Op 18 maart is het volle maan boven Irak - en dat is niet het beste moment om een oorlog te beginnen. Toch niet voor het Amerikaanse leger, dat, anders dan de Iraakse vijand, met al zijn gesofisticeerde apparatuur geen maanlicht behoeft om 's nachts te kunnen zien. Maar het zal dan toch met een wassende maan af te rekenen krijgen, als de oorlog inderdaad midden maart zou beginnen. Later kan niet, omdat het dan te heet wordt in het land. Maar veel eerder kan al evenmin, omdat de VS n...

Op 18 maart is het volle maan boven Irak - en dat is niet het beste moment om een oorlog te beginnen. Toch niet voor het Amerikaanse leger, dat, anders dan de Iraakse vijand, met al zijn gesofisticeerde apparatuur geen maanlicht behoeft om 's nachts te kunnen zien. Maar het zal dan toch met een wassende maan af te rekenen krijgen, als de oorlog inderdaad midden maart zou beginnen. Later kan niet, omdat het dan te heet wordt in het land. Maar veel eerder kan al evenmin, omdat de VS nog niet al hun troepen klaar hebben en omdat ze zich er nog niet helemaal diplomatiek konden voor indekken. Ergens tussen 7 en 14 maart krijgt het kwart miljoen Amerikaanse en Britse soldaten in Irak het groene licht voor een invasie. Op de eerste datum, volgende week vrijdag, leggen de inspecteurs van de Verenigde Naties (VN) de Veiligheidsraad nogmaals uit of Irak inderdaad goed meewerkt bij het opruimen van zijn massavernietigingswapens. Dat rapport - daar gaat Washington van uit - levert Bagdad een onvoldoende op, waarna de weg openligt voor het Amerikaans-Britse voorstel van resolutie dat, jammer maar helaas, verdere inspecties nutteloos verklaart, met de oorlog als enig alternatief. Niet dat de VS zo'n extra resolutie echt nodig achten, maar nu overal ter wereld de weerstand tegen de Amerikaanse Irak-politiek toeneemt, kan ze een oorlog dan toch een minimum aan legitimiteit bezorgen. De Veiligheidsraad van de VN, die over zo'n resolutie beslist, telt vijf permanente en tien roterende leden. Negen van hen moeten ermee instemmen en voorlopig is Washington alleen zeker van drie bondgenoten, Groot-Brittannië, Spanje en Bulgarije. Syrië en Duitsland zijn zeker tegen, van het islamitische Pakistan valt moeilijk te verwachten dat het pro kan zijn. Rusland en China zijn de oorlog allerminst genegen, maar zullen wellicht hun vetorecht niet gebruiken omdat ze meer geven om goede relaties met de VS dan om het lot van Irak. Van Frankrijk, nog een permanent lid en een fervent tegenstander van de Amerikaanse houding, valt nog af te wachten of het zijn veto zal inzetten. Resten dan nog Mexico, Chili, Guinee, Kameroen en Angola, landen die nu onder zware Amerikaanse druk staan - met een mix van financiële beloften en regelrechte afdreigingen - om toch maar ja te stemmen. Zeker deze laatste landen moeten zich niet afvragen of ze een oorlog rechtvaardig vinden, wel of ze zich een zelfstandig oordeel daarover kunnen permitteren.