frank de moor
...

frank de moorHet is allemaal de schuld van Karel de Stoute. Die liet in de 15e eeuw het Zwin verder verzanden omdat hij het geruzie tussen de havens van Brugge, Ieper en Gent niet kon stoppen. Het project Sluis-aan-Zee wil de polders waarin ooit ' le principal port de mer de nostre païs de Flandre' lag uitgraven tot een haven voor 300 tot 600 zeil- en motorjachten, met een nieuwe havenwijk in de stijl van Veere en Goes. Het geheel moet dan via het nog aan te passen uitwateringskanaal Sluis-Cadzand met de zee worden verbonden. Daar zouden dan, tussen het gemaal op het uitwateringskanaal en de hotels aan de kant van het Zwin, een zeesluis, een strekdam in zee en een wachthaventje aangelegd worden. Dat is echter niet zo eenvoudig als het klinkt. Het project kost minstens 52 miljoen euro en moet aansluiting zien te vinden op andere infrastructuurwerken in Cadzand-bad en het Zwin. Precies vanwege het aanpalende Zwin en de Belgische Dievegatkreek heeft Sluis-aan-Zee grensoverschrijdende implicaties, zowel bij de havenaanleg in Cadzand-bad en Sluis als bij de heraanleg van het kanaal tussen Sluis en Cadzand. De meeste ingrepen zijn immers op de rand van de landsgrens gepland, bijna altijd in natuurgebieden die door de Europese Habitat- en Vogelrichtlijnen beschermd zijn wegens de aanwezigheid van typische habitats en zeldzame amfibieën, vogelsoorten en vleermuizen. Maar in het Milieu Effecten Rapport (MER), dat op donderdag 12 september door de gemeenteraad van Sluis-Aardenburg conform werd verklaard en sinds maandag 16 september op het stadhuis ter inzage ligt, staat duidelijk dat 'de realisatie van Sluis-aan-Zee alleen ter plekke van de jachthaven leidt tot directe aantasting van bestaande natuurgebieden (...) Na Sluis-aan-Zee moet de natuur er in kwantitatief en kwalitatief opzicht beter op worden dan in de situatie zonder het project het geval zou zijn geweest (...) Voorts is gebleken dat Sluis-aan-Zee geen nadelige effecten heeft op de zogenaamde gunstige staat van instandhouding voor alle in het studiegebied voorkomende soorten, die op basis van de Habitat- of Vogelrichtlijn van de Europese Unie een bijzondere beschermingsstatus genieten.' Die bewering wordt door milieuverenigingen, milieubeambten en sommige politieke partijen aan weerszijden van de Belgisch-Nederlandse grens in twijfel getrokken (zie bijgaand interview). Zo bestaan er volgens de auteurs van het MER 'met betrekking tot mogelijke effecten van Sluis-aan-Zee op natuurwaarden (..) op twee punten belangrijke onzekerheden: 1. De effecten van de aanleg van de haven en het nieuwe kanaaldeel op de grondwaterstanden in de omgeving; 2. De effecten van verzilting van het uitwateringskanaal op de migratie van Boomkikkers.'Mede daarom vroeg raadslid Jaap Faas (PvdA) - nochtans als lid van de paarse bestuurscoalitie in Sluis - in de gemeenteraad van 12 september 'aandacht voor het schrijven van het Vlaams Gewest'. De CDA-oppositie zei haar opmerkingen te sparen voor later. Vanuit de oppositie distantieert alleen Bram Basting (Dorpsbelangen & Toerisme) zich van het MER. De verkiezingen van 20 november en de fusie van Sluis-Aardenburg met Oostburg kunnen de kaarten evenwel door elkaar schudden. Sluis-Aardenburg wordt nu wel bestuurd door een meerderheid van VVD/Gemeentebelangen en PvdA, terwijl het CDA, Dorpsbelangen & Toerisme en de lijst-Rammelaere in de oppositie zitten. In Oostburg daarentegen vormen het CDA en Dorpsbelangen & Toerisme een bestuursmeerderheid met de PvdA, terwijl de VVD en D66 daar in de oppositie zitten. Verwacht wordt dat vrijwel alle partijen zich na de verkiezingen en de installatie van de nieuwe gemeenteraad in de fusiegemeente Sluis voorstander van Sluis-aan-Zee zullen tonen. Maar dan nog zijn niet alle hindernissen genomen. Tot 14 oktober kan schriftelijk gereageerd worden op het MER. Tegen midden volgend jaar moet de nieuwe bestuursploeg in Sluis een ontwerp-Bestemmingsplan opmaken en nog eens andere 'zienswijzen' een kans bieden. Ook daarmee zal rekening gehouden worden als het gemeentebestuur eind 2003 het Bestemmingsplan vastlegt en, met mogelijke 'bedenkingen', naar de Gedeputeerde Staten van Zeeland stuurt. Die hebben dan een half jaar de tijd om dat Bestemmingsplan goed of af te keuren. En als dan ook nog de beroepstermijn voor de Raad van State achter de rug is, kan in 2004 misschien de eerste spade in Sluis-aan-Zee de grond in.