op 0, maar het hele getal breidde zich uit van drie naar vier cijfers. Dat is een complicatie die we nu niet kennen. We moeten de computer slechts aan het verstand brengen dat het jaartal 99 niet 99 voorstelt, maar 1999, waarna hij verder kan tellen en op 2000 uitkomt in plaats van op de fatale 00. Waar plaats is voor 1999 in het geheugen, is ook plaats voor 2000. Zo eenvoudig zou het echter niet geweest zijn bij de overgang van 999 naar 1000. Indien de computerbouwers van de twintigste eeuw al zo krenterig met geheugenplaatsen omsprongen dat ze voor een jaartal van vier cijfers maar twee cijfers beschikbaar stelden, zouden die van de tiende eeuw beslist geen vier cijfers voorbehouden hebben. Zelfs voor onverkorte jaartallen waren zij al gewoon met niet meer dan drie cijfers toe te komen. Tot het rampzalige jaar 1000 aanbrak. Tellen is niet eenvoudig, zeker niet met een computer, en millenniumovergangen zijn geduchte struikelblokken. De overgang vóór de vorige leverde de grootste kalenderblunder uit de geschiedenis op. Duizend jaar vóór het jaar 1000 beleefde men het jaar nul, maar uitgerekend dat jaartal ontbreekt in de gebruikelijke jaartelling. Een warboel is het gevolg. Het nummeren van de jaren gebeurt, zoals bekend, vanaf een beginpunt dat aangenomen werd het jaar van de geboorte van Christus te zijn. Van dan af tot nu, anno Domini duizendnegenhonderdnegenennegentig, loopt de telling voort. Het probleem is niet dat het beginpunt niet precies met het bedoelde geboortejaar zou samenvallen. De nummering werd pas in de zesde eeuw ingevoerd en later kwam aan het licht dat de geboorte van Christus vermoedelijk in het jaar zes of zeven vóór Christus plaatsgevonden moet hebben. Het zij zo. Erger is dat de historici de gewoonte aannamen om de jaren na Christus te laten voorafgaan door jaren vóór Christus, waarbij het jaar "één vóór Christus" onmiddellijk gevolgd wordt door het jaar "één na Christus". De telling gebeurt dus zo : ...twee v. Chr., één v. Chr., één na Chr., twee na Chr., enz., of anders genoteerd : ...-2, -1, +1, +2... Vergissingen zijn dan niet meer te vermijden. De simpelste vraag dreigt een verkeerd antwoord te krijgen want er ligt een valkuil midden op de weg. Wanneer mag een vijf jaar geleden opgerichte vereniging haar eerste lustrum vieren? Gesticht in bijvoorbeeld 1998 vindt het feest plaats in 2003, want 1998+5=2003. Daarover is geen misverstand mogelijk. Maar stel dat de stichting plaatsvond in het jaar 2 v. Chr. De vereniging zal dan volgens de gebruikelijke jaartelling vijf jaar oud zijn in 4 na Chr., zoals men kan natellen. Een computer vindt echter een ander resultaat want die kent zijn algebra: -2+5=+3. Het feest moet in 3 na Chr. plaatsvinden. De computer treft geen verwijt, want hij rekende correct. De telling is verkeerd. De historici slaan een jaar over. Tussen -1 en +1 hoort een 0 te staan. Dat sommige mensen zich ongemakkelijk voelen bij het "jaar nul" is geen reden om het over te slaan. Nul is een getal in de rangorde van de getallen, zoals twee of vijf of honderdduizend. Nul is het aantal sigaren in een doos van tien sigaren waarvan er tien opgerookt werden. Men kan dit getal evenmin negeren als elk ander. In een nummering moet het zijn plaats hebben. De jaartelling moet dus zo gaan: ...-3, -2, -1, 0, +1, +2, +3... Alleen op die manier loopt er niets mis. Tegen het gebruik van de historici in, tellen astronomen de jaren inderdaad op deze manier. Verwarring is dus verzekerd wanneer de hemellichamen de loop van de geschiedenis mee bepalen, en historici en astronomen elkaar op hun weg ontmoeten. Herodotus vermeldt dat, toen de Meden en de Lydiërs met elkaar slag leverden aan de grensrivier Halys, de dag plots in nacht verkeerde. Dat is best mogelijk, bevestigen de astronomen, want op 28 mei van het jaar -584 vond op die plek een totale zonsverduistering plaats. De slag werd dus geleverd in het jaar 585 v. Chr., besluiten de geschiedkundigen. Het begin van de jaartelling was de overgang van het nulde millennium naar het eerste, een klip die pas later genomen werd bij de invoering van de jaartelling, maar niet zonder brokken. Daarna namen de problemen een andere wending. Bij het aanbreken van het jaar duizend bestonden geen computers, bekommerde niemand zich om het jaar "nul" van duizend jaar eerder, en zou er geen probleem geweest zijn indien na duizend jaar christendom de komst van de antichrist niet was voorspeld. En inderdaad, rampspoed trof de aarde: de Vikings teisterden Europa, er verscheen een verschrikkelijke komeet aan het firmament, en monsters werden waargenomen in de zee. Voor het jaar tweeduizend duikt het beest in aangepaste gedaante weer op. Het loert nu in de onzichtbare ruimten van harde schijven en microchips waar het de nullen en énen zal opvreten zonder dewelke geen leven meer mogelijk is. Deze ronde getallen deugen niet. Ze bevatten te veel nullen. Nullen zijn gewone getallen, maar we hebben er nooit helemaal mee leren leven. Een nul dankt zijn bestaan aan wat niet bestaat. Met te veel nullen kan de wereld niet ongestoord blijven bestaan.Gerard Bodifée