Als de Brusselse architectengroep Structures in 1960 een plan opstelt om de toen al verpauperde Noordwijk te veranderen in een zone voor wolkenkrabbers, stuit dat op het persoonlijke veto van Paul Vanden Boeynants, dan al de politieke nummer één van Brussel: hij vindt het te kleinschalig.
...

Als de Brusselse architectengroep Structures in 1960 een plan opstelt om de toen al verpauperde Noordwijk te veranderen in een zone voor wolkenkrabbers, stuit dat op het persoonlijke veto van Paul Vanden Boeynants, dan al de politieke nummer één van Brussel: hij vindt het te kleinschalig. De architecten hertekenen hun plannen, breiden ze vooral uit. In 1967 komt Structures met zijn Manhattanproject op de proppen. Dat plan heeft drie doelstellingen. Eén: een explosie van de woon- en werkgelegenheid. In een wijk waar op dat ogenblik een goede 11.000 mensen wonen, moeten 80 wolkenkrabbers komen. Elf zullen meer dan honderd meter hoog reiken, één mastodont zelfs 160 meter hoog. Die hoogte is symbolisch, want ongeveer dubbel zo hoog als de enige Belgische 'wolkenkrabber' die op dat ogenblik in het collectieve geheugen gegrift staat: de Boerentoren (87 meter). Maar die staat in Antwerpen, en de Brusselse besluitvormers wilden de onderlinge verhoudingen zo concreet mogelijk uitdrukken. Die hoogbouw is nodig voor de creatie van massale woon- (voor 13.500 personen) en werkgelegenheid (voor maximaal 125.000 personen). Daarnaast waren er 50 hectaren winkelruimte en 15.000 parkeerplaatsen gepland. Twee: een strikte scheiding tussen auto- en voetgangersverkeer. Het hele gelijkvloerse niveau wordt gereserveerd voor koning auto. De plannen verbanden de voetgangers naar een soort van buizen of galerijen op vijf tot dertien meter hoog. Drie: een optimale bereikbaarheid. Twee verkeersassen van 60 meter breed dienden elkaar pal in de nieuwe Noordwijk te snijden in een soort klaverblad. Die stonden dan in rechtstreekse verbinding met de autowegen Amsterdam-Parijs en Londen-Istanbul. Het Manhattanproject kreeg vorm in drie Bijzondere Plannen van Aanleg (BPA's), één voor elke betrokken gemeente: Brussel, Schaarbeek en Sint-Joost-ten-Node. De drie gemeenteraden keurden de plannen eenparig goed. Dat bewijst de toenmalige politieke consensus over de flagrantste schending van de ruimtelijke ordening die België ooit gekend heeft. Op 17 maart 1967 bekrachtigde een Koninklijk Besluit deze BPA's: die dag stierf het oude Brussel. Massale onteigeningen uitvoeren en elfduizend inwoners op straat zetten, is geen sinecure. Toch klaarden de Brusselse gemeenten die klus, zelfs in recordtempo. De uitvoering begon in 1968, wanneer de daadkrachtige Vanden Boeynants premier af is en opnieuw als schepen van Openbare Werken in het gemeentebestuur zit (tot '72). Meteen startten, manu militari, de gedwongen uitzettingen. Daarbij liepen de spanningen hoog op, vooral omdat de beloofde vervangwoningen niet gebouwd waren. Nog niet, susten de Brusselse politici. Uiteindelijk, zo leert een telling uit '92, kwam er ongeveer de helft van wat beloofd was. En zelfs daarin was niet altijd plaats voor de oorspronkelijke bewoners van die wijk. Vanden Boeynants laat de concrete uitvoering over aan investeerder en goede vriend Charly De Pauw en geeft hem alle financiële steun: CIC, een maatschappij van De Pauw, kreeg de 22 betrokken hectaren voor 99 jaar in erfpacht. De eerste vier jaren bedroeg de totale huurprijs voor dit gigantische terrein... 150 frank per jaar. Toch kreeg De Pauw de plannen niet rond. Twintig jaar na de start van het grootscheepse project staan er geen tachtig maar amper vier kantoortorens. Intussen ligt de wijk wel braak. Niets herinnert nog aan Manhattan, alles doet denken aan de Bronx. Vijftien jaar lang gedijt in le Nord de smerigste hoerenbuurt van Europa. De geur van urine, vocht, verschaald bier en zweet is er even zintuiglijk waarneembaar als de criminaliteit en armoede. Pas in de jaren negentig volgen opnieuw investeringen - eerst aarzelend, daarna op grote schaal. Vier vastgoedprojecten pompen de wijk nieuw leven in. Eerst de vergroting van het Noordstation - Centre de Communication Nord (CCN) - tot een kantorencomplex. Verder de bouw van de twee Pleiade-torens waar Belgacom onderdak in vindt, ten slotte de komst van het Internationaal Vakverbond (IVV) én de Vlaamse administratie in het Boudewijn- en het Ferrarisgebouw. De peepshows en seksboetieks moeten hun deuren sluiten, de laatste bordelen worden gesloopt. Ze maken plaats voor nog meer kantoorcomplexen, ook voor even moderne als luxueuze appartementsblokken aan de ooit zo vervallen Vooruitgangsstraat. Charly de Pauw is inmiddels overleden, maar zijn zonen realiseren in 1998 nog een mooie meerwaarde door een paar projecten in de Noordwijk te verkopen aan de Duitse vastgoedgroep IVG (met de Gevaert-groep als voornaamste aandeelhouder). Het Vlaams kapitaal doet in de jaren negentig hier dus zijn intrede: ook dat is symbolisch voor de nieuwe economische verhoudingen in Brussel. En plots identificeert de beau monde zich weer met een wijk die twintig jaar lang niet heeft bestaan. Eind vorig jaar kreeg die metamorfose van rosse buurt naar symbool voor het nieuwe België zelfs een officieel cachet. In aanwezigheid van prins Laurent veranderde dit deel van de Jacqmainlaan, niet geheel ontoepasselijk, in Avenue Albert II-Albert II-laan.