JA
...

JABart Martens'De procedure die nu wordt ingezet, lag in de lijn van de verwachtingen. Als de criteria uit de Europese nitraatrichtlijn worden toegepast, moet nagenoeg heel het Vlaamse grondgebied worden aangeduid als een kwetsbare zone, waarbinnen strengere bemestingsnormen gelden. Bijna overal bevat het grond- of oppervlaktewater meer dan de toegelaten nitraatwaarde of is er sprake van eutrofiëring, een overaanbod aan voedingsstoffen. De Vlaamse overheid heeft wel een aantal van die kwetsbare zones aangeduid, maar slechts op plaatsen waar aan drinkwaterwinning wordt gedaan. Ze toetst bovendien het gemiddelde van de metingen aan de norm om op een positieve evolutie te wijzen, terwijl één overschrijding binnen een subhydrografisch bekken daar in feite al voldoende voor is. Zelfs een dreiging tot overschrijding is in de regel al voldoende. Dat er te weinig gebieden als kwetsbare zone ingekleurd werden, bleek al uit studies van zowel de Vlaamse Milieumaatschappij als het onderzoeksbureau Environmental Resource Management, dat in opdracht van de Europese Commissie werkte. Het stond ook in december 1999 met zoveel woorden in een met redenen omklede advies van de Commissie aan de Belgische autoriteiten. Het eerste Mestactieplan (MAP) diende dus aangepast te worden. Wat heeft minister van Leefmilieu en Landbouw Vera Dua (Agalev) nu gedaan? Als antwoord aan Europa heeft ze snel het Map 2-bis als decreet door het Vlaams parlement gejaagd, een plan dat nog door haar voorganger Theo Kelchtermans (CVP) opgesteld werd en dat op het vlak van de kwetsbare gebieden totaal geen antwoord op de Europese kritiek biedt. De klacht slaat dus niet alleen op het eerste MAP, zoals nu beweerd wordt. Waar het eigenlijk om draait, is dat een uitbreiding van het areaal politiek te gevoelig ligt. Het mestoverschot in Vlaanderen raakt nu al maar amper verwerkt, omdat dat zowel economisch als technisch geen evidente zaak is. Daarom zouden ze beter werk maken van een drastische afbouw van de veestapel. Het is de enige maatregel die structureel ons mestprobleem kan oplossen. Wat ze nu doen, is met de voeten van de Europese Commissie spelen en ondertussen zelf vrolijk de kop in het zand steken.'NEEVera Dua'Wij leveren momenteel zware inspanningen om aan de nitraatrichtlijn te voldoen, maar het is een race tegen de tijd.' Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw Vera Dua (Agalev) verdedigt haar beleid. 'Als Europa wil dat de nitraatrichtlijn nageleefd wordt, dan moeten zij ook toekijken of er al dan niet goede resultaten zijn. Ik betreur het wel dat ze naar een dagvaarding grijpen terwijl we intussen zoveel inspanningen gedaan hebben en zoveel aan Europa gerapporteerd hebben. Ik denk dat we voldoende argumenten hebben om aan te tonen dat we werk maken van de naleving van de richtlijn. We hebben trouwens nog altijd geen officiële brief van Europa ontvangen. We weten dus niet in hoeverre deze klacht betrekking heeft op het vroegere mestbeleid of dat er elementen inzitten die gelden voor wat we nu doen. Er is namelijk een evolutie merkbaar. Bij mijn aantreden hebben we geoordeeld dat we wel met het Map 2-bis van mijn voorganger Theo Kelchtermans (CVP) móésten vertrekken. We konden nu eenmaal niet nog een jaar of twee jaar aan een nieuw Map zitten schrijven terwijl er in die periode op het veld niets zou gebeuren. Er moest onmiddellijk een zo effectief mogelijk mestbeleid gevoerd worden. We waren ervan overtuigd dat we mits een aantal verstrengingen en vooral een goede toepassing al meteen voor verbeteringen op het terrein zouden kunnen zorgen. Ondertussen hebben we dat beleid - in constant overleg met Europa - met de Europese regels in overeenstemming gebracht. Zo is ons meetnetwerk de voorbije maanden volledig aangepast. We hebben nu punten waarvan we zeker weten dat eventuele nitraatvervuiling er sowieso van de landbouw afkomstig is. Binnen dat netwerk van circa driehonderd meetpunten is er momenteel veertig procent nog niet in orde. Dat wil zeggen dat er op die punten één keer een overschrijding van de drempelwaarde is geweest. Op basis van die gegevens zullen we voor het einde van het jaar nieuwe kwetsbare zones afbakenen. Het is evenwel een wedloop tegen de tijd. We zijn nu bezig met de afbouw van de veestapel, maar dat gaat niet van vandaag op morgen. Door de vermindering van het aantal varkens kunnen we het mestoverschot met tien procent doen dalen, maar dat kost ons drie jaar en drie miljard frank (74,3 miljoen euro). Ook voor de mestverwerking zullen de resultaten pas in de loop van 2002 zichtbaar worden. Ik hoop dat Europa ons op dat vlak begrijpt en inziet dat we op de goede weg zijn.'Opgetekend door Gerry Meeuwssen