Premier Verhofstadt had het graag anders gewild. Hij wou zondagnamiddag zestig kilometer door Oost-Vlaanderen gaan fietsen, met in zijn zog een stoet 'bekende' sportlui. En ook de pers was geïnviteerd, met drankje en hapje na. Het mocht voor een keer allemaal gezien worden, want dit tochtje moest de premier in beeld brengen als kandidaat. Het was de officiële start van zijn verkiezingscampagne. Want een staatsman begint niet zomaar als de eerste de beste backbencher de markten af te dweilen. Nee, die maakt zijn entree langs de grote poort, een tijd nadat de 'gewone' politici zich het vuur uit de sloffen zijn beginnen te lopen. Een premier heeft wel wat anders te doen dan de volksg...

Premier Verhofstadt had het graag anders gewild. Hij wou zondagnamiddag zestig kilometer door Oost-Vlaanderen gaan fietsen, met in zijn zog een stoet 'bekende' sportlui. En ook de pers was geïnviteerd, met drankje en hapje na. Het mocht voor een keer allemaal gezien worden, want dit tochtje moest de premier in beeld brengen als kandidaat. Het was de officiële start van zijn verkiezingscampagne. Want een staatsman begint niet zomaar als de eerste de beste backbencher de markten af te dweilen. Nee, die maakt zijn entree langs de grote poort, een tijd nadat de 'gewone' politici zich het vuur uit de sloffen zijn beginnen te lopen. Een premier heeft wel wat anders te doen dan de volksgunst afsmeken, al heeft hij nu alleen nog lopende (en ook vliegende) zaken om handen. Het heeft niet mogen zijn. De premier diende zich zondag vierklauwens naar Brussel te begeven voor de kwestie-Durant. Meteen draaide het Ecolo-wiel van zijn regering - het vijfde wiel aan de wagen volgens sommigen, maar desalniettemin een wiel. Campagnes verlopen nooit zoals gepland. De vorige regering dacht het ook allemaal goed voor mekaar te hebben, tot bleek, al in het zicht van de eindstreep, dat een slordige vetkoopman ervoor had gezorgd dat het pluimvee met dioxine was besmet. Maar het dispuut rond de nachtvluchten is niet de eerste crisette waar de zittende coalitie in de eindspurt naar de verkiezingen mee af te rekenen heeft. Het gedoe rond de gevangenissen vorige week was er nog zo een. Ze illustreerde het absolute falen van minister van Justitie Marc Verwil- ghen, maar die zorgde ervoor, na enig gejammer en een paar nepoplossingen, dat hij uit de wind kon blijven. Isabelle Durant toonde zich iets hardleerser - of consequenter, zo men wil. Ze zag zich verplicht om, samen met haar partijgenoot Olivier Deleuze, uit de regering te stappen. Het regelen van de nachtvluchtenzaak kon bijgevolg niet zonder een ultieme en toch wel hoogst uitzonderlijke herschikking van de regering, die daarmee evolueerde van paars-groen naar slechts paars-lichtgroen. Ging de premier daarmee 'snel en efficiënt' te werk, zoals hij het graag wil? Het is maar hoe men het bekijkt. Een opstandige minister eruit duwen is één zaak - een op winnen beluste wielrenner weet best hoe hij een concurrent bij de eindsprint in het dranghek moet rijden. Een lastig dossier ten gronde aanpakken en oplossen, is wat anders. Want net als het probleem van de gevangenissen sleept dat van de nachtvluchten al een hele regeerperiode aan, zonder echt opgelost te raken. Het tekent de regeerstijl van dit kabinet in het algemeen en van deze premier in het bijzonder: aan visie of voluntarisme geen gebrek, maar wel behoorlijk slordig in de afwerking. Het incident illustreert ook de limieten van de opendebatcultuur. Het is allemaal goed en wel om de verschillen in inzicht binnen de regering open en bloot te laten bediscussiëren ten aanschouwe van het grote publiek, maar op een bepaald moment moet dat al dan niet 'open' debat ophouden, met name wanneer het tijd is om knopen door te hakken. En ondertussen bediende Durant zich zichtbaar van niets dan drogredenen, waardoor het voor de hand lag om haar balsturigheid maar meteen aan vuig electoralisme toe te schrijven: ervoor zorgen dat haar Brusselse electoraat rustig kan blijven slapen. Ecolo leert snel. Verhofstadt kan inmiddels leren dat hij in verkiezingstijd niet onder de arrivée van het Gentse Kuipke door moet, zoals hij zondag had gewild, maar wel degelijk onder die in de Brusselse Wetstraat. Marc Reynebeau