Rellen en repressie hielden Ulster opnieuw in hun greep, het vredesproces in Noord-Ierland is tot op de grond afgebroken.
...

Rellen en repressie hielden Ulster opnieuw in hun greep, het vredesproces in Noord-Ierland is tot op de grond afgebroken.HET is natuurlijk een gewoon geval van machocultuur, zoals daar kennis van kan worden genomen bij gelijk welke snooker- of voetbalreportage uit het Verenigd Koninkrijk : het houden van optochten door het gebied van de overwonnen vijand, is rigoureus hetzelfde als de opgestoken middelvinger naar de verslagen ploeg na de match. De rest, als men het geheel plaats in zijn rechtmatige kader van twee zich al generaties als kat en hond verhoudende gemeenschappen (die dan ook nog een sektarische achtergrond hebben), valt daar rechtstreeks uit af te leiden. De rest, dat zijn schotwonden, al dan niet van rubberkogels, brandbommen, rellen, barricades en een eindeloze reserve van uitgebrulde en opgekropte haat en woede met, op maandag 15 juli, als voorlopig orgelpunt een bom in een pas gerenoveerd luxehotel in Enniskillen. Voorlopig, want zo'n bom blijft niet zonder antwoord. Niet in Ierland. Niet dat het een simpel conflict zou zijn. Enkele jaren geleden, voor er van het huidige ?vredesproces? sprake was (niet van dat van Noord-Ierland, niet van dat van het Midden-Oosten : in Libanon woedde de oorlog), besloot een grote Britse krant die het niet meer zag zitten, in arren moede haar correspondent die in Beiroet met grote precizie die andere ondoorzichtige oorlog versloeg, naar Ierland te halen om te zien wat hij daar van het conflict kon maken. Na enkele weken liet de correspondent het afweten : hij begreep er niets van. Sindsdien zijn we een aantal bomauto's, wapenstilstanden, bloedbaden en vredesprocessen verder, de vermoeidheid heeft zich van enkele generaties oorlogscorrespondenten meester gemaakt, Beiroet wordt heropgebouwd. En in Londonderry, in Belfast, in Portadown en in het gehucht Drumcree ernaast, vechten de kinderen en kleinkinderen van de vorige generatie amokmakers een nieuwe ronde uit in het eindeloze, soms wat vertragende, maar nooit aflatende conflict tussen katholieken en protestanten, nationalisten en unionisten, Sinn Fein en Orangemen in Noord-Ierland. Dat langdurige, repetitieve en voorspelbare is wellicht het meest frustrerende aspect van de Ulsterse kwestie. Met dit verschil, dat in het afgelopen jaar ogenschijnlijk ernstige pogingen werden gedaan om tot een vredesproces te komen en een uiteindelijke oplossing. De golf van optimisme die daardoor over de eilanden op gang gebracht werd, leek een Europese versie van de weerklank die dat andere vredesproces, dat voor het Midden-Oosten, in de wereld kende. Dat Ierse vredesproces zat natuurlijk al enkele maanden in het slop niet het minst door de wederzijdse argwaan van de katholieke Ierse groep Sinn Fein en de Britse regering enerzijds, en door de interne verdeeldheid in IRA en Sinn Fein anderzijds. Maar met de gebeurtenissen van vorige week lijkt het tij wel definitief gekeerd, en ligt er geen vrede meer in het verschiet. MARSEN.Het verhaal van de optochten in Ulster is bekend. Er zijn er 3.500 elk jaar, negentig procent daarvan worden door protestanten gehouden, en de grote meerderheid verloopt op een perfect vreedzame wijze. De meeste marsen zijn ook optochten van protestanten of van katholieken die in hun eigen gebied opstappen. Want er zijn natuurlijk ?gebieden? in Ulster, ook al is er niet overal een ?green line? die de twee kampen scheidt. De moeilijkheden beginnen als protestantse groepen, vol van hun recht en hun gelijk, door katholiek gebied willen stappen, omdat ze dat ?altijd al gedaan hebben?. Zoals het geval was vorige week in Portadown, het stadje waar vele jaren geleden een protestants leger de overwinning behaalde op een katholiek leger, een overwinning die jaarlijks gevierd wordt met optochten, en waar moeilijkheden en rellen daarrond al tot de geplogenheden behoren. Want de katholieken beschouwen zo'n protestantse optocht door hun wijk als een provocatie en een vernedering (en zo is dat wellicht ook bedoeld), en willen dus dat dat verboden wordt. De protestantse unionisten beschouwen elke poging om hun optochten om te leiden een rechtstreekse aanval op hun ?Britse tradities?. Zo kon het gebeuren dat de Ulsterse politie, de Royal Ulster Constabulary (RUC), die voor 93 procent uit protestanten bestaat, door de unionisten aangevallen werd omdat ze het bestond ?onpartijdig? te