Waar burgemeester Frank Beke langs fietste, werden pleinen heraangelegd, festivals georganiseerd, extreem-rechts ingedamd, kathedralen gerestaureerd en volksmensen naar hun mening gevraagd. Alleen aan de berichten dat Beke geregeld minzaam wuivend over het water van de Leie kuiert, durft her en der nog iemand te twijfelen. De reputatie van de Gentse socialist is met de jaren over heel Vlaanderen mythische proporties gaan aannemen. Een jaar voor hij de deur van het stadhuis voorgoed achter zich dichttrekt, is Beke er zelf nog niet helemaal uit of dat nu een vloek of een zegen is voor een politicus.
...

Waar burgemeester Frank Beke langs fietste, werden pleinen heraangelegd, festivals georganiseerd, extreem-rechts ingedamd, kathedralen gerestaureerd en volksmensen naar hun mening gevraagd. Alleen aan de berichten dat Beke geregeld minzaam wuivend over het water van de Leie kuiert, durft her en der nog iemand te twijfelen. De reputatie van de Gentse socialist is met de jaren over heel Vlaanderen mythische proporties gaan aannemen. Een jaar voor hij de deur van het stadhuis voorgoed achter zich dichttrekt, is Beke er zelf nog niet helemaal uit of dat nu een vloek of een zegen is voor een politicus. FRANK BEKE: Zelf heb ik altijd geprobeerd om in de luwte te werken. Nooit heb ik de spotlights opgezocht. Een lokale politicus moet volgens mij in dienst van de bevolking staan, niet meer en niet minder. Een vedettestatus maakt je geen betere schepen of burgemeester. Al kan ik niet ontkennen dat het mijn ijdelheid streelt als ik keer op keer als voorbeeld wordt aangehaald, maar dat maakt me ook een beetje bang. What goes up, must come down. Hoe meer ik als populaire burgemeester naar voren wordt geschoven, hoe harder de val zal zijn als er iets misgaat. BEKE: Nogal recentelijk eigenlijk. Tijdens mijn eerste ambtstermijn als burgemeester kreeg ik nog veel kritiek, vooral uit mijn eigen partij. Militanten zijn supporters die willen dat hun eigen ploeg zoveel mogelijk scoort en de andere partijen die kans niet krijgen. Volgens hen leverde ik onze partij over aan de VLD. De liberalen hadden het in Gent voor het zeggen, zeiden ze, en ik deed allerlei dingen tegen de wil van de kiezers in. Maar in 2000 bleken die kiezers niet ontevreden te zijn, en werd ik met meer dan 20.000 voorkeurstemmen weer burgemeester. Ik wist natuurlijk wel dat mijn partij het goed zou doen - zo wereldvreemd ben ik nu ook weer niet -, maar ik had niet verwacht dat we zo fantastisch zouden scoren. Gaandeweg kreeg ik meer lof. Het ging goed in Gent, we kregen erkenning op verschillende beleidsdomeinen en het stadsbestuur mocht zelfs prijzen in ontvangt nemen. Bovendien bleven we gespaard van de problemen en schandalen waarmee Antwerpen te kampen had - en Gent wordt willens nillens altijd met die stad vergeleken. Het hielp ook dat het Vlaams Blok in Gent bij de verkiezingen van 2003 licht achteruitging en in 2004 onder het Vlaamse gemiddelde bleef. BEKE: (denkt na) Op het lokale niveau kun je nog laten zien dat je er bent zonder een mediafiguur te zijn. Zelf maak ik zoveel mogelijk mijn opwachting op plaatsen, feesten en evenementen waar de Gentenaars graag komen. Ik ben ook niet het soort politicus dat ergens met veel lawaai arriveert, zijn hoofd een halfuurtje laat zien, en dan meteen weer naar de volgende afspraak vertrekt. Ik ben ondertussen in elke straat van mijn stad geweest, en dat wéten de bewoners. Al zegt natuurlijk niets dat ik op die manier ook naar de nationale politiek had kunnen doorstoten. BEKE: (lacht) Ik verbaas me er nog over dat ik een lokaal mandaat heb opgenomen. Toen mijn buur en vriend Luc Van den Bossche (SP.A) me in 1982 vroeg om op de verkiezingslijst voor de gemeenteraadsverkiezingen te gaan staan, was ik al 36. Ik kwam meteen in de gemeenteraad terecht, en daar viel op dat ik over bepaalde kwaliteiten beschikte. Uit mijn tussenkomsten bleek dat ik stevig gedocumenteerd was en het allemaal nog wist te verwoorden ook. Nadat ik in 1988 schepen was geworden in de ploeg van de socialistische burgemeester Gilbert Temmerman heb ik nooit zelfs nog maar aan een nationaal mandaat gedácht. Met Luc Van den Bossche had ik bovendien een stilzwijgende afspraak: hij zou zich met de nationale politiek bezighouden en ik met Gent. Dat was een heel natuurlijke taakverdeling, want Luc zat al veel langer in de politiek en leek voor een nationaal mandaat in de wieg gelegd. Waarom zou ik dan geprobeerd hebben om hem opzij te schuiven? BEKE: De basis voor de stadsvernieuwing is al gelegd tijdens het bestuur van Temmerman - een groot burgemeester, die veel te vaak wordt miskend. De ploeg waarmee ik in 1994 aan de slag ging, heeft ontzettend veel initiatieven laten groeien en bloeien. Dat is de opvallendste eigenschap van de huidige bestuursploeg: we creëren veel mogelijkheden zonder te betuttelen. Dat Gent is uitgegroeid tot de onderwijs- en cultuurstad die ze nu is, komt onder meer door de inzet van de mensen die de feestzaal Vooruit tot een kunstencentrum hebben omgebouwd, door mannen als Jan Briers en Jacques Dubrulle, door de rectoren en directeurs die de universiteit en de hogescholen hebben geleid. Onze verdienste is dat we hun plannen hebben toegestaan en ondersteund. BEKE: Er ís al veel gebeurd in die zogenaamde 19e-eeuwse gordel. Natuurlijk is er nog veel werk, maar die buurten waren er dan ook ellendig aan toe. Vooral de huisvesting is er in heel slechte staat: er staan veel kleine huizen in smalle straatjes, die destijds vaak rond een fabriek zijn gebouwd. We hebben een tijdlang premies uitgedeeld, zodat de mensen hun huizen zelf konden renoveren, maar dat volstaat niet. Die woningen zien er dan wel beter uit, maar ze staan nog steeds in verouderde wijken met weinig ruimte en amper groen. In de buurt rond het oude slachthuis hebben we bijvoorbeeld panden afgebroken om ruimte en groen te creëren. Maar dat is niet in elke wijk haalbaar en het kost veel geld. Al die wijken in één keer aanpakken is dus een utopie. Wel is er vanzelf een nieuwe dynamiek en een sociale mix ontstaan doordat veel hooggeschoolden zich in zulke buurten hebben gevestigd. Gent is weer aantrekkelijk voor jonge mensen, en door de stijgende vraag staat de woningmarkt hier onder druk. In een stad als Gent met heel veel kansarmen stijgt dan ook de nood aan sociale woningen. Het was de bedoeling om tijdens de lopende bestuursperiode tweeduizend bijkomende sociale woningen te laten bouwen, maar op een jaar voor de verkiezingen zijn er nog maar 512 af. Ik wijt dat vooral aan de desinteresse van de vorige Vlaamse regering, waar huisvesting de hele tijd van de ene minister aan de andere werd doorgegeven. BEKE: (zucht) Een stad haalt haar werkingsmiddelen nu eenmaal uit personenbelastingen en uit de onroerende voorheffing. Dus is het belangrijk dat mensen er willen komen wonen, investeren en iets aan de panden doen. Grote projecten zoals in de stationsbuurt geven de stad een betere uitstraling en trekken nieuwe bewoners aan. In één adem werken we zo aan het mobiliteitsprobleem, bieden we ruimte voor commerciële activiteiten, komen er woningen bij en doen we iets aan de parkeerdruk in de buurt. Hetzelfde geldt voor het project aan de Gentse voorhaven. In plaats van de verwaarloosde loodsen die daar vandaag staan, worden er woningen en handelsruimtes gebouwd rond een nieuw outlet center. Economische activiteit, een tegemoetkoming aan het woningprobleem én een kans om het openbaar domein te verbeteren. Dat zijn drie vliegen in één klap. Als stadsbestuur moet je voor zoiets je nek durven uit te steken. BEKE: Uit onderzoek is gebleken dat onze inwoners meer kansen krijgen om hun stem te laten horen dan Bruggelingen en Antwerpenaars. Maar veel mensen zijn niet echt tevreden met de manier waarop we met die stem omgaan. Gent is dan ook een stad met veel kritische, hooggeschoolde inwoners, en vooral zij trekken zulke actiegroepen op gang. Natuurlijk kunnen we lering trekken uit hun argumenten, maar dat betekent niet dat we hen zomaar gelijk moeten geven. De komende tijd zullen we in de 29 Gentse wijken samen met de inwoners een wijkprogramma opstellen waarin alles moet staan wat in de wijk zal gebeuren. De bewoners zullen dus mee beslissen over hun wijk, en wij zullen