willen zijn inzake die optochten. De extremistische Orangemen die uiteraard ook gewapende milities achter de hand hebben beschouwen zichzelf en hun ?tradities? als garantie voor het eeuwigdurende Britse karakter van de provincie Ulster. Katholieken die protesteren tegen unionistische optochten door hun straten, noemen zij dan ook ?verkocht aan het IRA?. Omdat een verbod, door de RUC, van loyalistische optochten in Portadown vorig jaar tot een heuse belegering leidde, had de politie dit jaar het traject door Garvaghy Road verboden. Dat is een katholieke straat op de protestantse weg naar hun kerkje in Drumcree (er zijn nog andere routes van het stadscentrum naar dat kerkje, die katholieken zien dus niet in wat die protestanten in hùn straat verloren hebben). Het verbod leidde tot een dubbele belegering. Enerzijds verwachtte de politie narigheid vanwege de protestanten, en stelde ze zich massaal op. Die narigheid kwam er ook, als op bestelling (het Noord-Ierse conflict is, zoals gezegd, al generaties bezig, en de herrie is er goed geolied en georganiseerd). Na vier dagen botsingen waarin de politie, gewapend met schilden, helmen en wapenstokken en wat niet al, moedig stand gehouden had tegen protestantse aanvallen, moet ze de ochtend van de elfde juli nieuwe bevelen gekregen hebben. Want ineens maakte ze een halve draai, en veegde Garvaghy Road schoon van protesterende katholieken. Achter hen kwam, met trommen en doedelzakken, de protestantse optocht. ONTKENNEN.Was het een stommiteit ? Of was er iemand, in Belfast of in Londen, die toch nog vreesde dat het Noord-Ierse vredesproces nog kon lukken, en die het zekere voor het onzekere wou nemen ? De Britse regering ontkent natuurlijk in alle toonaarden dat ze gezwicht zou zijn voor druk van de protestantse ?loyalisten?, en dat ze dus verantwoordelijk is voor wat daarna gebeurde. Dat ontkennen is haar werk. Maar de Ierse premier wijst Londen wel aan als de schuldige, en ook in de Britse, oppositievoerende Labour Party wordt dat gezegd. Vaak wordt daar bijgezegd dat de vraag nu helaas academisch geworden is, want het vredesproces is toch naar de verdommenis. Anderen zeggen dat het dat al was, en dat ook daarin de verantwoordelijkheid van Londen zeer groot was. Londen had immers consequent geweigerd de politieke vleugel van het IRA, Sinn Fein, tot de onderhandelingstafel toe te laten. Dit op basis van een in veler ogen al te strakke opstelling inzake de ontwapening van de IRA : eerst ontwapenen en dan praten, zei Londen in grote lijnen. Eens we ontwapend zijn valt er niet meer te praten, antwoordde het IRA daarop. Het ?gesprek? sleepte aan tot de Sinn Fein-leiding haar ongeduldige IRA-krachtpatsers niet meer in de hand kon houden, en er weer bommen ontploften in Londen. Het is niet moeilijk in het gebeuren in Ulster vorige week het vervolg te zien op die mislukking. Want de unionisten tegenhouden in Portadown was te moeilijk voor de RUC en dus voor Londen . Maar onmiddellijk daarna de ?moeilijke? katholieke straten in Belfast, Londonderry en Portadown hermetisch afgrendelen met zwaar materieel, dat was haalbaar. Het resultaat : de katholieke Noord-Ieren, qua karakter en lijdzaamheid niet zo verschillend van hun protestantse landgenoten, voelden zich niet alleen door de RUC in Portadown in de rug geschoten, vernederd en misprezen, maar ook in Belfast en in de rest van de provincie. En niet alleen door de protestanten, maar ook door het perfide Londen. De rellen die dan losgebarsten zijn, hebben als door een mirakel maar één dode geëist een katholieke man die door de politie werd aangereden , maar eigenlijk twijfelt niemand eraan dat andere doden zullen volgen. Het is niet duidelijk wat daaraan te doen is : door toe te geven in Portadown aan de groep die de grootste muil kon opzetten, heeft de Britse regering zich eigenlijk als scheidsrechter gediskwalificeerd. De Orangemen kunnen nu niet gestoord worden want zij hebben een ?overwinning? te vieren. Het IRA heeft een argument te meer tegen Sinn Fein : dat het door Londen toch niet serieus genomen wordt. En aan de regering in Dublin wordt met aandrang gevraagd dat ze zich met haar eigen zaken zou bemoeien. Dat de Ierse narigheid gegarandeerd tot in Londen zal uitdeinen, kan de slachtoffers van het geweld misschien een kleine troost bieden. Misschien kost het premier John Major zijn verkiezingen wel. Misschien ook niet. Sus van Elzen Rellen in de steden van Ulster : zoals twintig jaar geleden.