ons daarna aan dat programma houden. Maar grote projecten, zoals de ontwikkeling van de stationsbuurt, vallen daar buiten, want het is niet verantwoord om alleen aan de buurtbewoners over te laten hoe de omgeving van een station met 60.000 reizigers wordt aangepakt. BEKE: Mijn boodschap was in de eerste plaats dat Vlaanderen zijn steden meer moet waarderen en niet tegen elkaar mag uitspelen. Daarnaast wilde ik ook duidelijk maken dat onze stad niet genoeg aan haar trekken komt. We vragen niet eens zo gigantisch veel geld en het gaat om heel belangrijke projecten. Het sluiten van de stadsring zou bijvoorbeeld de hele regio ten goede komen. Andere plannen, zoals de ontwikkeling van het gebied rond Flanders Expo en aan het kanaal van Zwijnaarde, kunnen bijvoorbeeld pas echt renderen met een gesloten Gentse ring. En daar is dus Vlaams geld voor nodig. BEKE: Ja. Kort voordien had ik samen met gouverneur André Denys (VLD) en schepen Karin Temmerman (SP.A) een zeer teleurstellend onderhoud gehad met Vlaams minister-president Yves Leterme (CD&V) en Vlaams minister Kris Peeters (CD&V). Tegelijkertijd wil ik de Gentse ministers Fientje Moerman (VLD) en Freya Van den Bossche (SP.A) ook niet tekortdoen. Zij zijn erg begaan met onze stad, en contacteren ons geregeld. Als voormalige schepenen hebben ze dan ook een natuurlijke band met het stadsbestuur. BEKE: Daar kun je niet omheen. Tot een aantal kabinetten hebben we minder gemakkelijk toegang. Al moet ik toegeven dat we in verband met de haven wél goed met minister Peeters samenwerken, maar daar zijn natuurlijk veel grotere belangen mee gemoeid dan bij louter lokale dossiers. BEKE: De SP.A en de VLD willen het liefst samen blijven besturen, ja. Waarom zouden we dat niet willen? De Gentenaars waarderen ons beleid en we werken goed samen. We voeren in Gent een open, progressief beleid, en als socialist ben ik daar natuurlijk blij om. BEKE: Nee. Ik maak me trouwens geen illusies: zodra ik geen burgemeester meer ben, zullen ze minder naar me luisteren. Ik ben ook niet van plan om nog in de gemeenteraad te zetelen, want dat zou haaks staan op mijn voornemen om gas terug te nemen. In 2006 zal ik onze lijst nog duwen, maar ik zal de mensen duidelijk maken dat ik dat alleen nog doe om mijn partij te steunen. BEKE: Voorlopig ben ik wat Gent betreft nog altijd de belangrijkste man. Al is Freya Van den Bossche onmiskenbaar aanwezig. De natuurlijke taakverdeling tussen ons is nu net zoals destijds met haar vader: Freya speelt haar rol op het nationale niveau, en ik voorlopig nog in Gent. BEKE: Kwatongen beweren dat ik haar alleen maar een job heb gegeven om haar vader een plezier te doen. Niets is minder waar! Ik ken Freya al van bij haar geboorte en ik wist wat ze in haar mars had. Ze bleek een bijzonder goede medewerkster te zijn, en in 2000 heb ik haar gevraagd om op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen te staan. Toen heb ik me erover verbaasd hoe vindingrijk ze haar campagne aanpakte. Dat ze door Bracke & Crabbé zou zijn gemaakt, klopt niet. Keihard heeft ze geblokt om de overhand te halen tijdens de debatten in dat televisieprogramma. Dat is haar kracht: ze kan zich heel snel in een nieuw onderwerp inwerken. Ook als kersvers schepen van Onderwijs kwam ze meteen met vernieuwende ideeën op de proppen. Toen besefte ik dat ze een hele grote zou worden in de Belgische politiek. Ik weet nog dat ik toenmalig SP.A-voorzitter Steve Stevaert in die periode vroeg of hij het me zou laten weten als hij iets met mijn schepen van plan was op een ander politiek niveau. (grinnikt) 'Frank, denk je nu echt dat ik niets met haar van plan ben?' was het antwoord. BEKE: Als ze ooit naar de stad terugkeert, kan dat alleen als burgemeester zijn. In elk geval heeft de hele Oost-Vlaamse SP.A haar vandaag broodnodig. Na de ijzersterke generatie van Freddy Willockx, Norbert De Batselier en Luc Van den Bossche is het nu aan Freya. Door Ann Peuteman'Tijdens mijn eerste ambtstermijn kreeg ik erg veel kritiek uit mijn eigen partij.''Ik maak me geen illusies: zodra ik geen burgemeester meer ben, zullen ze minder naar me luisteren.'